Oorlog in onderzoek: 75 jaar NIOD

META Nummer 2020/6

Oorlog in onderzoek: 75 jaar NIOD

Geschreven door Peter Laroy
Gepubliceerd op 23.08.2020

Een droominstituut waar iedere historicus wel wil werken, zo omschrijft historica Kayleigh Goudsmit het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies in Amsterdam. Bij het brede publiek werd het instituut niet enkel bekend door zijn onderzoek naar de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, maar vooral door het rapport over de rol van Nederlandse militairen in Srebrenica in 1995. Dat document leidde in 2002 zelfs mee tot het ontslag van het toenmalige kabinet-Kok II.

De organisatie vierde in 2020 haar 75-jarige bestaan. Naar aanleiding daarvan blikken een dertigtal auteurs in de bundel Oorlog in onderzoek terug op diverse aspecten van de werking. Het boek bevat heel wat elementen die voor gelijkaardige instellingen herkenbaar zijn of interessante informatie opleveren.

Een aantal auteurs besteden bijvoorbeeld aandacht aan de vraag in welke mate een instituut dat zich richt op een specifiek verleden nog nut heeft. Hebben wij het intussen allemaal wel niet wat gehad met die oorlogsjaren? Wat betekent dat voor jongere generaties?

Het is een bekommernis die archieven en musea elk in hun eigen context weleens voorgeschoteld krijgen. Een oplossing bestaat er dan in zichzelf heruit te vinden of het werkingsveld te verbreden. In het geval van het NIOD is de oriëntatie doorheen de voorbije jaren inderdaad een aantal keren bijgesteld.

Er groeide eerst meer aandacht voor het koloniale verleden, later voor conflicten uit de recentere geschiedenis (Korea, de Balkan en recent zelfs het Midden-Oosten) en er volgde een bijkomende oriëntering op holocaust en genocide.

Huidig NIODdirecteur Frank van Vree beschrijft in het slotartikel hoe behoedzaam een dergelijke verandering aangepakt moet worden. Het is een herkenbaar beeld van zoeken naar evenwicht tussen het verbreden en toch behouden van de bestaande focus.

Enkele auteurs behandelen verder de vraag in welke mate een instituut als het NIOD keuzes moet maken tussen werken voor een groot publiek dan wel aansluiting zoeken met internationaal academisch georiënteerd onderzoek.

De eerste decennia koos de legendarische directeur Loe de Jong er uitdrukkelijk voor om de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog naar het brede publiek te brengen.

Met zijn standaardwerk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog (13 delen in 27 banden en 17.000 pagina’s) beroerde hij de publieke opinie. De Jong groeide uit tot een mediafiguur en tot een expert die kon oordelen over het oorlogsverleden van politieke figuren.

Het effect van dergelijke bepalende figuren zorgt soms voor het afremmen van innovatie in de organisatie en dat was voor het NIOD niet anders. Later ging het NIOD een andere richting uit en koos meer voor de academische benadering.

Bijdragen over de rol van het NIOD in het consortium European Holocaust Research Infrastructure (EHRI) en over het openaccess-tijdschrift Fascism. Journal of Comparative Fascist Studies illustreren dat.

IMPORTANT

Het NIOD ziet zichzelf intussen steeds meer als een expertisecentrum en minder als een collectiebeherende instelling. In de beginjaren lag de nadruk nog sterk op het verzamelen van allerhande materiaal dat betrekking had op de oorlogsjaren.

Sporen hiervan zijn in het boek aanwezig in het interessante beeldessay met foto’s van de archief- en bibliotheekruimte van vroeger en nu. Beschouwingen over de financiering van een dergelijke instelling zijn eveneens herkenbaar.

Aanvankelijk kreeg het NIOD steun uit private middelen, vanaf 1963 kwam er ondersteuning van de minister van Onderwijs en sinds 1999 is het instituut ondergebracht in de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Het was niet altijd evident om geld te vinden en soms wekte dat ergernis op.

Ewoud Kieft beschrijft hoe de uitgave van een wetenschappelijke Nederlandstalige editie van Mein Kampf niet gefinancierd kon worden, waarna een commerciële uitgever de rol overnam en ruim 20.000 exemplaren verkocht. Minder fraaie kanten worden dus niet verhuld.

Men leze maar de anekdotes over spanningen rond de uitbouw van een afdeling koloniaal verleden (medewerkers spraken Maleis om afluisteren te vermijden) of over de ‘foute’ geschiedenis van het NIOD-gebouw aan de Amsterdamse Herengracht (“compromitterende koloniale behuizing”).

De bundel eindigt wel terecht met een positieve blik op de toekomst. Het NIOD is na 75 jaar immers een huis dat er staat, met stevige funderingen.

> BAKKER, Marjo, DRENTH, Petra, KEMPERMAN, Jeroen en PIERSMA, Hinke, Oorlog in onderzoek: 75 jaar NIOD, Amsterdam, Boom, 2020, 192 p.

Waarom lid van de VVBAD worden?

  • Deel zijn van het netwerk van experten en collega's
  • Mee de belangen van de informatiesector behartigen
  • Korting krijgen op de activiteiten van de VVBAD
  • Toegang krijgen tot vakinformatie
  • Participeren in de verenigingsbesturen
Word lid

VVBAD maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren. Door deze te accepteren of door gebruik te blijven maken van deze website, gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies. Wil u meer weten over cookies, of uw cookie-instellingen voor deze website aanpassen? Bekijk dan hier de voorwaarden.

© Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie vzw
Statiestraat 179 | B-2600 Berchem (Antwerpen)
Tel: (+32) 03 281 44 57 | email: vvbad@vvbad.be