Opgespeld en opgeprikt: bewaring en ontsluiting van badges en buttons

META Nummer 2020/2

Opgespeld en opgeprikt: bewaring en ontsluiting van badges en buttons

Geschreven door Martijn Vandenbroucke
Gepubliceerd op 11.03.2020

In het Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis (Amsab-ISG) liep van eind november tot eind februari de tentoonstelling Over The Badges. Er werd een (bescheiden) deel tentoongesteld van de collectie ronde, metalen en over het algemeen kleurrijke voorwerpen die voorzien zijn van een speld en vaak ook van een opgedrukte slogan. Dit zijn buttons, tekens die mensen op hun kledij spelden om uitdrukking te geven aan hun persoonlijkheid, voorkeuren en/of overtuigingen. Binnen het actieterrein van de (nieuwe) sociale bewegingen zijn dit soort tekens een klein, maar markant gegeven. Het Amsab-ISG beschikt dan ook over een uitgebreide selectie van wat gemeenzaam ‘badges’ genoemd wordt en waarvan de buttons slechts één type zijn.

IMPORTANT

Badges: een lange geschiedenis en complexe terminologie 

Wat is nu eigenlijk een badge? De Engelse definitie spreekt van “a small piece of metal, plastic, or cloth bearing a design or words, typically worn to identify a person or to indicate membership of an organization or support for a cause”. Naar het Nederlands wordt het woord ‘badge’ vertaald als ‘insigne’ of ‘wapen’. Beide woorden worden echter zelden gebruikt wanneer het gaat om wat ik in het verdere verloop van de tekst ‘badges’ zal blijven noemen. De ene badge is echter de andere niet. Er zijn heel wat verschillende types, zowel qua vorm als materiaal of betekenis.

In de eerste plaats denk ik aan wat wij hier een insigne noemen, een officieel kenteken van een waardigheid of prestatie, met name de bedevaartsinsignes. Tekens worden al eeuwenlang gebruikt om groepen af te bakenen, zowel in de inclusieve als exclusieve zin. In het eerste geval gaat een drager van zo’n teken zich identificeren met een groep, in het tweede geval gaat iemand anders de drager van een teken identificeren met en reduceren tot een bepaalde groep. Tot het laatste geval, in zijn meest radicale vorm, behoorde het (gedwongen) dragen van een Jodenster, waarvan de vorm overigens niet voldoet aan de definitie van de badge: vormelijk is zij een ‘patch’, een stuk textiel dat op kledij gehecht werd.

Adellijke families maakten er al een gewoonte van om het familiewapen op kledij en wapens af te beelden. Uitzonderlijk gebeurde dat ook op juwelen, zoals broches. Ambachtslieden daarentegen gebruikten zogenaamde gildepenningen; munten met inscripties van een jaartal of initialen, maar evengoed met een symbool van het ambacht, om hun aanwezigheid op begrafenissen van gildebroeders en –zusters te rechtvaardigen. Deze tekens werden geleidelijk aan ook voor andere gelegenheden gebruikt. Bodes van de ambachtslieden speldden het teken op wanneer ze een boodschap overbrachten en verschaften zich daarmee een zekere legitimatie.

IMPORTANT
Om de visuele waarde van de buttons tot hun recht te laten komen werden enkele vergrote afdrukken gemaakt.

Pelgrims droegen kleine lood-tinnen insignes op hun hoed, tas of mantel. Het was de regel dat een drager van zo’n insigne gastvrij ontvangen werd door de bewoners langs een pelgrimsroute. Iedere bedevaartsplaats had zijn eigen tekens; vaak een heilige of een symbool verbonden met de stad. Dankzij de populariteit van de insignes, waarvan er miljoenen verkocht werden op (jaar)markten allerhande, gingen de makers ervan ook nietreligieuze of profane afbeeldingen maken, waarvan sommige de grenzen van het scabreuze opzochten of overschreden.

Het lijdt geen twijfel dat de kopers (en eventueel dragers) ervan ze ook kochten als aandenken of puur als versiering. Sommigen bestrijden de stelling dat deze laatmiddeleeuwse insignes de eerste badges waren. En toch, ze droegen een boodschap uit en beklemtoonden dat de drager zich met een groep identificeerde, evenwel met een zeker individualisme. Tijdens de inauguratie van de Amerikaanse president George Washington in 1789 droegen veel van zijn aanhangers een ter plaatse gekochte knoop op hun kleding met daarop de tekst “Long Live the President” en Washingtons initialen.

Het is niet erg moeilijk om de overeenkomst met de gildetekens te zien, al is het waarschijnlijk dat beide gebruiken los van elkaar ontstaan zijn. Mensen hebben altijd de gewoonte gehad om zich te identificeren met een groep. Denk maar aan de kokardes, die op hoeden en mutsen gespeld werden, aanvankelijk bedoeld om een militaire rang of kamp aan te duiden bij het ontbreken van duidelijke uniformen, maar algauw ook gebruikt om de sympathie voor een idee (de republikeinse gedachte in Frankrijk) of een natie (het Oranjegevoel in de Noordelijke Nederlanden) te tonen. De kleurenkokardes werden – voornamelijk in Angelsaksische landen – ook gebruikt om het lidmaatschap van een politieke partij aan te duiden, al werd die eerder op de revers geprikt, waardoor ze gemakkelijk verward kunnen worden met corsages.

IMPORTANT
De badges worden opgeborgen in geponste MAF-platen die in charterbergingen worden vastgezet.

Bij een corsage - een bloemstuk dat ter hoogte van de borst gedragen wordt - is de toepassing in de eerste zin esthetisch. Bij een broche is er zelfs geen andere betekenis dan de schoonheid van het opgespelde object. Het opspelden van een corsage is net als bij een medaille omgeven met rituelen en voorschriften. Maar terwijl bij de eerste de omstandigheid waarbij ze gedragen kan worden bepalend is, gaat het bij de tweede om wie ze opspeldt. Dit geldt ook voor de scoutsbadges, die ondanks hun naam beter als medaille omschreven kunnen worden.

Naast de insigne, de patch, gildetekens, de kokarde en de corsage zijn er nog de button en het speldje. Bij de laatste is de vorm mee bepalend bij het uitdragen van de boodschap. Zoals eerder aangegeven heeft de button een uniforme, ronde vorm. Er wordt enkel gecommuniceerd via de opdruk. Omdat de productiekost van een button veel lager ligt dan die van het speldje, kent de eerste ook een veel ruimere verspreiding. 

Ten slotte is er de pin, die tussen beide inzit. Pins onderscheiden zich van speldjes en buttons door het hechtingsmechanisme: in plaats van een horizontale naald, bezit een pin een – meestal stevige – verticale naald die onder de doorboorde stof vastgemaakt wordt met een hoedje.

IMPORTANT
De MAF-platen kunnen ook als tentoonstellingsframe worden gebruikt.

Badges, of het nu insignes, spelden of de moderne buttons of pins zijn, vertellen ons iets over het verleden. Ze zijn een uiting van een bepaald maatschappelijk fenomeen en zijn daarmee ook een historische bron. Voor een onderzoek van bijvoorbeeld de vredesbeweging, of, in een algemenere context, de punkbeweging, zijn buttons niet te verwaarlozen bronnen.

Het spreekt dan ook vanzelf dat een collectiebeherende erfgoedinstelling ze bewaart, beheert en ontsluit. Badges vormen een uitdaging voor de collectiebeheerder, door hun heel diverse vormen en omvang. Sommige collecties werden wegens het geringe wetenschappelijk-historisch belang dat er in het verleden aan toegekend werd en de grote tijdsinvestering die verpakking en beschrijving ervan vraagt, al wel eens verwaarloosd.

De collectie van het Amsab-ISG 

Als de medailles niet meegeteld worden, vormen de buttons het grootste deel van de collectie badges. Nadat enkele jaren geleden besloten werd om deze collectie te beschrijven en opnieuw te verpakken, werd bijzondere aandacht besteed aan de buttons. Hoewel zijn oorsprong en (minstens) zijn naam in de 18de eeuw ligt, kent de button pas een ruime verspreiding vanaf de overgang van de 19de in de 20ste eeuw, nadat het Amerikaanse bedrijf The Whitehead & Hoag Company in 1896 een patent aanvroeg voor een nieuwe manier om badge pins of buttons te produceren. Het doel was om de button als reclamemiddel en als campaign token bij verkiezingscampagnes in te zetten. Vrij snel werden ze ook gebruikt als herdenkingsteken: de eerste buttons voor het vrouwenkiesrecht zijn daar een mooi voorbeeld van.

IMPORTANT

Pas in de jaren 1950 brak de button behalve in de Verenigde Staten en – in minder mate – het Verenigd Koninkrijk, ook op het Europese vasteland door. Aanvankelijk was de boodschap eerder voorzichtig of neutraal, met verwijzingen naar de popcultuur. De button werd een mode-statement, gelinkt aan de opkomende jeugdcultuur. Het gebruik diversificeerde zich dan ook sterk van de Amerikaanse ‘traditie’ als politiek campagnemiddel. In de jaren 1970 werd de button erg populair bij een breed scala van protestbewegingen. Er werd in Europa dan ook voornamelijk een anti-establishmentboodschap mee uitgedrukt. Deze onderwerpen sluiten nauw aan bij het collectieprofiel van het Amsab-ISG.

Een minderheid van de collectie heeft betrekking op de ‘klassieke’ socialistische beweging (partij, vakbond, coöperatie, mutualiteit, enz.) en brengt een duidelijk politieke boodschap, terwijl het overgrote deel betrekking heeft op acties rond maatschappelijke thema’s, zoals vrede en antimilitarisme, milieu en atoomenergie, de vrouwenbeweging, mensenrechten, seksualiteit en de holebibeweging, migratie, racisme, internationale solidariteit en de derde wereld. De buttons hebben over het algemeen een doorsnede van 38 mm, maar ook doorsneden van alles tussen 25 en 60 mm zijn geen uitzondering. In de tabel komen ze dan ook voornamelijk in de categorieën A en B en in mindere mate in de categorieën C en D terecht. Groter is ook denkbaar, maar wel uitzonderlijk.

IMPORTANT
Bij het herverpakken van de badges blijkt het een behoorlijke uitdaging om het overzicht te houden.

In de collectie van het Amsab-ISG hebben zo’n 3.000 objecten een identificatie gekregen, bestaande uit ‘MED’ en een nummer, waarbij ‘MED’ voor ‘medaille’ staat, hoewel ook (leg) penningen, (sleutel)hangers, revers- en pinspelden en uiteraard ook ruim 500 buttons daarmee aangeduid worden. Aanvankelijk werden ze in een hangende opstelling, in niet-inerte plastic mappen in dossierhangkasten bewaard.

De stukken die als bijzonder werden gezien, kwamen in een liggende opstelling in ladekasten terecht. Er werd nauwelijks onderscheid gemaakt tussen types van badges. Buttons bleven over het algemeen onbeschreven en wat wel nader ontsloten werd, kreeg als etiket ‘medaille’ mee. Hierdoor was enkel een onvolledig en vaak foutief beeld op de collectie mogelijk. Enkele jaren geleden werd dan ook besloten deze ‘medaillecollectie’ grondig aan te pakken.

Beschrijven, verpakken en opbergen

Met de hulp van een vrijwilliger werden alle badges, inclusief (sleutel)hangers en penningen, gefotografeerd (voor- en achterzijde). Elke badge werd als een afzonderlijk object benaderd en kreeg een (object)nummer. Vervolgens werden ze zorgvuldig verpakt. Zowel de hangende opstelling als opberging in ladekasten werd als schadelijk beschouwd. In de hangmappen én de kasten kwamen de stukken met elkaar in aanraking wanneer een lade geopend werd. Bovendien konden de schadelijke stoffen in het niet-inerte plastic de objecten aantasten. Ten slotte was het in beide opstellingen ook uitermate moeilijk om een nummer aan de badges te hechten.

IMPORTANT

Na een onderzoeksronde bij enkele collega-instellingen, waarbij we vooral gebruik maakten van de kennis van onze collega’s bij de Gentse universiteitsbibliotheek, besloten we de badges te verpakken in dozen in liggende opstellingen (de zogenaamde platte dozen). In nauw overleg met een belangrijke toeleverancier voor verpakkingsmaterialen voor musea en industrie werden veertien verschillende vormen en doorsneden uitgesneden (geponst) uit 10 mm schuimplaten Museum Art Foam (MAF) 241 met afmetingen van 244 x 167 mm.

Aanvankelijk waren er meer types voorzien, maar gezien de kleine oplages en de daaruit volgende hoge kostprijs moest het aantal types beperkt worden. De gemiddelde kostprijs per plaat werd teruggebracht tot 45 euro. Zes modellen kregen ronde uitsnijdingen, met diameters van 30 tot 90 mm. Hoe groter de diameter, hoe minder badges er per plaat opgeborgen konden worden. De platen werden besteld in verhouding tot het formaat van de badges in de collectie. Daarbij bleek al snel dat het aantal badges in de collectie omgekeerd evenredig afnam met de gemiddelde diameter: hoe groter de diameter, hoe minder stuks in de collectie (zie tabel).

IMPORTANT

Niet elke badge heeft echter een ronde vorm. Voor deze buitenformaten werden nog eens acht types MAF-platen ontworpen. De uitgeponste vormen zijn rechthoekig, met afmetingen van 30 x 50 mm tot 80 x 90 en 70 x 155 mm. Samen boden ze plaats aan 710 badges, of minder dan de helft van het aantal dat in de ronde uitsnijdingen paste. De afmetingen 50 x 100 mm kwamen het meeste voor. Het gaat hier voornamelijk om penningen, hangers en medailles, waarvan sommigen wegens hun gewicht wellicht nooit of zelden gedragen werden en voornamelijk een sierfunctie hadden. Het ontwerpen van de diverse modellen was een lang en stapsgewijs proces, dat enkel een resultaat kon hebben mits enige kennis van de collectie.

Opmeting en beschrijving van de badges en aanverwante objecten was gewenst, maar niet noodzakelijk. Aan de hand van schattingen, steekproeven en extrapolaties kon ongeveer bepaald worden hoeveel platen van welk type nodig waren. Omdat het de bedoeling was om de stukken na beschrijving onmiddellijk te verpakken, kon niet gewacht worden met het ontwerpen en bestellen van de MAFplaten tot er een exacte telling was gedaan: er werd een werkwijze verkozen waarbij het aantal handelingen zoveel mogelijk beperkt werd.

IMPORTANT
Modeltekening voor een geponste MAF-plaat (model B).

Opmeting en beschrijving van de badges en aanverwante objecten was gewenst, maar niet noodzakelijk. Aan de hand van schattingen, steekproeven en extrapolaties kon ongeveer bepaald worden hoeveel platen van welk type nodig waren. Omdat het de bedoeling was om de stukken na beschrijving onmiddellijk te verpakken, kon niet gewacht worden met het ontwerpen en bestellen van de MAFplaten tot er een exacte telling was gedaan: er werd een werkwijze verkozen waarbij het aantal handelingen zoveel mogelijk beperkt werd.

IMPORTANT

De platen zijn zo gesneden dat ze perfect in een standaard charterberging van 370 x 245 x 17 mm passen. Drie charterbergingen passen vervolgens perfect in een prentendoos met afmetingen van 430 x 305 x 60 mm. Door de kleine opstaande rand van de charterberging is er voldoende ruimte tussen de charters en platen, waarvan geen enkele badge boven de rand uitsteekt, waardoor er dus ook geen wrijving ontstaat. De dozen werden, maximaal drie hoog, op een open rekopstelling geplaatst. Elke handeling is vlot en gemakkelijk. Zelfs als een doos licht schuin gehouden wordt, blijft de badge op zijn plaats. Schokken en bepaalde handelingen - zoals blootstelling aan het licht - worden door deze werkwijze ook zoveel mogelijk vermeden.

Het werk is nooit af 

De buttons hebben, gezien hun relatieve kwetsbaarheid, prioriteit gekregen bij de opberging. Hun goede bewaring kan een grote uitdaging vormen. Om de fabricatiekost zo laag mogelijk te houden, werden goedkope materialen gebruikt. Het metaal is meestal van minderwaardig blik en erg vatbaar voor oxidatie en verroesting. Spelden van vaak gedragen badges vertonen dan ook dikwijls roestsporen. Bij de eerste buttons werd de tekst rechtstreeks op het schild gedrukt, waardoor het in de meeste gevallen reeds afgesleten is. Bij de meeste latere buttons werd de opdruk op een stuk papier gedrukt, dat om het schild gevouwen werd en vervolgens bedekt met een laag Mylar of (in de 19de en begin 20ste eeuw) celluloid. Buttons kunnen gemakkelijk gemaakt worden, ook in een thuisomgeving, wat uiteraard consequenties heeft voor de duurzaamheid. Zowat alle buttons, met uitzondering van recent verworven stukken, zijn inmiddels beschreven en opgeborgen

 

Waarom lid van de VVBAD worden?

  • Deel zijn van het netwerk van experten en collega's
  • Mee de belangen van de informatiesector behartigen
  • Korting krijgen op de activiteiten van de VVBAD
  • Toegang krijgen tot vakinformatie
  • Participeren in de verenigingsbesturen
Word lid

VVBAD maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren. Door deze te accepteren of door gebruik te blijven maken van deze website, gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies. Wil u meer weten over cookies, of uw cookie-instellingen voor deze website aanpassen? Bekijk dan hier de voorwaarden.

© Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie vzw
Statiestraat 179 | B-2600 Berchem (Antwerpen)
Tel: (+32) 03 281 44 57 | email: vvbad@vvbad.be