Bibliotheken. Goed voor de gezondheid

META Nummer 2019/4

Bibliotheken. Goed voor de gezondheid

Geschreven door Rozemarijn Dereuddre
Gepubliceerd op 07.05.2019
IMPORTANT
Foto: © ARhus, Roeselare.

Wat kan een bibliotheek betekenen voor jouw gezondheid? Veel, volgens Kenniscentrum ARhus. Een laagdrempelige, niet-medische, vertrouwelijke en vertrouwde context die garant staat voor kwaliteitsvolle informatie en kennisdeling kan immers de perfecte brug vormen tussen burger en zorgsector.

Veertig procent van de Belgen is onvoldoende gezondheidsvaardig. De vraag naar een betrouwbare metgezel klinkt steeds luider.

Gezondheidsvaardigheden?

Hoe eet ik zo gezond mogelijk? Wat betekent het jargon op voedselverpakkingen? Moet ik meer bewegen? Hoe kan ik de stress op mijn werk de baas? Wat moet ik doen in een noodgeval? Moet ik mij laten vaccineren tegen de griep? Waarvoor moet ik mijn kinderen laten vaccineren? Zou ik ingaan op de oproep van het bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker?

We krijgen allemaal een actievere rol in het managen van onze gezondheid. Maar die verantwoordelijkheid in eigen handen nemen, is niet voor iedereen even gemakkelijk. Om weloverwogen beslissingen te kunnen maken op basis van de informatiestroom die op ons afkomt heb je heel wat vaardigheden nodig — ‘gezondheidsvaardigheden’. In de striktste vorm gaat gezondheidsvaardig zijn over geletterdheid — denk aan de Engelse term health literacy —, over functionele basisvaardigheden zoals lezen, schrijven en rekenen, en deze kunnen toepassen in een context waarin het over gezondheid gaat. Daarnaast heb je echter ook interactieve en kritische vaardigheden nodig. Bv. om informatie op te zoeken in boeken of op internet, om informatie te begrijpen en kritisch te belichten of om in dialoog te durven gaan met zorgverleners.

Veertig procent van de Belgen is onvoldoende gezondheidsvaardig om een geïnformeerde keuze te maken in functie van hun gezondheid. De impact hiervan is groot. We zien dat mensen die onvoldoende gezondheidsvaardig zijn bv. minder vatbaar zijn voor acties rond gezondheidspreventie, minder therapietrouw zijn, sneller een beroep doen op de spoeddienst en specialisten in plaats van op de huisarts, minder snel durven aangeven dat ze geen wegwijs raken in het medisch jargon, enz.

En er is meer. Hoe gezondheidsvaardig we ons voelen is afhankelijk van de context waarin we ons bevinden. We gaan allemaal wel eens langs bij de dokter. Maar wist je dat dokters hun patiënten gemiddeld na achttien seconden onderbreken omwille van tijdsgebrek? En dat mensen naar schatting slechts de helft onthouden en begrijpen van wat een dokter hen vertelt tijdens een consultatie? Bij een specialist, waar bv. zenuwen of het krijgen van slecht nieuws mensen parten kunnen spelen ligt dat aandeel doorgaans lager dan bij een vertrouwde huisarts. Je mag nog zo gezondheidsvaardig zijn, de informatie die we krijgen in medische settings is vaak complex en de medische context in al haar facetten — van de beperkte tijd tot zorgverleners die niet actief nagaan of een patiënt alles begrepen heeft — leent zich er niet altijd toe om de nodige informatie toegankelijk door te spelen. De toenemende mediatisering en digitalisering van gezondheidsinformatie bieden daarom aantrekkelijke, meer toegankelijke alternatieven. Bijna negentig procent van de Belgen doet op een of andere manier beroep op het internet bij de zoektocht naar gezondheidsinformatie. Maar ook die piste vereist de nodige vaardigheden, want online informatie kan foutief, gekleurd of achterhaald zijn. Naast de knoppenkennis vereist het www een kritische geest om kwalitatieve informatiebronnen te onderscheiden van de rest.

De vraag naar een betrouwbare metgezel, die burgers levenslang als volwaardige partner kan betrekken in de zoektocht naar hun best mogelijke gezondheid, is prangend en klinkt steeds luider. Wie kan mensen adequaat gezondheidsvaardig maken?

De bibliotheek als brug tussen burger en zorgsector

De link tussen de bibliotheek en de gezondheidssector ligt op het eerste gezicht misschien niet voor de hand. Toch moet je volgens Kenniscentrum ARhus niet ver zoeken om het logische verband en het voordeel voor zowel burger als zorgsector te vinden. ARhus streeft ernaar om voor iedereen een laagdrempelig en toegankelijk huis in de stad te zijn. Het kenniscentrum bereikt alle segmenten van de bevolking en elke burger potentieel levenslang. Daardoor krijgt ARhus dagelijks een groter, diverser en gezonder publiek over de vloer dan een ziekenhuis of eender welke andere zorgomgeving. Als neutrale plek biedt het kenniscentrum maximale toegang tot kennis en informatie op maat en in de breedste zin van het woord, los van enig winstoogmerk of ideologische zuil. Bezoekers kunnen in een vertrouwd kader en niet-medische context kennismaken met en kennis delen over verschillende aspecten van gezondheid, zonder zich zorgen te moeten maken over wat er met hun gezondheidsdata gebeurt.

De zorgactoren in Roeselare zijn overtuigd en beschouwen ARhus als volwaardige en trusted partner in het kader van gezondheidsthema’s. Sinds de opening van het kenniscentrum in 2014 werden talloze samenwerkingen opgezet en concrete activiteiten georganiseerd. De actie rond de medische app FibriCheck is een mooi voorbeeld. Maar liefst 1.700 bibliotheekbezoekers lieten hun hart testen op voorkamerfibrillatie via hun smartphone, onder begeleiding van artsen van de dienst Cardiologie van AZ Delta en specialisten van de ontwikkelaar Qompium.

Allen naar de bib dus? Nee! ARhus gelooft sterk in een decentrale en doelgroepgerichte werking. Buitenshuis treden zorgt er immers voor dat het kenniscentrum de vinger aan de pols kan houden op het terrein, dat het voeling heeft met wat er leeft in de stad. Het Infopunt Dementie waar je terecht kunt met alle vragen rond dementie past in dit opzet. Het Infopunt wordt mee ingevuld door ARhus, maar werd bewust zo dicht mogelijk bij de eindgebruiker gevestigd, in woonzorgcentrum Ter Berken waar veel dementerende senioren verblijven.

Daarenboven zit ARhus intussen zelf mee aan het stuur. Het kenniscentrum staat aan de wieg van de Herstelacademie Midden-West-Vlaanderen en zetelt in stuurgroepen rond mantelzorginitiatieven, burn-outproblematiek en de Smart City-tak ‘voeding, zorg en gezondheid’. Het is observerende partner in het Interregproject I-KNOW-HOW dat recent groen licht kreeg en waarin de focus ligt op de ondersteuning van mensen die na een behandeling voor kanker terug aan het werk gaan. En ARhus maakt deel uit van de gebruikersgroep van het TETRA-traject Maker Health. Maar ARhus is ambitieus en klaar voor the next level.

RADar boven de doopvont in 2019

De complementaire en vruchtbare samenwerking met AZ Delta — centrale speler in de regio en sinds de fusie van de ziekenhuizen in Roeselare, Torhout en Menen een van de grootste ziekenhuizen in Vlaanderen — vindt ARhus van groot belang in dit verhaal. Na vijf jaar wordt het partnerschap tussen de twee spelers verankerd in een structurele samenwerking en fysiek bestendigd in RADar. RADar is een gloednieuw leer- en innovatiecentrum, gebouwd in de schoot van AZ Delta op de nieuwe en ultramoderne hoofdcampus in Rumbeke. De deuren zwaaien officieel open in november 2019, maar nieuwsgierigen kunnen hun licht al eens opsteken op Open Wervendag (zondag 19 mei). Het leer- en innovatiecentrum ambieert om een breed gedragen, verbindend en toonaangevend knooppunt uit te bouwen rond gezondheid en zorg. De werking van RADar steunt op enkele kernpijlers: opleiding, innovatie, wetenschappelijk onderzoek en gezondheidsvaardigheden — de laatste pijler met ARhus als structurele partner.

AZ Delta gelooft sterk in de unieke positie en meerwaarde van Kenniscentrum ARhus. Het partnerschap biedt RADar de kans om het preventieve luik een volwaardige invulling te geven naast het curatieve luik. Via het kenniscentrum kan potentieel iedereen bereikt worden, nog voor ze patiënt worden. En in het ideale scenario wordt het patiënt worden zo zelfs uitgesteld.

ARhus krijgt een bevoorrechte positie en staat vooraan in de rij om gevalideerde kennis uit eerste hand op te doen. Het kenniscentrum zal zijn programmering rond gezondheid meer consequent richten op gezondheidseducatie en beter stroomlijnen aan de hand van centrale speerpunten die aangereikt worden door het ziekenhuis, zorgactoren in de eerste lijn en het lokaal DNA van Roeselare. Thema’s die gemakkelijk losgeweekt kunnen worden van een zorgcontext, zoals voeding, zijn hiervoor uitermate geschikt. Maar ook moeilijkere thema’s als parkinson of kinderpsychiatrie worden niet geweerd. Afhankelijk van de doelgroep zullen projecten en activiteiten georganiseerd worden in ARhus (bv. laagdrempelige kennismaking met innovatieve technologieën gericht naar burgers) of in RADar (bv. sensibilisering van zorgverleners en scholen).

Laat het duidelijk zijn dat het onwenselijk is om de werking rond gezondheidsvaardigheden in RADar aan te sturen vanop een tweepartijdig eiland. ARhus fungeert sinds de opstart als een verbindende en faciliterende actor tussen de burger, het onderwijs, de overheid en het bedrijfsleven — de zogeheten quadruple helix — en RADar wil een soortgelijk sectoroverschrijdend verhaal vormgeven. Hieronder lichten we de rol van elk van de vier sectoren toe.

De burger

Vaak zijn het net de mensen met lage gezondheidsvaardigheden die het minst kunnen profiteren van opgezette initiatieven. Hoe goedbedoeld ook, projecten waarbij er geen tijd genomen wordt om de doelgroep voldoende te leren kennen dreigen te stranden doordat ze niet aansluiten bij haar mogelijkheden en leefomgeving. Als mensen bv. kampen met sociale of financiële problemen is gezondheid niet hun eerste zorg en kan een bredere benadering, die rekening houdt met mobiliteit, kinderopvang, kostprijs, enz. meer vruchten afwerpen. Of denk aan allerhande communicatietools die, omdat ze inhoudelijk of vormelijk niet werden afgetoetst, hun doel(groep) los voorbijschieten.

In een verhaal over gezondheidsvaardigheden, waar het draait rond burgers die een meer actieve en verantwoordelijke rol krijgen in hun eigen gezondheid, is het een evidentie dat hun stem gehoord wordt. Zo kunnen interventies op vlak van informeren, sensibiliseren en empowerment beter op maat ontwikkeld worden en kan de doelgroep er ook optimaal van profiteren.

Onderwijs

ARhus steunt in zijn werking op het principe van levenslang leren. De observatie dat ouderen — naast mensen met een lage opleiding of een anderstalige achtergrond — een risicogroep zijn voor het hebben van lage gezondheidsvaardigheden en dat er in het Vlaams ouderenbeleidsplan sterk wordt ingezet op het verhogen van geletterdheid onderschrijft dit principe. Eén manier tot levenslang leren via een bibliotheek/kenniscentrum is door lezingen en workshops te programmeren die alle generaties bereiken. Dit gebeurt in ARhus vanuit een specifieke levensfase-benadering (bv. een workshop waarin kinderen iets bijleren over de voedzaamheid van insecten en de kriebelbeestjes kunnen proeven of een lezing gericht naar kersverse ouders rond feiten en fabels over borstvoeding) of vanuit een meer intergenerationele visie (bv. een Mantelzorgcafé gericht naar mantelzorgers van alle leeftijden of een workshop mocktails maken naar aanleiding van Tournée Minérale, een hot topic voor jong en oud).

Hoewel deze formule ongetwijfeld herkenbaar en doorgaans succesvol blijkt, is er meer nodig. Een uitgebreid en complex thema als gezondheid en de daarmee gepaard gaande vaardigheden breng je mensen niet bij via eenmalige activiteiten. Daarom vertrekt het kenniscentrum in haar samenwerking met het onderwijs vanuit de visie van doorlopende leerlijnen, waarbij thema’s en vaardigheden op verschillende leeftijden aan bod komen en zo sterker ontwikkeld zijn aan het einde van een schoolloopbaan.

Opnieuw staat kennisdeling centraal. Voor schooljaar 2019-2020 werd bv. een projectoproep gelanceerd naar de secundaire scholen om gezondheidsgerelateerde projecten financieel en inhoudelijk — via ARhus’ uitgebreide netwerk binnen de zorgsector — een duwtje in de rug te geven. De samenwerking met de studenten verpleegkunde van VIVES hogeschool, die op regelmatige basis welkome ondersteuning bieden bij het aanleren van reanimatietechnieken aan bibliotheekbezoekers, is een ander inspirerend voorbeeld.

Uiteraard stopt de leerlijn niet nadat jongeren de schoolbanken vaarwel zeggen. Vanuit de leuze ‘jong geleerd is oud gedaan’ beschouwt het kenniscentrum de leerlijn eerder als een sterke start om mensen nadien doorheen alle levensfases verder te sensibiliseren, te informeren en gezondheidsvaardigheden bij te brengen.

Overheid

Lokaal ondertekenden meer dan 275 Vlaamse steden en gemeenten het charter Gezonde Gemeente, een niet te miskennen engagement om een kwaliteitsvol gezondheidsbeleid uit te bouwen met oog voor health in all policies of gezondheid in alle beleidsdomeinen en op alle beleidsniveaus. Daarnaast is er de vorming van eerstelijnszones waarin lokale overheden, naast zorg- en hulpverleners, een meer prominente rol krijgen in het centraal stellen van de burger in zijn gezondheid en het toegankelijker maken van het zorglandschap. Merk op dat ‘het maximaal inzetten op het verhogen van zorggeletterdheid’ als een van de kernopdrachten in deze reorganisatie van de eerstelijnszorg geformuleerd wordt.

In dit huidige klimaat staan bibliotheken en kenniscentra — als neutrale ontmoetingsplaats en met hun grote bereik in alle lagen van de bevolking, van jong tot oud, van gezond tot ziek — sterk om hun meerwaarde als gezondheidspartner uit te spelen en mandaat te krijgen van hun stadsbestuur om (meer) op het thema in te zetten.

Bedrijven

Er is vertrouwen dat bedrijven in dit intersectoraal verhaal spontaan mee op de kar springen omdat het ook voor hen een grote meerwaarde kan betekenen. Tot nu worden innovatieve technologieën voornamelijk ontwikkeld en aangestuurd uit het bedrijfsleven zelf, in een context van gebrekkige toegang tot big data en gegeerde zorggegevens. Dat aanvullend de afstemming met noden van burgers, onderwijs, onderzoek en zorginstellingen soms ontbreekt, maakt dat middelen zuur gespendeerd worden als de gewenste resultaten uitblijven.

In een sterk concurrentiële sector komt de kracht van een bibliotheek/kenniscentrum in de verbindende rol nog duidelijker naar voor. TRansformers, een initiatief van ARhus, Voka, Groep Gidts en stad Roeselare, toont bv. hoe het kenniscentrum erin slaagt om verschillende partijen op gelijke voet met elkaar te connecteren. Drie keer per jaar wordt een ontbijtsessie georganiseerd met inspirerende elevator pitches over innovatie in onderwijs, overheid, welzijn, cultuur en industrie. Een sprekend voorbeeld van kruisbestuiving tussen sectoren dat aan bod kwam is een toepassing met artificial intelligence — ontwikkeld door ML6 — om verkeerscongestie in Londen te voorspellen, die evenzeer toegepast kan worden op het voorspellen van ‘cardiologische congestie’.

RADar als spil in een sectoroverschrijdend verhaal is een solide start. Maar ook RADar is — net als ARhus — ambitieus.

Pilootnetwerk Vlaamse bibliotheken en zorginstellingen

RADar streeft naar het bundelen van expertise over instellingen en grenzen heen, om gevalideerde en gespecialiseerde kennis zo toegankelijk mogelijk te maken voor iedereen. Wonen in pakweg Poelkapelle of Helchteren mag immers niet de reden zijn om al dan niet toegang te hebben tot bepaalde kennis en expertise. Daarom wordt de uitwisseling tussen bibliotheek/kenniscentrum en zorgpartner niet beperkt tot Roeselare. Het principe wordt in een eerste fase opgeschaald en toegepast in vijf andere Vlaamse steden waarmee in de afgelopen vijf jaar een organisch gegroeide samenwerking bestond: bibliotheek Genk, De Krook in Gent, bibliotheek Hasselt, de Bib Leuven en bibliotheek Mechelen. (Zie afbeelding hiernaast).

Elk van de ziekenhuizen/zorginstellingen krijgt tijdens de beginfase het mandaat om de speerpunten en prioriteiten voor zijn regio vast te leggen. Deze zijn niet toevallig gebaseerd op de kennis en knowhow die ze in pacht hebben. Participatie en cobeheer van medische professionals beschouwen we als een voorwaarde om voldoende gedragenheid en ownership binnen het medisch domein te creëren, om noemenswaardige stappen vooruit te kunnen zetten. De speerpunten vormen de basis om in de overeenkomstige bibliotheken een programma uit te werken op maat van de burger. Om de expertise uit de regio’s — het lokaal DNA — ter beschikking te stellen voor iedereen — en niet enkel voor diegenen die toevallig in één specifieke regio wonen — wordt gewerkt aan een efficiënte vorm van uitwisseling. Er worden bv. mogelijkheden met live streaming en live remote interactie uitgetest om ervoor te zorgen dat sprekers niet alle zes de locaties moeten aandoen.

Beschouw dit model als een proeftuin, volop in ontwikkeling. Het bevindt zich in een tussenfase. Enerzijds omdat RADar ambieert om het model na de testfase in meerdere steden uit te rollen. Anderzijds omdat een duo bibliotheek/kennisinstelling — ziekenhuis/zorginstelling de volledige lading verre van dekt. Uiteraard moeten er gaandeweg meer partners rond de tafel komen te zitten. Denk maar aan de eerste lijn, diverse expertisecentra of onderzoeks- en onderwijspartners. ARhus startte aan dit project met een verkennende ronde tafel met experts in gezondheidsvaardigheden om een eerste keer te peilen naar de noden en behoeftes die leven. De connecties zijn gelegd en dezelfde partners kunnen zeer doelgericht betrokken worden in de vervolgfasen. Het engagement van deze actoren is zowel inhoudelijk als strategisch belangrijk voor het welslagen van het project.

Belangrijker echter, is om de grote sterktes van het model te belichten. De kritische publicaties waarin het huidige zorglandschap stevig op de korrel wordt genomen zijn legio. De congressen waar gedebatteerd en gereflecteerd wordt over het ideale ziekenhuis van de toekomst evenzeer. Een leer- en innovatiecentrum dat vandaag gebouwd wordt kan niet om de bezorgdheden die in deze debatten herhaaldelijk naar voren worden geschoven heen. Het model dat voorligt, biedt een constructief antwoord op drie specifieke noden in de zorgsector.

Bezorgdheid één: de versnippering in de zorg is te ver doorgeslagen. Een thema als gezondheid, met een hoge relevantie in alle levensdomeinen, vraagt om een intersectorale blik. Hoe kunnen we streven naar een meer geïntegreerde zorg als de weg daarnaartoe een geïntegreerde aanpak in de weg staat? Samenwerking faciliteren tussen de quadruple helix (zie boven) is hiertoe een eerste waardevolle stap, maar is zoals gezegd slechts een begin.

Bezorgdheid twee: goede praktijkvoorbeelden worden onvoldoende gedeeld. Veel goedbedoelde initiatieven vandaag zijn tijdelijk en op projectbasis. Een gebrek aan kennisdeling tijdens de looptijd van projecten ondergraaft zowel duurzaamheid als efficiëntie.

Bezorgdheid drie: zorggebruikers worden onvoldoende rechtstreeks betrokken. Cocreatie wordt aangereikt als de sleutel tot succes, maar het blijft vaak nog een zoekproces hoe burgers zo optimaal mogelijk ingezet kunnen worden.

ARhus zou ARhus niet zijn als het niet zou streven naar antwoorden op deze bezorgdheden. Bij het ontwikkelen van de pijler gezondheidsvaardigheden neemt RADar deze dan ook met trots ter harte.

Conclusie

ARhus wil als kenniscentrum en bibliotheek een pioniersrol opnemen op vlak van gezondheidsvaardigheden en hoopt anderen, zowel binnen als buiten de sector, daarmee te inspireren. De eerste bruggen zijn gebouwd, nieuwe verbindingen zijn gelegd, innovatie loert om de hoek. Het leer- en innovatiecentrum RADar en het pilootnetwerk Vlaamse bibliotheken en zorginstellingen staan klaar om uit de startblokken te schieten.

 

Waarom lid van de VVBAD worden?

  • Deel zijn van het netwerk van experten en collega's
  • Mee de belangen van de informatiesector behartigen
  • Korting krijgen op de activiteiten van de VVBAD
  • Toegang krijgen tot vakinformatie
  • Participeren in de verenigingsbesturen
Word lid

VVBAD maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren. Door deze te accepteren of door gebruik te blijven maken van deze website, gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies. Wil u meer weten over cookies, of uw cookie-instellingen voor deze website aanpassen? Bekijk dan hier de voorwaarden.

© Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie vzw
Statiestraat 179 | B-2600 Berchem (Antwerpen)
Tel: (+32) 03 281 44 57 | email: vvbad@vvbad.be