Vlaamse Erfgoedbibliotheken

META Nummer 2019/7

Vlaamse Erfgoedbibliotheken

Geschreven door Anke De Naegel
Gepubliceerd op 01.10.2019
IMPORTANT
V.l.n.r.: Johan Eeckeloo, An Renard, Eva Wuyts en Melvyn Collier.

We zijn geëvolueerd van een moeilijk experiment naar een degelijke organisatie.

De organisatie Vlaamse Erfgoedbibliotheken heeft na tien jaar een nieuwe naam, een nieuwe locatie en een verbreed bestuur. META ging horen waarom deze veranderingen er kwamen en wat ze allemaal inhouden. We spraken met vier mensen die elk vanuit een andere rol de organisatie goed kennen. Twee bestuursleden die er van bij het begin bij waren; de voorzitter Melvyn Collier — vroeger verbonden aan de KU Leuven — en An Renard, verbonden aan de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience en secretaris-penningmeester. Daarnaast was Johan Eeckeloo aanwezig, bibliothecaris van het Koninklijke Conservatorium van Brussel, School of Arts Erasmushogeschool en Eva Wuyts, de coördinator van de Vlaamse Erfgoedbibliotheken.

Dit jaar veranderde de Vlaamse Erfgoedbibliotheek haar naam naar Vlaamse Erfgoedbibliotheken. Een kleine aanpassing met een grote betekenis? Waarom deze wijziging?

An Renard: De oorspronkelijke naam was Vlaamse Erfgoedbibliotheek, maar eigenlijk dekte die de lading niet. Het gaat niet om een bibliotheek, maar om een netwerk van bibliotheken. Daar komt nog bij dat de vzw Vlaamse Erfgoedbibliotheken tot vorig jaar gehuisvest was in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience. Natuurlijk zorgde dat voor voortdurende verwarring wanneer men het over de Erfgoedbibliotheek had. Met die andere naam willen we die verwarring wegnemen. Bovendien is het een statement, aangezien het nieuwe beleidsplan nog meer de focus legt op de grote groep van erfgoedbibliotheken die bestaan, ook de kleinere. Het is echter geen radicale naamsverandering, want we vonden het fijn om ons mooie logo en de basis van onze vorige naam te behouden.

Eva Wuyts: Die lichte aanpassing toont dat we niet breken met ons verleden, dat we onze geschiedenis niet uitwissen. Daarom dragen oudere projecten nog de naam Vlaamse Erfgoedbibliotheek. Alle initiatieven die dit jaar opstartten, kregen echter de nieuwe naam. Daarnaast is het een duidelijk signaal dat we toch in een soort nieuwe hoedanigheid — als dienstverlenende organisatie, en niet meer als zuiver samenwerkingsverband — gaan werken. Daarom kozen we voor het meervoud in onze naam. En omdat dit jaar een nieuwe beleidsperiode begon, was dit het geschikte moment om van naam te veranderen, al is het nog niet officieel gebeurd. Daarvoor moeten binnenkort de statuten nog veranderd worden.

Met deze verandering van naam ging ook een verandering van locatie gepaard. Om welke reden gebeurde dat?

Eva: De locatieverandering werd vooral ingegeven door praktische omstandigheden. We waren gehuisvest in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, maar dat werd wat krap, zeker toen bleek dat we er nog nieuwe projectmedewerkers zouden bijkrijgen in 2019. We gingen dan op zoek naar een nieuwe locatie en kwamen terecht bij de VVBAD. Dat kwam zeer goed uit, want we zijn allebei netwerkorganisaties, dus hebben we veel affiniteit met de VVBAD.

Als derde aanpassing werd het bestuur dit jaar uitgebreid. Een grote transformatie?

Eva: De uitbreiding van het bestuur stond al langer op de agenda, maar werd nu versneld door het nieuwe Cultureel-erfgoeddecreet en de nieuwe plaats die we opnemen in de erfgoedsector. Onze dienstverlenende rol is breder dan de zes stichtende leden alleen en dat zien we graag vertegenwoordigd in het bestuur. De stichtende leden hebben onze organisatie groot gemaakt en zijn belangrijke partners, maar we wilden ook andere types bibliotheken in het bestuur en de algemene vergadering brengen.

Johan Eeckeloo: Dat vind ik ook het goede eraan. De organisatie werkte altijd voor het hele werkveld, maar dat vertaalde zich minder naar het bestuur. De oorspronkelijke zes leden zijn onder andere gekozen omdat ze verspreid zijn over heel Vlaanderen. Door dat geografische criterium was er relatief weinig inhoudelijke diversiteit. De focus lag — onbedoeld misschien — voornamelijk op wetenschappelijke bibliotheken, en dan is het goed dat er nu ook aandacht is voor kunst- en andere types bibliotheken, want daar zit natuurlijk ook erfgoed. Daarom ben ik heel positief over deze uitbreiding van het bestuur.

Eva: Het gaat inderdaad vooral om een verbreding van de bestuursorganen. Als het gaat over klankbord- en werkgroepen gingen we al een aantal jaar heel breed.

Melvyn Collier: Daarom zou ik zeggen dat het eerder een evolutie is dan een transformatie.

Eind vorig jaar, in 2018, vierde jullie organisatie haar tienjarig bestaan. Een perfect moment om terug te blikken op het verleden. Wat zijn jullie grootste verwezenlijkingen?

An: Alleen al het feit dat we nu een echte organisatie zijn, is een van onze grootste verwezenlijkingen. De VEB werd in 2008 opgestart vanuit een samenwerkingsproject. Dat was ook nog eens redelijk experimenteel, want het bestond uit spelers die elkaar vroeger zelden op één platform zagen en zeker niet samen projecten ontwikkelden. We zijn echt geëvolueerd van een moeilijk experiment naar een degelijke organisatie die structureel subsidie ontvangt.

Eva: En niet alleen de organisatie zelf is geëvolueerd, ook de zichtbaarheid van de erfgoedbibliotheken is toegenomen. Toen we begonnen maakten we een postkaartboekje om het publiek, maar ook onze collega’s in de erfgoedsector zelf, duidelijk te maken wat de notie bewaarbibliotheek of erfgoedbibliotheek betekende en om die instellingen een gezicht te geven. Als nu iemand het rijtje “musea, archieven, …” opsomt volgt daar automatisch “en erfgoedbibliotheken” op. Er wordt tegenwoordig naar onze sector geluisterd. Misschien worden we nog niet zo ondersteund door de overheid als andere sectoren, maar we worden wel gehoord en gezien, ook binnen de instellingen zelf.

Melvyn: Inderdaad, dat punt wil ik benadrukken, want ik denk dat het op kaart zetten van de erfgoedsector een van onze grootste verwezenlijkingen is. De sector die vroeger niet gezien werd op Vlaams niveau, en zelfs niet op Belgisch niveau, werd tijdens de laatste beleidsperiode erkend door de Vlaamse overheid.

Eva: Een andere verwezenlijking is de verhoogde samenwerking in het veld; het feit dat veel diverse instellingen samenwerken aan bepaalde projecten.

Johan: Ook de concrete realisaties zijn belangrijk. Projecten waar erfgoedbibliotheken al lang van dromen kunnen uitgevoerd worden door de steun van onze overkoepelende organisatie. Hierdoor krijgt de vzw Vlaamse Erfgoedbibliotheken een stimulerende en inspirerende rol.

Naast verwezenlijkingen waren er vermoedelijk veel uitdagingen. Wat zijn de grootste uitdagingen voor een erfgoedbibliotheek?

An: Dat zijn er heel wat. Je hebt enerzijds de problemen met de conservering van het materiële papieren erfgoed. Anderzijds is er dan weer de uitdaging van de digitalisering.

Johan: Daarnaast is er de noodzaak aan pragmatisme. Tussen de droom en de werkelijkheid word je geconfronteerd met beperkte middelen. Je kunt wel iets doen, maar je moet vaak heel pragmatische beslissingen nemen.

An: Als we iets hebben gedaan, dan is het met een minimum aan middelen een maximaal resultaat neerzeten.

Eva: En niet alleen een minimum aan middelen, ook aan mensen. Het blijft belangrijk dat men inziet dat erfgoedbibliotheken goed gekaderd moeten worden en dat er goed opgeleide mensen nodig zijn. Wij als Vlaamse Erfgoedbibliotheken kunnen wel instrumenten en trajecten aanbieden, maar als er geen personeel is om ze uit te voeren dan zijn ze er niet veel mee. Daarom is het een nadeel dat — naast de andere uitdagingen die op bibliotheken afkomen — de universitaire opleiding Informatie- en Bibliotheekwetenschappen aan de Universiteit Antwerpen afgeschaft werd.

Zou het dan beter zijn als er weer een opleiding bestond?

An: Ik denk dat het altijd belangrijk is om mensen met een goede scholing in bibliotheken aan te nemen. Ook op het vlak van bibliotheektechnische competenties. Of dat nu een universitaire opleiding moet zijn of een meer permanente vorming, daar laat ik mij niet over uit.

Melvyn: Een mogelijke manier om het wegvallen van die opleiding op te vangen, is een vorming in erfgoedwerking aan te bieden als keuzetraject in een bestaande studierichting zoals cultuurmanagement.

An: Een andere mogelijkheid is het structureler uitwerken van een concept dat we nu al toepassen, namelijk het aanbieden van stages bij elkaar. Zo kan een medewerker van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience eens naar erfgoedbibliotheken in Gent of Leuven gaan om daar een dag mee te lopen en vice versa.

Tegenwoordig veranderen de maatschappij en de technologie zeer snel. Zijn er veel ontwikkelingen geweest in jullie tienjarig bestaan?

Melvyn: De grootste verandering in die tien jaar is de democratisering van de digitalisering. Informatie moet nu opengesteld worden voor het brede publiek. Dat zorgt voor nieuwe uitdagingen als erfgoedbibliotheek. We mogen niet meer alleen bezig zijn met het bewaren van zaken, we moeten het publiek er ook bij betrekken. Voor onze toekomst is het belangrijk dat we hierbij zeker de jongeren bereiken. Het voordeel van de digitalisering is dat we zo mensen bereiken die zich vroeger nooit zouden afvragen wat een erfgoedbibliotheek in haar bezit heeft.

Johan: Daarmee gaat een andere verandering samen: de noodzaak aan maatschappelijke relevantie. Die wordt bijna een basisgegeven om verantwoord te kunnen bewaren en ontsluiten. Vroeger, zou je kunnen stellen, was het bewaren op zich al voldoende om een erfgoedbibliotheek te zijn; tegenwoordig moet je kunnen aantonen dat je nuttig bent voor de maatschappij. Dat zijn we natuurlijk ook, want erfgoed is belangrijk om te weten wie je bent en wie je wilt worden.

In de toekomst zullen er nog verdere ontwikkelingen zijn. Denken jullie dat dat voornamelijk een verdere digitalisering zal zijn en de nood aan maatschappelijke relevantie? Of zitten er nog andere ontwikkelijkingen aan te komen?

An: Ik denk dat ook het delen van kennis en het zelf ontwikkelen van kennis belangrijk zullen zijn. Het zal niet meer voldoende zijn om als bibliotheek een opslagplaats van collecties te zijn, we zullen zelf in gesprek moeten gaan over de kennis die we hebben. Dat is toch wel een andere invalshoek dan vroeger en dat vraagt andere mensen en andere profielen.

Hoe zijn jullie van plan om in te spelen op die ontwikkelingen? Wat zijn jullie plannen voor de toekomst?

Eva: Er zijn veel plannen. De belangrijkste zijn vervat in ons nieuwe beleidsplan. Dat focust op drie thema’s: analytische bibliografie, datamanagement en collectiebeleid met inbegrip van behoud en beheer. De bibliografische ontsluiting dat zijn onze databanken. Onder andere STCV (bibliografie van het handgedrukte boek), Abraham (catalogus van Belgische kranten) en MMFC (databank van middeleeuwse handschriften in Vlaanderen) horen daarbij. We bouwen voort op een basis die er al tien jaar ligt en die zetten we zeker verder. Deze databanken helpen om de collecties van kleinere erfgoedbibliotheken die niet op wetenschappelijke wijze ontsloten zijn tot het grote publiek te brengen. We verzamelen, bewaren en managen niet alleen data, we ontsluiten ze zoveel mogelijk en hoe langer hoe meer in de vorm van open data. Binnen het domein Collectiebeleid willen we een meer strategische omgang met collecties stimuleren, bijvoorbeeld door trajecten rond collectiebeleidsplanning. Onze collectiewijzer vormt hier een belangrijk onderdeel van. Behoud en beheer gaat bijvoorbeeld over schaderegistratie en een collegagroep. Want binnen al deze domeinen willen we onze dienstverlening meer modelleren op vragen van onderuit. Daarom willen we nieuwe collegagroepen oprichten. Dat zijn een soort lerende netwerken waarbinnen collega’s samenkomen om te reflecteren over bepaalde thema’s, hun kennis en ervaring te delen en expertise uit te wisselen. Hierdoor kunnen wij beter te weten komen wat de noden van de sector zijn en daarop inspelen.

Melvyn: Zoals gezegd is open data een erg belangrijk punt in ons beleidsplan. Dat is het thema van vandaag en van de toekomst. Naast de speerpunten uit ons beleidsplan, die nogal technisch klinken, willen we onze zichtbaarheid als erfgoedsector nog verder verhogen.

Een van de belangrijkste functies van jullie organisatie is het verlenen van diensten binnen het Cultureel-erfgoeddecreet. Wat houdt dat precies in?

Eva: Het Cultureel-erfgoeddecreet is de wandelgangennaam voor de regelgeving van de Vlaamse overheid met betrekking tot de culturele erfgoedsector. Het is het kader dat men hanteert om de werking rond het immateriële en het roerende erfgoed te subsidiëren. Het is een doorbraak voor de Vlaamse Erfgoedbibliotheken dat tegenwoordig ook erfgoedbibliotheken kunnen intekenen op structurele financiering. Van dienstverlenende organisaties zoals de VEB verwacht men dat die diensten ontwikkelen op maat van een bepaalde gemeenschap. In ons geval gaat dat om diensten rond bibliothecair erfgoed. Dat begint bij de beheerders van dit erfgoed, maar het kan heel breed gaan: van onderzoekers, bibliofielen, antiquaren tot boekbinders en mensen die digitale toepassingen zoals data ontwikkelen. Wij bieden dus bestaande instrumenten en trajecten aan, maar we luisteren ook goed naar de noden van de sector, onder andere via de collegagroepen. In principe kan elke erfgoedbibliotheek die een vraag heeft zich tot ons wenden. Ofwel geven wij daar dan een antwoord op, ofwel verwijzen we hen door naar onze partnerbibliotheken die vaak expertise hebben op het vlak van specifieke collecties. We helpen hen ook om een nieuw publiek te bereiken. Eigenlijk is dat dus wat we al tien jaar doen, maar nu onder de expliciete noemer van dienstverlenende organisatie.

Johan: Veel erfgoedbibliotheken zijn ingebed in een grotere instelling of organisatie, bijvoorbeeld in het onderwijs, musea of orkesten. Ik denk dat de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience de enige is in Vlaanderen die zelfstandig functioneert. Dat maakt het ook moeilijk, want er moet steeds binnen de eigen instelling naar boven gecommuniceerd worden om middelen te krijgen of om een project op poten te zetten. In die zin is het handig om te kunnen terugvallen op een netwerk. In plaats van die verkokerde verticaliteit biedt onze organisatie een horizontaal en transversaal platform aan dat mensen uit verschillende bibliotheken met elkaar verbindt rond de diverse aspecten van bibliothecair erfgoed.

Wat voor erfgoedbibliotheken zullen hier voornamelijk gebruik van maken?

An: Heel veel verschillende erfgoedbibliotheken. Zoals Johan eerder zei, zitten ze verspreid over organisaties zoals het onderwijs, hogescholen, musea; in heemkundige kringen, in archieven, in universiteiten, in toneelverenigingen, enz. Het is een groot veld en heel divers.

Eva: Met onze Collectiewijzer die binnenkort een update en upgrade krijgt telden we er ooit 177. In alle geledingen van de erfgoedsector én daarbuiten vinden we erfgoedbibliotheken. Grote en kleine. Dat betekent niet dat die erfgoedbibliotheken een eigen gebouw moeten bezitten. De voorwaarde om beschouwd te worden als erfgoedbibliotheek is dat het een historische collectie betreft waarrond een erfgoedwerking ontwikkeld wordt. Die werking moet de bedoeling hebben om op lange termijn vanuit een bepaald profiel objecten te verzamelen, te bewaren en te ontsluiten.

An: Ook private collecties horen daarbij, zoals collecties van abdijen en kloosters.

Om wat voor collecties gaat het dan onder andere?

Eva: Het is veel meer dan men vaak denkt: wiegedrukken, oude gedrukte boeken, middeleeuwse verluchte handschriften, enz. In theorie kan het een kleitablet zijn, een papyri, de krant die morgen op papier en digitaal verschijnt. Het gaat heel breed; almanakken, atlassen, kookboeken, wiskundige traktaten, strips of pamfletten. Alles wat verzameld wordt vanuit het perspectief een collectie samen te stellen die toekomstige gebruikers kunnen benutten, kan beschouwd worden als bibliothecair erfgoed.

An: Bijvoorbeeld theaterteksten, partituren, enz.

Melvyn: Maar als het om een erfgoedbibliotheek gaat die met muziek bezig is, dan kunnen het naast partituren ook opnames zijn.

An: Laten we zeggen dat de focus wel ligt op handgeschreven boeken en vooral gepubliceerd werk, maar dat er soms andere documenten bijzitten. Dan is de grens met archief vaak onduidelijk.

Zijn er naast erfgoedbibliotheken andere organisaties of personen die gebruik kunnen maken van jullie diensten?

Johan: De databanken zijn volledig vrij toegankelijk.

An: Dus iedereen die interesse heeft in erfgoed kan daar iets mee doen. Onze rechtstreekse klanten zijn echter eerder mensen die bibliothecair erfgoed beheren en deel uitmaken van iets professionelere organisaties. Onrechtstreeks helpen we soms onderzoekers en andere klanten door hen door te verwijzen naar de bibliotheken die hen kunnen helpen.

Jullie naam is gekozen om te onderstrepen dat jullie een netwerkorganisatie zijn. Dat betekent dat jullie samenwerkingspartners hebben. Wie zijn dat?

Melvyn: Er zijn de zes stichtende leden die statutair lid zijn van de vzw: de universiteiten van Antwerpen, Leuven en Gent, de openbare bibliotheken van Bruggen en Hasselt en de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience. En uiteraard staan we net als in het verleden open voor samenwerking met alle andere erfgoedbibliotheken.

An: Daarnaast werken we bijvoorbeeld samen met andere dienstverlenende organisaties, het steunpunt FARO of erfgoedcellen en organisaties buiten de erfgoedsector.

Eva: Het is een natuurlijke reflex om te kijken wie een bepaald initiatief kan versterken, dat zit in het DNA van onze organisatie.

Melvyn: Bovendien willen we onze werking in de mate van het mogelijke internationaal uitbreiden. We hebben al een nauwe samenwerking met de Koninklijke Bibliotheek van Den Haag, wat belangrijk is voor het DBNL-project (de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren n.v.d.r.). Ook ons project Conn3ct, waarbij de vroege boekdrukkunst vergeleken werd met de huidige sociale media, werd ontwikkeld in internationale samenwerking met Nederland en Duitsland.

Eva: Vlaams erfgoed is ook in onze buurlanden te vinden. Het zou dan ook heel interessant zijn om eens een project op te zetten om Vlaams drukwerk in de buurlanden in kaart te brengen, maar daar is momenteel geen speciale financiering voor. Hetzelfde geldt voor de handschriften. We gaan ons nu beperken tot wat zich op het grondgebied Vlaanderen bevindt, met uitbreiding van Brussel, maar dat is niet alles wat bestaat natuurlijk. Verder is er heel veel expertise en kennis te halen op internationaal niveau, maar ook dat vergt tijd en geld, zowel om die contacten te leggen als om ontmoetingen te hebben en ervaringen uit te wisselen. Ons contact met Nederland is goed, maar het mag meer dan dat zijn.

En wat is de rol van de zes partnerbibliotheken?

An: Zij zijn de stichtende leden en zij blijven aan boord. Samen beheren ze een groot deel van de erfgoedcollecties en in die zin blijven ze belangrijke spelers, samen met de andere erfgoedbibliotheken.

Melvyn: Ze investeren ook veel tijd en energie in onze projecten. We kunnen niet zonder die expertise.

Eva: Heel veel pilots draaiden in het verleden op partners. Dat is een hele investering van hun kant. We brachten ooit eens in kaart hoeveel tijd onze zes partners aan onze virtuele bibliotheek Flandrica spendeerden. We kwamen op één jaar mankracht, en dat terwijl het project nog niet gedaan was. Daarnaast sturen we vaak mensen door naar de partnerbibliotheken als we een vraag krijgen waarbij zij beter kunnen helpen. Onze zes partnerbibliotheken lieten weten dat ze deze rol willen blijven spelen nu een nieuwe beleidsperiode is ingegaan. Met de uitbreiding van het bestuur zullen er nog meer schouders bijkomen die zich onder projecten en pilots kunnen zetten.

Melvyn: We gaan dit jaar nog de statuten herzien en de bestuursleden van de vzw lichtjes uitbreiden. Bovendien willen we meer vertegenwoordiging en betrokkenheid van de hele sector in al onze activiteiten.

Om af te sluiten wilde ik even informeren naar nog een vernieuwing die eraan komt voor de Vlaamse Erfgoedbibliotheken. Jij gaat stoppen als coördinator, Eva?

Eva: Ja, midden november start ik als coördinator van Histories. Eveneens een dienstverlenende organisatie, dus ik blijf in de erfgoedsector. Het wordt opnieuw een verhaal van opstarten en uitbouwen. Mijn huidige job doe ik nog altijd heel graag en bibliotheken liggen me nog steeds na aan het hart, maar na tien jaar is het tijd voor iets nieuws. Dus na een nieuwe naam, een breder bestuur en een nieuwe locatie, mag je dat eigenlijk aanvullen met een nieuwe coördinator.

Waarom lid van de VVBAD worden?

  • Deel zijn van het netwerk van experten en collega's
  • Mee de belangen van de informatiesector behartigen
  • Korting krijgen op de activiteiten van de VVBAD
  • Toegang krijgen tot vakinformatie
  • Participeren in de verenigingsbesturen
Word lid

VVBAD maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren. Door deze te accepteren of door gebruik te blijven maken van deze website, gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies. Wil u meer weten over cookies, of uw cookie-instellingen voor deze website aanpassen? Bekijk dan hier de voorwaarden.

© Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie vzw
Statiestraat 179 | B-2600 Berchem (Antwerpen)
Tel: (+32) 03 281 44 57 | email: vvbad@vvbad.be