Jacinta Krimp

META Nummer 2019/4

Jacinta Krimp

Geschreven door Jessica Jacobs, Klaartje Brits
Gepubliceerd op 07.05.2019
IMPORTANT

Ook als het gesprek wat moeilijker wordt moeten gemeentes en bibliotheken met elkaar blijven praten.

Je kon er vorig jaar niet rond: School 7 uit Den Helder won tijdens het IFLA-congres in Kuala Lumpur de titel van beste bibliotheek ter wereld in de categorie nieuwe bibliotheek in een bestaand gebouw. Die titel wonnen ze niet zomaar, in 2017 werd School 7 — ‘de huiskamer’ van Den Helder en deel van KopGroep Bibliotheken — al verkozen tot Beste Bibliotheek van Nederland. Met de verkiezing van de Beste Bibliotheek van Vlaanderen en Brussel voor de deur, waarvan de winnaar op 19 september op Informatie aan Zee bekendgemaakt wordt, klopte META aan bij Jacinta Krimp, directeur van KopGroep Bibliotheken. We zijn benieuwd naar haar ervaringen, de werking van de bibliotheken die ze onder haar vleugels heeft en het effect van hun verdiende titel.

In 2017 werd je directeur van KopGroep Bibliotheken. Had je voordien al veel ervaring in bibliotheekwerk?

Ja. Precies veertig jaar voordat ik benoemd werd als directeur startte ik in de bibliotheek, meteen na mijn opleiding. In die tijd bestond in Nederland nog de Bibliotheek- en Documentatieacademie, waar ik mijn opleiding heb gevolgd.

Heb je in verschillende bibliotheken gewerkt?

Ja, ik kom van oorsprong uit Noord-Holland, en daar startte ik mijn carrière. Nadat ik een tijdje in een gemeentehuis, een gevangenisbibliotheek en de bibliotheek van een Europese school aan de slag was geweest verhuisde ik naar de provincie Groningen, waar ik twaalf jaar in verschillende bibliotheken heb gewerkt, vaak met vrijwilligers. Maar mijn man en ik begonnen de zee en de duinen te missen, dus begin 2000 keerden we terug naar Noord-Holland en ging ik daar weer in de bibliotheek werken. In 2008 werd dan KopGroep Bibliotheken opgericht. Dat had te maken met een grote reorganisatie binnen het bibliotheekwerk in Nederland, vlak voor de eeuwwisseling. Er werd al vaak samengewerkt tussen verschillende bibliotheken, maar de rijksoverheid vond dat te vrijblijvend, samenwerkingen moesten op meer structurele basis plaatsvinden. Die hele reorganisatie moest voor 2008 voltooid zijn. Wij hebben dat voor elkaar gekregen, maar dat was een lang proces. Lokale bibliotheekbesturen waar vrijwilligers met hart en ziel aan bijdroegen hielden op te bestaan en er kwam een nieuwe organisatie met een directeur-bestuurder, een aantal managers en een raad van toezicht voor in de plaats.

Jij hebt de hele reorganisatie meegemaakt, ben je tevreden over het resultaat?

Het is natuurlijk al elf jaar geleden, en sindsdien is er alweer heel wat veranderd. Ik begrijp de redenering dat de samenwerking minder vrijblijvend moest zijn, dat was op zich een goede transitie. Alleen kreeg je nu verschillende samenwerkingsvormen in de Nederlandse bibliotheken. In ons geval werd er gekozen voor zogenaamd integraal management. Er waren vier clustermanagers, waarvan ik er een was, die elk een aantal bibliotheken zouden aansturen voor ongeveer de helft van de tijd. De andere helft van de tijd was iedereen manager van een domein. Na anderhalf jaar bleek dat toch geen heldere constructie, vooral voor mensen die onder een bepaald domein vielen en daarnaast in de frontoffice in een bepaalde vestiging werkten. Die hadden plots twee leidinggevenden. De structuur bleek in de praktijk niet te werken zoals we voor ogen hadden, dus moesten we iets anders bedenken. De directeur heeft toen de pijnlijke beslissing genomen om twee managers te laten gaan en enkel een manager backoffice en een manager frontoffice te behouden. Toen werd ik manager frontoffice geworden. Twee jaar na de start bestond ons managementteam dus nog maar uit drie mensen in plaats van vijf. Nadien is de structuur nog twee keer veranderd, en nu ben ik alleen overgebleven als directeur.

Hoe zie jij je rol als directeur?

Ik ben van de basis naar boven opgeklommen. Het grootste deel van mijn werkzame leven in de bibliotheek voerde ik eenzelfde soort functie uit, ik was leidinggevende met een aantal vrijwilligers onder mij. In 2008 maakte ik een enorme sprong naar clustermanager in een heel groot werkgebied. Een groter verschil was bijna niet denkbaar. Maar net omdat ik leiding geef aan mensen die nu dezelfde functie uitoefenen als ik vroeger deed weet ik precies hoe het voelt om op hun plek te zitten, ik kom uit hun wereld.

Je hebt dus ook aandacht voor hoe medewerkers in hun werk staan?

Precies. En dan ben je toch een ander soort directeur dan degene die ik ben opgevolgd. In die tijd kwam een directeur gewoon uit de opleiding, zonder veel ervaring. Er waren toen voldoende middelen en mensen, en iedereen wist precies wat hij of zij moest doen. Zonder denigrerend te willen zijn, het bibliotheekwerk was toen veel eenvoudiger dan nu. Maar dankzij mijn ervaring kan ik me makkelijk verplaatsen in wat mijn medewerkers meemaken.

Je stuurt als directeur van KopGroep Bibliotheken verschillende vestigingen aan. Hoe ziet die samenwerking eruit?

We zijn in 2008 gestart met negen gemeentes. In 2013 vonden er een aantal gemeentelijke fusies plaats, waardoor we sinds 2014 nog maar vier gemeentes hebben in hetzelfde werkgebied. Dat maakt het allemaal wat eenvoudiger, want daardoor heb je nog maar vier wethouders en beleidsambtenaren in plaats van negen. Maar in een paar jaar tijd moesten we één miljoen euro bezuinigen, en dat is ontzettend veel. Dat was een zwarte bladzijde in het bestaan van KopGroep. We moesten zestien mensen geheel of gedeeltelijk ontslaan, dat wil je natuurlijk nooit meemaken, En heel wat vestigingen moesten de deuren sluiten. In de plaats daarvan kwamen er onbemande bibliotheken: ruimtes van honderd vierkante meter waar je met je bibliotheekpas binnen kunt en waar je alleen werken uit de volwassenencollectie vindt. Maar om het verder over de samenwerking te hebben: er zijn zes coördinatoren die elk een aantal bibliotheken aansturen, dat maakt het voor mij makkelijker. Ik vind het wel belangrijk om mij regelmatig op de werkvloer te blijven begeven, ondanks het feit dat ik in mijn eentje verantwoordelijk ben voor de hele organisatie.

Hoe ziet een doorsnee werkdag er voor jou uit?

Elke dag is anders. Ik leid mensen rond die de bibliotheek willen bezoeken, vandaag bijvoorbeeld mensen uit het eiland Saba in de Nederlandse Antillen. Onze bibliobus staat te koop, morgen laat ik geïnteresseerde kopers de bus zien. Binnenkort zijn er provinciale statenverkiezingen, waardoor ik ben uitgenodigd door de CDA (de partij Christen-Democratisch Appèl, nvdr) van Den Helder. Onlangs ontving ik Prins Carnaval, die onze bibliotheek kwam huldigen als de beste bibliotheek van Waaienburg, de carnavalsnaam van Den Helder. Allemaal erg uiteenlopend en bijzonder.

Zijn er bepaalde accenten die verschillen per vestiging?

De budgetten verschillen uiteraard per vestiging. En het interieur is op Texel sowieso anders dan in Den Helder, bijvoorbeeld. De collectie is voor een groot deel hetzelfde, want iedereen wil de nieuwste boeken lezen, waar ze ook wonen. Om lokale collecties aan te kopen heeft elke bibliotheek een apart budget.

Een onbemande bibliotheek is iets dat we in Vlaanderen nog niet echt kennen. Ben jij tevreden over de werking daarvan?
Het korte antwoord is nee. Toen we een tweetal jaar met onbemande bibliotheken werkten deed onze marketingmedewerkster onderzoek naar de ervaringen van de gebruikers. We zagen een terugval van achttien procent van onze volwassen leden, dus ook een terugval van achttien procent van de bijdrage die onze leden betalen. We vinden het heel belangrijk dat mensen zich thuis voelen in de bibliotheek, dat ze het gevoel hebben dat ze welkom zijn. Maar in die onbemande bibliotheken is slechts vier uur per week een coördinator aanwezig, en daarnaast nog een paar uur een vrijwilliger. Waar het binnen onze mogelijkheden ligt maken we dus terug de ommezwaai naar een bemande bibliotheek, maar dat kan natuurlijk niet op dezelfde locatie. In Den Helder hebben we vorige maand bijvoorbeeld een nieuwe bibliotheek geopend in een winkelcentrum, en daar kozen we bewust voor een bemande vestiging. Die bibliotheek is geen tien uur per dag open, maar er is wel steeds een medewerker tijdens de openingsuren. We zien nu al een toename van het aantal jeugdleden, en vrijwilligers melden zich spontaan aan. Op die manier kunnen we de openingstijden uitbreiden. Dan geef je een heel andere boodschap dan wanneer je een bibliotheek opent met ruime openingsuren, maar waar je vaak geen medewerker ziet. De aanwezigheid van een medewerker wordt echt gewaardeerd, dat hebben we als belangrijkste les meegenomen uit het onderzoek. Gelukkig stond ook de gemeente achter dat besluit.

Hoe is je relatie met de verschillende gemeentes?

Ik heb een hele goede relatie met alle gemeentes, ook met de gemeentes die ons indertijd een enorme bezuiniging oplegden. Maar je moet natuurlijk wel met elkaar in gesprek blijven. Je moet kunnen uitleggen waarom jij vindt dat je die budgetten nodig hebt, en dat geld ook op een verantwoorde manier uitgeven. En ook als het gesprek wat moeilijker wordt moet je met elkaar blijven communiceren. De beleidsambtenaar ondersteunt ons daar natuurlijk in. Ik heb gesprekken met de vier beleidsambtenaren, die op zijn of haar beurt dan weer gesprekken heeft met de wethouder. En één keer per jaar komen we bij elkaar met de directie, alle wethouders, alle beleidsambtenaren en alle leden van de raad van toezicht. Dan geef ik een stand van zaken over hoe het staat met de uitvoering van ons beleidsplan, de toekomstplannen en de financiën.

Krijgen bibliotheken in Nederland voldoende ondersteuning van de overheid, volgens jou?

Het verschilt heel erg, dat merk ik ook bij de vier gemeentes in ons werkgebied. Wanneer we in het verleden over financiën praatten hadden we het gewoon over cijfers. Sinds vorig jaar bekijk ik het op een andere manier: hoeveel betaalt een gemeente per inwoner aan het bibliotheekwerk. En dan bedoel ik enkel de werking, niet de kosten voor huisvesting, want die verschillen te sterk. Dat gaat bij ons van acht euro per inwoner in Hollands Kroon, waar veel bezuinigd is, tot twintig euro per inwoner in Den Helder. Ik vind dat het een kwestie is van keuzes maken: hoe belangrijk vindt de gemeente het dat er een goede bibliotheek is? We vervullen de laatste jaren veel meer functies dan alleen het uitlenen van boeken. Er is de Bibliotheekwet die vijf kernfuncties vooropstelt. Maar als die wet enkel stelt dat elke gemeente minimaal één bibliotheek moet hebben, vind ik dat toch een beetje zwak. De gemeente Hollands Kroon is in oppervlakte een van de grootste gemeentes van Nederland, maar geeft maar heel weinig subsidie.

Die Bibliotheekwet zou dus beter kunnen?

Wat mij betreft wel. Maar goed, we zullen het hiermee moeten doen. Als gemeentes die weinig subsidie geven ons allerhande vragen stellen is mijn antwoord: wij kunnen alles voor jullie betekenen, maar het gaat wel op offertebasis. In gemeentes die meer subsidie geven zit dat gewoon in de werking vervat, dat is het verschil.

Wat zijn volgens jou de belangrijkste functies van een bibliotheek?

Dan heb je het bijvoorbeeld over de ontmoetingsfunctie. Er wordt altijd gezegd dat bibliotheken heel laagdrempelig zijn, maar mensen die moeite hebben met de taal, of die niet goed kunnen lezen, die ervaren dat helemaal niet zo. Zij zien de bibliotheek als een instituut waar je niet komt als je niet zo goed kunt lezen, zij voelen zich hier helemaal niet thuis want ze schamen zich verschrikkelijk. Als je de bibliotheek vanuit dat perspectief bekijkt en weet dat minstens één op negen Nederlanders laaggeletterd is, dan hebben we nog heel wat werk. Dan hebben we het nog maar over één functie gehad, maar ik kan niet zeggen dat de ene of de andere functie naar mijn gevoel meer prioriteit heeft.

Er is de laatste jaren een tendens zichtbaar in de bibliotheeksector: de functies die voor bibliotheken weggelegd zijn verbreden en verruimen.
Ja, en dat hoor ik ook vanuit onze gemeentes. Ze verwachten allemaal dat we meer doen voor hetzelfde geld en zien ons nu veel meer als een maatschappelijke organisatie. En daar ga ik helemaal mee akkoord. Een aantal jaren geleden gingen de gesprekken continu over e-books. Bibliotheken, boekenkasten, boeken, die zouden straks allemaal niet meer nodig zijn. Dat kwam ook vanuit de gemeentes, maar wij zijn dat blijven weerleggen. En nu gaan er zelden nog stemmen op dat een bibliotheek overbodig zou zijn. Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar een gebouw zorgt ervoor dat je in staat bent om al je functies uit te oefenen, en dat je de beste ter wereld kunt worden.

In hoeverre heeft het nieuwe gebouw bijgedragen tot het winnen van de titel van beste bibliotheek van Nederland?

Wel, als winnaar van de editie in 2017 zat ik ook in de jury van de editie van 2018. Daarvoor dienden zich nieuwe bibliotheken aan, maar ook de bibliotheek uit Purmerend, die geen nieuw gebouw heeft. Hun directeur beargumenteerde dat zij met hun bestaand gebouw ook in staat zijn om alle kernfuncties uit te oefenen en om een maatschappelijke rol te vervullen. Zij werden uiteindelijk derde. Je hoeft dus niet zo nodig een nieuw gebouw te hebben. In ons geval was het niet mogelijk om alle functies te vervullen in het oude gebouw. Daarom zijn we verhuisd naar een andere plek in de stad, waar we samen met de historische vereniging en de Volksuniversiteit van Den Helder een mooi gebouw vol activiteiten konden ontwikkelen. De Volksuniversiteit geeft al haar cursussen in dit gebouw, waardoor je meteen je bezettingsgraad verhoogt. We zijn nu ook een trouwlocatie, een van onze medewerkers mag huwelijken voltrekken. En veel organisaties van buitenaf weten ons te vinden om ruimtes te huren. We wilden de huiskamer van de stad worden, en dat is gelukt. Dat alles bij elkaar heeft ervoor gezorgd dat wij de beste van Nederland zijn geworden.

In welke omstandigheden is School 7 ontstaan?

School 7 was een openbare school in Den Helder, gebouwd in 1905. In Den Helder kregen openbare scholen een nummer in plaats van een naam. School 7 was een begrip in Den Helder, heel veel mensen hebben hier op school gezeten. Na de sluiting van de school kwam het gebouw leeg te staan en begon het te verpauperen, maar het bleef een mooi gebouw op een hele mooie plek. In 2008 wilde de gemeente werk maken van stadsvernieuwing, en daarvoor werden samen met Woningstichting Den Helder en de ontwikkelingsmaatschappij Zeestad enorme budgetten vrijgemaakt. Het werd een groots project: de stad is veranderd en opgeknapt, het overgebleven winkelbestand werd gecomprimeerd en in 2012 werd School 7 aangewezen als de nieuwe locatie voor de centrale bibliotheek. De nieuwe bibliotheek zou zo de verbindende factor worden tussen het nieuwe stadscentrum en Willemsoord, het voormalige marineterrein waar nu onder andere de bioscoop en de schouwburg ondergebracht zijn.

De verbindende factor, hoe zie je dat concreet?

Geografisch vooral. Het achterliggende idee was om de mensen via de bibliotheek richting Willemsoord te krijgen, en andersom. En dat zie je almaar meer gebeuren. Zo was er vorig jaar het bibliotheekcongres in Den Helder, en zij maakten zowel gebruik van de schouwburg als van de ruimtes in de bibliotheek.

Hoe heb je heel het proces van verkiezing tot Beste Bibliotheek ervaren?

Toen we in 2016 pas in dit nieuwe gebouw zaten wilden we ons nog niet opgeven voor de wedstrijd Beste bibliotheek van Nederland. Mijn voorganger was ernstig ziek en was een tijd uitgeschakeld, net als een aantal andere belangrijke mensen. En bovendien hadden we het druk met de verhuizing. Maar voor ons vakblad Bibliotheekblad bezoekt een mystery guest elke maand een bibliotheek, en die kwam toen bij ons langs. Dat artikel was heel positief over onze bibliotheek. Toen een tijd later de shortlist bekendgemaakt werd voor de wedstrijd bleek dat wij mee in aanmerking kwamen voor de titel. Pas na een jaar kwamen we erachter dat Wendy de Graaff, die als mystery guest onze bibliotheek had bezocht, ons had genomineerd. Zij vond dat het niet kon dat we onszelf niet hadden opgegeven. Uiteindelijk kregen we zowel de publieksprijs als de prijs van de vakjury, een heel bijzondere ervaring.

En daarna kwam dan de volgende stap, beste bibliotheek van de wereld?

Ja, we wisten niet van het bestaan van zo’n mondiale prijs, iemand van de Koninklijke Bibliotheek maakte ons erop attent tijdens het bibliotheekcongres. We hebben eerst even goed nagedacht of we daaraan wilden deelnemen, want dat kost uiteraard veel tijd. Maar een aantal medewerkers was heel enthousiast, omdat ze zo beretrots zijn op wat we hier allemaal doen, dus besloten we om ons op te geven. We hielden het wel stil tot duidelijk werd dat we bij de beste vijf hoorden en kans maakten op de titel. Bij die wedstrijd hoort alleen een vakjury, dus we moesten geen uitgebreide campagne meer voeren. Ook daar kwamen we als beste uit de bus, een enorme beloning voor al het werk dat we dagelijks presteren.

Hoe gebruiken jullie de titel in jullie communicatie?

Op veel fronten, op alle communicatie die we voeren staat het vermeld, en we dragen allemaal een badge. Vanaf de bekendmaking wist iedereen in de bibliotheekwereld het. We werden geïnterviewd voor de nationale radio en tv, waren trending op Twitter, enz. We kregen ook vrij snel aanmeldingen van buitenlandse gasten die onze bibliotheek wilden bezoeken. En ik mocht als vertegenwoordiger van de bibliotheek naar de Uitblinkerslunch bij de Koning en de Koningin. Die wordt elk jaar door het Koninklijk Huis georganiseerd voor personen die, persoonlijk of met hun organisatie, een belangrijke prestatie hebben neergezet. Dan weet je toch niet wat je overkomt.

Je hebt er dus bijzonder boeiende jaren opzitten?

Heel erg boeiend. Het eerste jaar na onze verhuizing hebben we omgekeken naar wat we allemaal gerealiseerd hadden in 2016. Onze toenmalige directeur werd ernstig ziek en viel van de ene op de andere dag uit, de verhuizing, de prijs, alles wat ons overkwam was ongelooflijk, van tevoren kun je dat niet bedenken. Je krijgt er ook veel energie van. De mensen van Den Helder zijn heel kritisch, hebben het hart op de tong en uiten meteen hun mening, soms een beetje kort door de bocht. Maar als je ze nu hoort zijn ze heel trots op hun stad en op hun bibliotheek. Dat is zowat de grootste beloning die je kunt krijgen?

Waarom lid van de VVBAD worden?

  • Deel zijn van het netwerk van experten en collega's
  • Mee de belangen van de informatiesector behartigen
  • Korting krijgen op de activiteiten van de VVBAD
  • Toegang krijgen tot vakinformatie
  • Participeren in de verenigingsbesturen
Word lid

VVBAD maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren. Door deze te accepteren of door gebruik te blijven maken van deze website, gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies. Wil u meer weten over cookies, of uw cookie-instellingen voor deze website aanpassen? Bekijk dan hier de voorwaarden.

© Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie vzw
Statiestraat 179 | B-2600 Berchem (Antwerpen)
Tel: (+32) 03 281 44 57 | email: vvbad@vvbad.be