Collegagroep Jeugdbibmedewerkers: Voorleesweek - verslag

Collegagroep Jeugdbibmedewerkers: Voorleesweek - verslag

30.10.2020

Na het succes van de eerste bijeenkomst van de Collegagroep Jeugdbibmedewerkers, werd er een tweede samenkomst georganiseerd met als thema de Voorleesweek. Dit jaar loopt deze van 21 tot 29 november en het thema is Ouderbetrokkenheid. Hieronder volgt een verslag van wat besproken werd tijdens deze bijeenkomst. De powerpoints van Iedereen Leest vind je onderaan het verslag terug. Meer uitleg over auteursrechten vind je onder de titel 'Hoe zit het met auteursrechten'.

Opgelet: deze bijeenkomst vond plaats op 22 oktober en weerspiegelt dus de (corona)situatie van dat moment.

Het kader van Iedereen Leest

De slogan van deze editie is ‘Lezers maak je samen’, wat verwijst naar het thema Ouderbetrokkenheid. Iedereen Leest heeft dit thema gekozen, omdat uit onderzoek blijkt dat ouders een cruciale rol spelen in de leesontwikkeling van kinderen.

Als ouders een actieve leesopvoeding handhaven, wordt de kans dat hun kind een lezer wordt vijf keer zo groot. Niet alle ouders zijn zich daar echter van bewust en daarom zet deze Voorleesweek daarop in. Een actieve leesopvoeding begint namelijk al bij het voorlezen.

Hoewel het thema Ouderbetrokkenheid is, wil dat niet zeggen dat Iedereen Leest zich enkel op ouders focust, ze willen vooral het netwerk rond ouders daarover sensibiliseren. Ze willen aantonen hoe het netwerk de ouders kan ondersteunen, enthousiasmeren en begeleiden om de leesopvoeding goed aan te pakken.

Daarom ook de slogan ‘Lezers maak je samen’: ouders zijn cruciaal, maar ze staan er niet alleen voor. Er is een heel netwerk rond hen dat hen kan helpen. 

Hoe kun je als bibliotheek ouders betrekken bij het voorlezen?

Een eerste stap is informeren. Nog niet alle ouders weten hoe cruciaal het is dat ze thuis voorlezen. Als er dus kinderen met ouders op bezoek komen in de bibliotheek, spreek de ouders dan aan.

Pols op een open manier naar de voorleescultuur thuis: wordt er voorgelezen, wat wordt er voorgelezen, waarom wel, waarom niet. Er zijn ook bibliotheken die daar al op inzetten: als ze een activiteit voor kinderen organiseren, nodigen ze ook de ouders uit.

Die krijgen dan een rondleiding in de bibliotheek, waarbij verteld wordt waar goede voorleesboeken staan. Zo betrek je de ouders ook bij wat er in de bibliotheek gebeurt. Informeer hen ook over het belang van voorlezen. Om dat te illusteren, vind je veel artikels op iedereenleest.be, net zoals voorleestips.

Een tweede rol is enthousiasmeren: als bibliotheek heb je het aanbod en de expertise, wat veel ouders niet hebben. Verleid ouders dus om voor te lezen, maak aantrekkelijke tafels met voorleesboeken, geef tips mee op maat van het kind. Probeer hen warm te maken om ook thuis voor te lezen.

Een ander belangrijk punt is samenwerking met partners uit de buurt. Als het om voorlezen gaat, kun je bijvoorbeeld een samenwerking aangaan met scholen of kinderdagverblijven. Zij staan namelijk in direct contact met kinderen en hun ouders.

Zij hebben een directe lijn naar de ouders, terwijl bibliotheken de troef hebben van het aanbod en de expertise. Ga dus een gesprek aan met die lokale partners om te horen wat de noden zijn of hoe jullie de ouders samen kunnen omringen.

Je kunt ook activiteiten organiseren waarbij je ouders betrekt, zoals een voorleesmoment. Nodig hier dan misschien ook eens een ouder uit om te komen voorlezen of organiseer meertalige voorleesmomenten waarop ouders (simultaan) in een andere taal voorlezen.

Maar denk ook verder dan voorleesmomenten. Kijk naar de noden van de ouders of mensen uit jullie netwerk: misschien is er nood aan een workshop over hoe je het best voorleest of een webinar waarin tips gedeeld worden over goede voorleesboeken.

Probeer dus de noden van de ouders te vinden, werk samen met partners om deze te identificeren en bedenk wat je kunt aanbieden als bibliotheek.

Natuurlijk is het niet gemakkelijk om alle ouders te betrekken. Er zijn vaak verschillende drempels, zoals informatiedrempels, taaldrempels, praktische, sociale en culturele drempels. Vaak gaat het om ouders die veel werken en op de momenten dat ze vrij zijn niet naar de bib kunnen gaan, maar ook taal en dergelijke kunnen als drempels gezien worden.

Het is niet evident om als bibliotheek al die ouders aan te spreken. Wat je kunt doen, is in kaart brengen wat de noden en de drempels zijn. Als je investeert in ouders, heeft dat effect op het kind. Het loont dus zeker de moeite om hier ook op lange termijn over na te denken. 

De plannen van Iedereen Leest

Voor de Voorleesweek is Iedereen Leest van plan om een voorleespeiling te houden, samen met een onderzoeksbureau. Met deze peiling wordt er onderzoek gedaan naar de voorleescultuur thuis in heel Vlaanderen en Brussel.

Hierin wordt onder andere gevraagd naar of er voorgelezen wordt, wie voorleest, hoe oud de kinderen zijn en dergelijke. Het is de eerste keer dat dat op die schaal gebeurt. Er is ooit in 2012 samen met Nederland een gelijkaardige peiling geweest, maar er is toen niet veel gebeurd met de resultaten.

Er bestaan zeer weinig cijfers over dit onderwerp, daarom dat er nu een onderzoek volgt dat ook om de zoveel jaar herhaald wordt. Op die manier kan men zicht krijgen op de verschillende evoluties en tendensen. De resultaten van dit jaar maakt Iedereen Leest bij de start van de Voorleesweek bekend. 

Iedereen Leest organiseert ook twee webinars over voorlezen aan kinderen, waarbij er vooral gefocust wordt op een goede boekenkeuze. Er zal eentje voor 0- tot 3-jarigen zijn en een ander voor 3- tot 6-jarigen.

Deze webinars staan open voor iedereen die geïnteresseerd is: voor ouders, leerkrachten, bibliotheekmedewerkers, … iedereen die zich wil verdiepen in een goede boekenkeuze voor kinderen van die leeftijd.

Samen met Radio Expoo wordt er ook een online radio-uitzending over voorlezen georganiseerd. Naar jaarlijkse gewoonte zal er ook een persmoment komen met Koningin Mathilde, waarschijnlijk digitaal.

Als aanloop naar Voorleesweek staat een reeks ‘De voorleesboekenkast’ op de website van Iedereen Leest. Bekende mensen vertellen hier over hun favoriete voorleesboeken en hun voorleesrituelen. Daarnaast zullen ze ook samenwerken met de Dichters van wacht.

Deze ontstonden tijdens de lockdown in maart/april. Je kon naar een telefoonnummer bellen en dan las een dichter een gedicht aan je voor. Voor de Voorleesweek zal dat met jeugddichters gebeuren die een gedicht voorlezen aan kinderen. Daarnaast verschijnt er een Facebook Live waarbij elke dag een auteur of illustrator voorleest. 

Op de website van Iedereen Leest kun je verschillende zaken vinden: boekentips voor iedereen tussen 0 en 18 jaar (en ouder), er zijn een aantal reeksen rond voorlezen, zoals de voorleesboekenkast en reeksen van vorige jaren zoals Voorleesrituelen en Voorleespapa’s.

Er staan ook verschillende filmpjes van vorige jaren en promotiemateriaal kun je gratis downloaden. De voorleesteller is ook deze keer van de partij: je kunt je registreren als voorlezer en zo kans maken op een prijs. Om op de hoogte te blijven van het laatste nieuws kun je de Facebookpagina van de Voorleesweek in het oog houden. 

Voorleesweek en corona

Het is moeilijk om al uitspraken te doen over wat er zal kunnen tijdens de Voorleesweek en wat niet. Als de scholen in code oranje zitten, betekent dit dat er geen schoolbezoeken mogelijk zijn. Essentiële derden, onder andere voorleesouders, kunnen wel de school nog bezoeken.

De lijst van essentiële derden is niet exhaustief, dus in overleg met de scholen kun je proberen bekomen dat een bibliotheekmedewerker als essentiële derde genoteerd wordt. Op die manier kun je nog als bibliotheekmedewerker, eventueel met voorleesvrijwilligers, op school gaan voorlezen.

Daarnaast kun je voorleesboekenpakketten samenstellen en bezorgen, je kunt inspiratielijsten maken voor de leerkrachten of je kunt voorleeskoffers maken. Het blijft altijd belangrijk om rekening te houden met de op dat moment geldende maatregelen.

Wat kan er wel?

Uiteraard kunnen online initiatieven wel. Zeker als het over voorlezen gaat, kunnen die het fysieke voorlezen niet vervangen, maar je kunt er erg leuke dingen mee doen.

Als het veilig kan en als de maatregelen het op dat moment toelaten, raadt Iedereen Leest aan om er toch over te denken om voorleesmomenten fysiek door te laten gaan. Oogcontact, interactie, het knusse en het intieme maken namelijk een belangrijk deel uit van het fysieke voorlezen.

Dat valt toch grotendeels weg als het een online activiteit is. Uiteraard kan dat enkel als het veilig kan.

Online zijn er verschillende alternatieven mogelijk: je kunt filmpjes opnemen, je kunt wedstrijden houden, je kunt bv. ouders vragen om foto’s door te sturen waarop ze voorlezen aan hun kind. Je kunt ouders vragen om voorleesfilmpjes in te sturen zodat je de ouders er ook bij betrekt.

Tijdens de Jeugdboekenmaand werden veel voorleesfilmpjes op de website geplaatst die nog steeds gedeeld kunnen worden. Je kunt deze bijvoorbeeld ook doorsturen naar scholen en klassen. Er zijn ook veel auteurs die online auteurslezingen doen. 

Je kunt daarnaast kijken naar een combinatie van live en online waarbij je een fysiek moment organiseert voor een kleine groep en dat opneemt of streamt. Grijp de kans aan om extra te focussen op de ouders, pols bv. bij hen hoe de bibliotheek hen zou kunnen ondersteunen.

Afhankelijk van de kleurencode en de maatregelen kunnen er eventueel kleinschalige activiteiten voor kinderen georganiseerd worden of kun je buiten iets voorzien. Zo kun je een voorleeswandeling ontwikkelen waar mensen in kleine groepjes kunnen luisteren naar voorlezers.

Naar analogie met de berenjacht, kun je iets met voorleesboeken voor de ramen doen, of kun je delen van een verhaal achter verschillende ramen hangen, zodat mensen een wandeling langs dat verhaal kunnen maken.

De Krook had zo bv. tijdens de lockdown van maart/april een verhaal uitvergroot en aan hun ramen gehangen, zodat je het kon lezen als je errond liep. Als je meer wilt weten over wat er kan en mag, houd je best de website van Iedereen Leest in de gaten. Als je meer informatie wilt over hoe je bijzondere doelgroepen kunt bereiken, vind je dat ook op hun website.

Moedig scholen ook aan om met de Voorleesweek aan de slag te gaan: binnen de schoolmuren mag er nog redelijk veel. Leerkrachten en leesouders kunnen voorlezen, dus bied hun boeken aan en/of geef hun tips.

Als je iets organiseert, of als je ervaring hebt met voorleesfilmpjes te maken of iets anders dat van pas kan komen, stuur dat dan eventueel door naar Iedereen Leest. Zij kunnen de expertise dan bundelen of hun fotograaf of reporter eens laten langskomen om wat van de activiteiten in beeld te brengen. 

Digitale activiteiten

Omdat het waarschijnlijk is dat een groot deel van de activiteiten digitaal zal plaatsvinden, volgt nu een overzicht van informatie en voorbeelden waardoor je inspiratie kunt opdoen. Bekijk zeker ook de powerpoint die onderaan de pagina toegevoegd is, daarin vind je verschillende linken naar websites met interessante informatie.

Welk platform?

Als je eenmaal besloten hebt om een activiteit online te organiseren, is de eerste stap het kiezen van het platform. Voor je een platform kiest is het altijd belangrijk om de voor- en nadelen te bespreken.

Het is ook niet nodig om telkens hetzelfde platform te gebruiken, durf een ander platform te kiezen als je een ander doel hebt. Niet elk platform werkt namelijk even goed voor elke doelgroep. 

Als je bv. een voorleesactiviteit op touw wilt zetten voor jongeren in het zesde leerjaar, dan kun je misschien gewoon Whatsapp gebruiken. De lijst die volgt en die je in de powerpoint terugvindt, is dus zeker niet exhaustief, en elk platform heeft zijn eigen voor- en nadelen, waardoor het voor de ene activiteit handiger is dan voor de andere. 

Een van de meest gebruikte platforms is Zoom. Enkele nadelen die hieraan verbonden zijn: de gratis versie is beperkt in tijd, nl. 40 minuten. Ook moet je een link sturen naar je deelnemers en moeten zij Zoom downloaden, wat een drempel kan vormen voor sommige deelnemers. Er is ook een uitgebreidere betalende versie. 

Jitsi/praatbox is daarbij vergeleken laagdrempeliger: het is gratis, je hebt geen login nodig en je moet niets downloaden. De mensen moeten gewoon een link volgen. Jitsi is vooral geschikt voor kleinere groepen van zo’n 10 of 15 camera’s. Je kunt het voor grotere groepen gebruiken, maar dan kan het programma wel eens haperen. 

Op Facebook kun je een livestream organiseren. Dat is erg laagdrempelig en gemakkelijk om bv. een voorleesmoment te organiseren, maar voor mensen die geen Facebookprofiel hebben kan dat moeilijker zijn.

Kijk zeker je settings na en check of mensen zonder Facebookpagina jullie pagina ook kunnen zien en daar toegang toe hebben. Test dat zeker ook uit met collega’s zodat je weet of het werkt. 

Hopin is een ander videoplatform dat voor live evenementen gebouwd is. Het is een betalend platform dat vooral bedoeld is voor grotere live evenementen, maar het kan interessant zijn om de mogelijkheden te bekijken.

Eventueel kun je samen met bibliotheken uit je omgeving een abonnement aangaan en de kosten delen. Als je dan afspreekt wie het platform wanneer gebruikt, kan dat nuttig zijn. Een voordeel aan Hopin is dat het een ingebouwde ticketverkoop heeft, wat gemakkelijk kan zijn als je met tickets werkt.

Wat op Hopin lijkt, is WebinarGeek, een platform om webinars te streamen naar een groot publiek. Het is een betalend platform en het heeft een beetje dezelfde functionaliteiten als Hopin. 

Mensen die al een abonnement op Vimeo hebben, kunnen overwegen om over te stappen op Vimeo Premium. Dat is geen goedkoop platform, maar het is een heel stabiele tool die je kunt gebruiken om webinars of voorleesmomenten te organiseren.

Je kunt de gemaakte filmpjes in je eigen website embedden. Ook dit platform is niet goedkoop, dus het kan de moeite lonen om hiervoor met andere bibliotheken samen te werken. 

Naast filmpjes kun je ook zelf een podcast maken. Je kunt bv. voor een vervolgverhaal gaan en van elk hoofdstuk een aflevering maken. In de powerpoint staan de linken naar drie verschillende tools die je daarvoor kunt gebruiken.

Audacity en Anchor zijn beide gratis en werken erg goed, zeker Anchor. Adobe Audition is betalend en heeft een uitgebreidere software. Als je niet zoveel ervaring hebt, kunnen Audacity en Anchor handiger zijn, juist omdat de mogelijkheden beperkter zijn. 

Digitaal aanbod organiseren - inspiratie

 Klik om inspiratie op te doen zeker door op de links die in de powerpoint staan.

Enkele opmerkingen hierbij: 

  • Een voordeel aan een digitaal aanbod is dat er soms mensen bereikt worden die anders niet zouden deelnemen vanwege de afstand. 
  • Wat belangrijk is om in je achterhoofd te houden, is dat de bereidheid om te betalen voor online activiteiten redelijk laag ligt. Voor workshops ligt de bereidheid net iets hoger.
  • Een opdrachtenboekje (zie powerpoint: Opdrachtboekje Mooss) met basisopdrachten die met basismateriaal uitgevoerd kunnen worden, kun je bv. ontwikkelen en linken aan een voorleeswisselcollectie die je naar de scholen brengt. Via deze boekjes kunnen ze dan gemakkelijk aan de slag met de boeken die jullie aanbieden.
  • Je kunt een digitale open mic organiseren waarbij jongeren en kinderen stukjes voorlezen en die verzamelen op jullie Facebook of website.

Digitaal voorlezen - tips

Houd altijd rekening met de auteursrechten: als je in een filmpje een stuk voorleest en dat filmpje breed online verspreid, bv. via een livestream via Facebook, dan moet je toestemming hebben van de auteur of de uitgeverij.

Er bestaat een uitzondering voor educatief gebruik, je kunt filmpjes opnemen en ontsluiten, maar dat is altijd beperkt (in tijd en publiek). Je kunt dus bv. een voorleesfilmpjes ontsluiten via het leerplatform van een klas, dat kan zonder dat je rekening moet houden met de auteursrechten.

Van zodra het breder of groter gaat dan beperkte leerplatformen, moet je rekening houden met de auteursrechten. Als je rechtstreeks contact hebt met auteurs kun je toestemming vragen aan hen, anders kun je de uitgeverij contacteren. Een mogelijkheid om veilig te spelen, is auteurs te vragen om zelf hun verhaal voor te lezen en er een filmpje van te maken. 

Als je een digitaal filmpje maakt, haal de inhoud en de techniek dan uiteen: laat de medewerker die inhoudelijk werkt niet ook verantwoordelijk zijn voor de techniek. Probeer in de bibliotheek iemand te vinden die digitaal technisch onderlegd is om het technische voor zijn of haar rekening te nemen.

Als je geen digitaal technisch onderlegde medewerker hebt, neem dan eventueel contact op met mensen van de stad, van het culturele centrum en dergelijke, zij hebben daar vaak ervaring mee. 

Als je meerdere digitale activiteiten organiseert, kan het nuttig zijn om wat technisch basismateriaal aan te schaffen, zoals een statief waarop je een smartphone kunt zetten, een webcam die een breder beeldbereik heeft (zodat hij twee mensen op veilige afstand van elkaar kan filmen), een goede microfoon, een lichtlamp om de setting een beetje aangenamer te maken.

Overweeg ook hoe je het aanpakt: neem je het voorleesmoment vooraf op, film je live of kies je voor een mix van beide? Organiseer bv. (als het nog mag) een fysiek voorleesmoment volgens de maatregelen en neem dat op of stream het.

Dan heb je reactie met de aanwezige kinderen, wat een aangename sfeer creëert. Als je een groter evenement wilt organiseren, ga je misschien beter in zee met een professionele livestreamfirma die het geluid en beeld voor hun rekening nemen. 

Wat hierbij belangrijk is: test altijd op voorhand. Investeer daarin, zoek uit waar de functionaliteiten zitten en leer je materiaal kennen, zodat je minder stress hebt. In de gids van Cultuurconnect vind je tips over hoe je het best livestreamt.

Denk op voorhand na over hoe je het boek toont als je zelf voorleest: is het een groot boek, is het een prentenboek of gebruik je een Kamishibai-theater? Als je dat niet hebt, kun je overwegen om prentenboeken in te scannen en in een presentatie te gieten om dan de presentatie te tonen door je scherm te delen. Vergeet ook hier de auteursrechten niet.

Besteed zeker aandacht aan de ruimte waarin je gaat voorlezen, zelfs al gebeurt dat digitaal. Kleed de ruimte aan en zorg voor een warme, fijne sfeer. Op het Youtube-kanaal van Jeugdboekenmaand kun je zien dat veel voorlezers hun best gedaan hebben om de plek in te richten, en dat werkt.

Maak je filmpje niet te lang. Zeker bij digitaal voorlezen is de aandachtsspanne redelijk kort. Kies dus eerder voor meerdere korte momenten dan voor één lang stuk.

Verken ook zeker de mogelijkheden buiten als je toch fysiek iets zou willen organiseren. Misschien heb je een leuk bankje of een afgedekte plaats, waarvan je met een vuurtje en een dikke trui een gezellig voorleeshoekje kunt maken. De mensen van de Verhalenweverij - zij lezen o.a. voor in asielcentra - hebben daar veel mee geëxperimenteerd. 

Digitaal aanbod - extern

Via Literatuur Vlaanderen kun je subsidie aanvragen voor digitale auteurslezingen. Als je al een auteurslezing gepland had, kijk dan eens of het digitaal kan. Er zijn zeker mogelijkheden om een digitale auteurslezing interactief te maken, je kunt bv. de chat gebruiken of een poll.

Er bestaan veel verschillende apps en tools, zoals Kahoot! of Mentimeter, waardoor je toch interactie bekomt. Informeer je ook bij de erfgoedafdeling in je gemeente.

Zij werken voor hun erfgoedactiviteiten vaak samen met vertelcollectieven en voorlezers. Als je in je bibliotheek niemand hebt die zich aangesproken voelt om dat voorlezen op zich te nemen, kun je misschien eens bij hen polsen. 

Bibi van deBuren las vroeger in Brusselse scholen live voor, en tijdens de lockdown heeft ze een heel boek voorgelezen, Meneer Ratti. De volledige reeks staat op SoundCloud. Dat kan interessant zijn om naar de scholen in je omgeving te communiceren. 

De kleine lettertjes is een literaire voorstelling voor kinderen van Behoud de Begeerte. Ze hebben enkele voorstellingen digitaal beschikbaar gesteld. Eventueel kun je scholen hiervan op de hoogte brengen en voorstellen om naar aanleiding van Voorleesweek hier stukjes van te bekijken.

Het Museum Plantin-Moretus biedt enkele mooie houtsnedes aan en zetten die in de markt om bv. te gebruiken om briefpapier van te maken. Je kunt kinderen brieven laten schrijven en er dan een voorleesactiviteit aan koppelen door hen een podcast te laten maken over de brieven, waarin ze deze voorlezen.

Daarnaast zijn er natuurlijk ook de leescommunity’s zoals Antwerpen Leest, Gent Leest, Brugge Leest, Leuven Leest en gelijkaardige platformen. Antwerpen Leest zal binnenkort met een soort stream-platform komen waarop auteurslezingen, boekvoorstellingen, voorleesfilmpjes en dergelijke zullen staan. 

Er zijn ook een aantal cultuureducatieve organisaties die een aanbod op maat uitwerken. Via de link vind je een overzicht naar aanleiding van Jeugdboekenmaand. Dat aanbod is niet digitaal, maar er zitten wel zaken tussen die coronaproof zijn.

Het kan anderzijds ook lonen om organisaties in je buurt aan te schrijven en te vragen of ze een digitaal voorleesaanbod op jullie maat willen uitwerken. Zo is er bv. Wilde Raven, een vzw met veel ervaring op het vlak van workshops rond kunst, taal en lezen.

Ze zetten initiatieven op rond leesplezier en leesbevordering. Je zou met hen contact kunnen opnemen i.v.m. een aanbod rond voorlezen. Dat zal natuurlijk niet voor elke organisatie een optie zijn.

Praktijkvoorbeelden

Ter illustratie kwamen er twee bibliotheken aan bod die bespraken hoe zij de Voorleesweek en voorleesactiviteiten organiseren.

Fysiek in de bibliotheek 

Omdat Kappelle-op-den-Bos een kleine bibliotheek heeft, waar maar 2,5 VTE werkt, is het altijd zoeken naar wat er extra gedaan kan worden bovenop de uitleen en de scholenwerking.

Maandelijks worden er ook voorleesuurtjes voor kleuters georganiseerd. Deze vinden plaats op de zolder, die erg groot is. Voor corona gebeurde dat dicht bijeen en op een losse manier: het was niet nodig om in te schrijven. 

Vanwege de coronamaatregelen loopt het nu iets anders. Omdat er een grote ruimte is, is het mogelijk om je aan de afstandregels te houden, de voorleesmomentjes kunnen dus doorgaan. Wel wordt er gewerkt met inschrijven via een inschrijvingsformulier op de bibliotheekwebsite, om aan de voorwaarden voor contacttracing te voldoen.

Het formulier is erg kort en simpel: er wordt o.a. gevraagd naar een e-mailadres (voor contacttracing, maar ook om te laten weten als de activiteit geannuleerd wordt) en naar het aantal volwassenen en kinderen die komen. Aanvankelijk wezen de medewerkers de bubbels van ouders en kinderen toe aan bepaalde zitmeubels, maar daar zijn ze van afgestapt.

De zolder is groot genoeg om groepjes zitmeubels op voldoende afstand van elkaar te zetten en de ouders zelf te laten bepalen waar ze gaan zitten. Zij kiezen dan ook of ze hun kinderen bij zich houden of hen vooraan laten zitten. Deelnemers worden meteen naar boven geloodst vanuit de inkomhal zodat ze daar niet (bij elkaar) blijven staan. Uiteraard moeten de volwassenen hun mondmaskers aanhebben van het moment dat ze aankomen en wordt er extra gepoetst. 

Bij het voorlezen wordt een groot scherm gebruikt, omdat de kleuters het leuk vinden om ook beeld bij het verhaal te hebben. Zo gebruiken ze Fundels om digitale prentenboeken op het scherm te tonen terwijl de voorlezer voorleest. Een andere mogelijkheid is het inscannen van prenten uit de boeken.

Deze worden dan in een powerpoint verwerkt. Je kunt dat zo simpel of uitgebreid maken als je wilt, door al dan niet met overgangen en effecten te werken. Hierbij kunnen vrijwilligers ook helpen zodat de enige taak die nog bij de bibliotheekmedewerker zit, het maken van de powerpointpresentatie is.

Wanneer je met boeken zelf werkt, kies je best voor een groot boek of kamishibai of anders plaats je het (kleinere) boek best op een staander. 

Daarnaast kunt je prentenboeken via een abonnementenformule voorzien, maar dat is duurder, dus misschien eerder iets om in samenwerking te doen. Je kunt ook youtubefilmpjes gebruiken of met kamishibai werken.

Nog een andere mogelijkheid is het gebruiken van de E-prentenboeken van de Standaard Boekhandel. Je kunt een voucher kopen in een fysieke winkel en daarmee aan de slag gaan. 

Als je met voorleesvrijwilligers werkt, is het belangrijk om eraan te denken dat niet iedereen even digitaal vaardig is. Je laat dus best de vrijwilliger op voorhand al eens langskomen om een-op-een toelichting te geven, en je zet alles best ook al klaar.

De veranderende omstandigheden houden ook in dat de promotie bijgestuurd wordt, waarbij de focus op coronaproof ligt. Zo benadruk je best dat het via inschrijving verloopt en dat er een maximum van inschrijvingen is.

Wat de Voorleesweek betreft, werden er ook zaken aangepast. Er zal gefocust worden op de lagere school in plaats van op kleuters en lagere school, want bij lagere schoolkinderen kunnen zij afgezet worden zonder dat de ouders erbij blijven.

Dat betekent dan weer dat er meer kinderen binnen kunnen. Om het boeiend te houden voor de kinderen zal er ook een ‘tovenaar’ komen. De sessie wordt twee keer gegeven, zodat kinderen kunnen zien welk uur voor hen het beste past. Inschrijven is verplicht. 

Niet fysiek in de bibliotheek

In de bibliotheek van Oostende - goed voor 40 openingsuren - werd de beslissing genomen om geen fysieke activiteiten te laten doorgaan in de bib tot eind november. Dat betekent dus ook geen fysieke activiteiten voor de Voorleesweek in de bibliotheek. De activiteiten zullen dus contactvrij en digitaal georganiseerd worden, wat plan C was. 

Tijdens de zomer werd er al overgeschakeld op plan B: de zomerbib. Veel activiteiten vonden toen plaats in openlucht en werden in een miniversie georganiseerd. Het was belangrijk om te tonen dat er nog altijd mogelijkheden waren. Dat bleek een goede manier om het activiteitenaanbod bekend te maken.

Het aanbod bekendmaken loopt namelijk niet altijd van een leien dakje. Dat kan via Facebook, de nieuwsbrief en de website gedaan worden, maar toch zijn er heel wat mensen die niet bereikt worden.

Het blijven natuurlijk vluchtige media en veel mensen zijn het gewend om de gedrukte brochure met de geplande activiteiten in de bibliotheek op te halen. Het is dus belangrijk om je aanbod goed te communiceren. Toeleiding is hierbij erg belangrijk: je kunt externen betrekken om mensen naar een activiteit te leiden.

Zo hebben de activiteiten die voor corona niet zo populair waren (zoals het meertalig voorlezen) nu opeens een goede opkomst in vergelijking met andere activiteiten, omdat deze activiteit een eigen achterban heeft zodat er meer toeleiding was.

De voorlezers zorgen er ook voor dat het zeer geanimeerd gedaan wordt, met attributen en dergelijke. Om de voorlezer te beschermen wordt er gewerkt met plexiglas.

Ook interactie bekomen, kan moeilijk zijn bij een digitale activiteit. Je moet er op een of andere manier voor zorgen dat mensen zich betrokken voelen en dat ze geboeid zijn. Voorleesfilmpjes hebben vaak het nadeel dat ze nogal statisch zijn, wat het moeilijk maakt voor kinderen om hun aandacht erbij te houden.

Voor de Voorleesweek is er een ‘fysiek’ luik en een digitaal luik. Fysiek zal er een voorleeswandeling georganiseerd worden. In samenwerking met de ontmoetingscentra, die over de hele stad verspreid zijn, worden er prentenboeken voor de ramen van de bibliotheek, de filialen en de ontmoetingscentra gehangen.

De prentenboeken worden twee keer aangekocht, verknipt (vanwege recto verso), gelamineerd en dan aan de binnenkant van de ramen opgehangen. Zorg er hierbij voor dat het grote prenten zijn en duidelijke tekst.

Op deze manier kunnen mensen naar de ontmoetingscentra en de bibliotheken gaan en het verhaal voorlezen aan hun kinderen. Er worden verschillende prentenboeken gebruikt en als het aanslaat, kan er voor een roulement gezorgd worden. Vraag ook hier even na aan de auteur of de uitgeverij hoe het zit met auteursrechten. 

Om het digitale luik zo actief mogelijk te maken, baseren ze zich op een initiatief van de Brusselse bibliotheken tijdens de eerste lockdown. Voor Voorleesweek worden er 50 exemplaren van hetzelfde prentenboek aangekocht en aan ouders en gezinnen gegeven.

Ze kunnen dat in de bibliotheek en de filialen komen ophalen, maar dan moeten ze zich wel engageren om zich in te schrijven voor een zoomsessie. Tijdens die Zoomsessie wordt dat boek in de namiddag en in de avond collectief voorgelezen via breakout-rooms.

Eerst worden alle deelnemers (25 ‘s middags, 25 ‘s avonds) collectief verwelkomd en dan worden ze per 5 kinderen opgedeeld in breakout-sessies. Daar wordt het boek voorgelezen door bibliotheekmedewerkers of voorleesvrijwilligers, behalve het laatste blad.

Het is de bedoeling dat de ouder of de volwassene die bij het kind aanwezig is dat laatste blad voorleest. 

Tijdens de Voorleesweek zal er ook extra ingezet worden op de onthaalouders en kinderdagverblijven. Vorig jaar kregen zij voorleeskoffers aangeboden met boeken, een foldertje met wat je ermee kunt doen en met de boodschap dat het niet erg is als de boeken beschadigd worden.

Tijdens de Voorleesweek zal er gevraagd worden om daar nog eens extra gebruik van te maken. Via hen kijkt men ook of ze de ouders kunnen bereiken om boekentips en een lijstje met voorleestips door te geven. 

Enkele vragen

Kan iedereen voorlezen?

Als er bedoeld wordt ‘kan iedereen dat brengen?’, dan is het antwoord ja. Iedereen kan voorlezen. Iedereen doet dat op zijn eigen manier en dat is in orde. De voorleestips van Dominique Van Malder kunnen daarbij helpen en ook deze tips om voor te lezen aan baby’s en peuters, kunnen interessant zijn. 

Hoe voorkom je de drempel van het op voorhand inschrijven?

Voor contacttracing moet er een manier zijn om deelnemers te kunnen contacteren. Dat moet echter niet perse op voorhand gebeuren, je kunt ook een inschrijving doen op het moment zelf.

Op die manier neem je de drempel weg. Het is wel belangrijk om hierbij rekening te houden met de privacy: zorg ervoor dat deelnemers elkaars gegevens niet kunnen lezen. Voorzie bv. aparte inschrijfformulieren.

Hoe zit het met auteursrechten?

Het is zo goed als altijd nodig om toestemming te vragen aan de rechthebbenden, speel dus liever op veilig. Dat kan de auteur zelf zijn, of anders de uitgeverij.

Ook wanneer je besluit om, zoals in het praktijkvoorbeeld, prentenboeken aan te kopen, te verknippen en op te hangen, kan dit een inbreuk zijn op het auteursrecht als dit zonder toestemming gebeurt. Het zogenaamde integriteitsrecht laat de auteur namelijk toe om zich te verzetten tegen elke wijziging die de fysieke integriteit van een werk aantast, alsook tegen elke materiële wijziging aan het werk. Hetzelfde geldt voor het ophangen van grote prints van prentenboeken. In dit geval kan het misschien net interessant zijn om aan de uitgeverij te vragen of zij grote affiches in goede kwaliteit kunnen voorzien.

Wanneer er digitaal voorgelezen wordt, moet er ook altijd toestemming gevraagd worden, zelfs als dit in een besloten groep gebeurt. Er bestaat een uitzondering wanneer het gaat om een onderwijscontext, maar dat geldt enkel voor instellingen die door de overheid als dusdanig zijn erkend. Ook wanneer er live wordt voorgelezen terwijl het voorlezen ondertussen gestreamd wordt, moet er toestemming gevraagd worden. 

Het kan zeker de moeite lonen om met enkele bibliotheken samen te werken om auteursrechten te clearen. Soms betekent dat ook gewoon dat je daarvoor moet betalen.

Meer informatie over auteursrechten en copyright vind je op de website van deAteurs.

Kunnen illustratoren als essentiële derde gelden?

De lijst is niet-exhaustief, dus dat kan als de school daarmee akkoord gaat. Houd er ook rekening mee dat niet alle illustratoren/auteurs het in deze tijdens zien zitten om naar scholen te gaan. Meer info en de lijst met essentiële derden vind je hier.

Een vraag van Iedereen Leest: zijn er bibliotheken waar klasbezoeken nog doorgaan? Voor de Jeugdboekenmaand zouden ze graag het spel voor Bibster uittesten met enkele kinderen en jongeren om te zien of de vragen duidelijk zijn. Mocht er een bibliotheek zijn die dat (eventueel na de strengere maatregelen) weer doet, dan kun je Kathleen Cortens contacteren.

Photo by Picsea on Unsplash.


Nieuwsberichten

Alle nieuwsberichten

Waarom lid van de VVBAD worden?

  • Deel zijn van het netwerk van experten en collega's
  • Mee de belangen van de informatiesector behartigen
  • Korting krijgen op de activiteiten van de VVBAD
  • Toegang krijgen tot vakinformatie
  • Participeren in de verenigingsbesturen
Word lid

VVBAD maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren. Door deze te accepteren of door gebruik te blijven maken van deze website, gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies. Wil u meer weten over cookies, of uw cookie-instellingen voor deze website aanpassen? Bekijk dan hier de voorwaarden.

© Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie vzw
Statiestraat 179 | B-2600 Berchem (Antwerpen)
Tel: (+32) 03 281 44 57 | email: vvbad@vvbad.be