Oeps, het plan is gescheurd

META Nummer 2019/2

Oeps, het plan is gescheurd

Geschreven door Luk Verpoest, Wim Lowet, Stefaan Grieten, Sara Truyts, Hilde Schalkx, Martine Eeckhout, Bill Wei
Gepubliceerd op 04.03.2019

Bouwtekeningen komen vaak voor in archieven en erfgoedbewaarplaatsen. Door de gebruikte materialen en technieken is een duurzame bewaring van deze plannen echter niet vanzelfsprekend. Op de studiedag Oeps, het plan is gescheurd werd deze problematiek geduid, aangegeven wat een aangewezen aanpak is en hoe eventuele schade herkend en opgelost kan worden.

Bouwdossiers als bron voor bouwgeschiedenis Luk Verpoest (KU Leuven)
De dag startte met een lezing over bronnen voor bouwhistorisch onderzoek. Verpoest toonde vanuit het perspectief van de archiefgebruiker de mogelijke bronnen over de geschiedenis van de gebouwde omgeving. Het bronnenmateriaal reikt verder dan het traditionele projectdossier met bouwtekeningen, ook de onderzoeker bouwt een eigen verzameling van documentatie en archiefstukken over zijn studiecases. Ook eindproducten zoals thesissen, doctoraatsverhandelingen of publicaties zijn een bron voor later onderzoek naar de gebouwde omgeving en haar geschiedschrijving.

Verpoest liet ons kennismaken met andere archivalische bronnen voor bouwhistorisch onderzoek. Hij toonde het informatieve belang van brieven, productstalen en -catalogi. Daarbij is het gebouw in kwestie steeds de primaire bron. Zelfs na sloop of deconstructie leiden eventuele restanten van het gebouw een ander leven in het commerciële circuit. ‘Handelswaar’ als huisnummers, balustrades, schouwmantels enz. blijven een bron voor onderzoek en herdenken het gewezen bouwgeheel.

Waarderen van architectuurarchieven Wim Lowet (VAi)
Met de steun van de Vlaam­se Overheid waardeerde het Archi­tec­tuur-
archief, onder­deel van het Vlaams Architectuurinstituut (VAi), zijn collectie architectuurarchieven tijdens de periode 2017-2018.

Er zijn verschillende redenen voor het waarderingstraject. De hoofdopdracht van het Architectuurarchief is sinds januari 2018 het verzamelen, beheren en publiek maken van een architectuurcollectie op Vlaams niveau met internationale referentiewaarde. Met deze ambitie komt de historische collectie van het Architectuurarchief, die reeds vanaf de jaren 1980 werd uitgebouwd, in een nieuw licht te staan. Er is een nieuw kader nodig voor de uitbreiding van de collectie met respect voor het bestaande archiefbezit. Daarbij komt dat er meerdere spelers zijn in het veld van architectuurarchieven. Het VAi moet dan ook onderzoeken wat zijn positie is in die (inter)nationale context. In functie daarvan is een denkoefening aan de orde over welke archieven intern bewaard en verworven worden, en welke beter op andere plaatsen bewaard worden.

Daarnaast is er het debat over de zin en onzin van het bewaren van gedigitaliseerde informatie in de originele vorm. Het substitueren van papieren documenten als bouwplannen gaat niet altijd op, omdat sommige plannen als object een erfgoedwaarde hebben. Maar waaruit bestaat die waarde dan? Het waarderingstraject levert mogelijk nieuwe inzichten op in dit debat, zowel voor de definiëring van de waardes die een archief kan bevatten als voor de vragen over de praktische organisatie van een waarderingstraject.

Een van de basisnormen voor een kwaliteitsvol waarderingstraject is een helder waarderingskader met vooraf vastgelegde criteria. Het VAi stelde een waarderingskader voor architectuurarchieven op in samenspraak met verschillende collega’s en twee klankbordgroepen. Enerzijds de prioritaire doelgroepen van het VAi (architectuurhistorici, specialisten onroerend erfgoed en culturele organisaties voor architectuur), anderzijds partners uit de erfgoedsector, met een focus op de provincie Antwerpen. Het waarderingskader bestaat uit vier grote onderdelen met elk een set criteria. Samengevat wordt er informatie verzameld over de archiefvormer en zijn oeuvre, de gebruiks- en erfgoedwaarde van het archief. Het volledige waarderingskader vind je in het projectrapport op de website van het VAi.

De waarderingsoperatie werd opgevat als een leermoment voor het archiefteam. Naast inhoudelijke medewerkers werden ook depotbeheerders, administratieve medewerkers en personeelsleden van het voormalige Centrum Vlaamse Architectuurarchieven betrokken. Zo werd de kennis over de collectie over heel de organisatie verspreid en werd een breder draagvlak gecreëerd voor toekomstige beslissingen over 120 archieven uit de collectie.

De uitvoering gebeurde in drie stappen. De archieven werden eerst over verschillende medewerkers verdeeld om zoveel mogelijk informatie over de archieven te verzamelen volgens het waarderingsformulier. De waarderingscriteria werden in een Google Form gegoten, wat erg handig bleek. Het Slack-kanaal om weetjes te delen was minder succesvol. Nadien kregen medewerkers een maand tijd om in de archieven te duiken. Die tijdsbegrenzing en tijdige communicatie hadden een positief resultaat. Ten slotte werden de archieven collectief gewaardeerd en gequoteerd. Deze stap vereiste heel wat aanpassingen en cours de route. De initiële aanpak, iedere woensdag twee uur uittrekken, ging te traag, daarom werd zoals bij stap twee ruim van tevoren een groter tijdsbestek ingepland. Er werden toegevingen gedaan op de methode, zoals het niet meer quoteren van criteria voor de betekenis van de archiefvormer. En het team werd in twee gesplitst, zodat de capaciteit verdubbelde.

De praktische aanpak zal verschillen per traject en is afhankelijk van de doelstellingen, hoeveelheid van het erfgoed, de beschikbare tijd en het aantal mensen dat men wil betrekken.

Het VAi deed dankzij dit traject veel ervaring op met het opzetten van waarderingsprojecten. Zo bleek dat er voortdurende procesopvolging en –evaluatie nodig is. Voldoende doorlooptijd is belangrijk, vooral bij het betrekken van externe klankbordgroepen. Men moet prioriteiten stellen en methodes durven bijstellen.
Het Architectuurarchief van het VAi beschikt nu over een instrument waarop het collectiebeleid verder gebouwd kan worden. De basiswaarde van de archieven is in kaart gebracht, verbanden zijn gelegd, de toegangen zijn verrijkt, enz. Het hele archiefteam nam de tijd om kritisch te reflecteren over de collectie en het beheer ervan. De kennis is nu beter verspreid over alle medewerkers. Tot slot kan het gecreëerde waarderingskader verder dienen om te beslissen over acquisities of om partners te ondersteunen bij het waarderen van archieven. Archieven en erfgoed waarderen is voor het VAi een zinvolle investering met een rijke return. Dit eerste waarderingsproject was zonder twijfel een succes.

Steen, papier, maar geen schaar. De collectie bouwtekeningen van het Vlaams Architectuurinstituut.
Stefaan Grieten enSara Truyts (VAi)

Hoe ziet een collectie bouwtekeningen eruit en wat houdt het beheer ervan in? Met deze lezing namen we een duik in plannenkasten, roldozen en archiefdozen van het VAi.

Het Architectuurarchief van het VAi is pas operationeel sinds 1 januari 2018, maar de wortels gaan dertig jaar terug. Het ontstond na integratie van het Architectuurarchief van de Provincie Antwerpen en het Centrum Vlaamse Architectuurarchieven binnen het VAi. De directe aanleiding hiervoor was de afslanking van de provincies, maar de intentie om nauwer samen te werken leefde al langer.

De basis van de collectie die eind jaren 80 ontstond documenteert de gebouwde omgeving en de architectuurpraktijk sinds 1800. Die omvat privéarchieven en -bibliotheken van architecten als Léon Stynen, Paul De Meyer en Eduard Van Steenbergen en cultureel erfgoed van personen, organisaties en bedrijven die actief zijn in architectuur, ruimtelijke ordening, stedenbouw, monumentenzorg en interieurarchitectuur. De collectie ontstond initieel vanuit provinciaal standpunt, maar door specifieke bewaarvereisten van architectuurarchieven kwamen ook archieven van buiten de provincie Antwerpen in APA terecht en ontwikkelde de collectie een landelijke betekenis.

De inhoud van een architectuurarchief is heel divers en is veel meer dan tekeningen en projectdossiers. Ook o.a. stalen, productcatalogi, foto’s, maquettes en meubilair horen erin thuis. Het initiële verwervingsbeleid van het Architectuurarchief was heel inclusief, aanwervingen gebeurden door overlijden van een architect of stopzetting van een kantoor. De collectie bestaat dus uit divers samengestelde archieven, meestal in een redelijke materiële staat. Helaas gaat dit niet voor de hele collectie op: de manier waarop archiefvormers hun materiaal bewaarden laat zijn sporen na op de collectie. Daaruit vloeit een duidelijke problematiek: hoe pakt men het materiële beheer aan van grote, gevarieerde archieven waarvan sommige delen niet in goede staat zijn? Tot op heden doet men aan preventieve conservering: archieven worden van vuil, nietjes en stof ontdaan en verpakt in zuurvrije archiefdozen. Tekeningen worden indien nodig en mogelijk uitgevlakt bewaard in plannenkasten. Maar een planning op lange termijn over conservering en restauratie ontbreekt. Pijnpunten kunnen per archief gelokaliseerd worden, maar de kennis daarover zit verspreid onder de medewerkers en is dus niet duurzaam verankerd. Bovendien is een schadebeeld per archief moeilijk te veralgemenen naar de collectie. Het is dus moeilijk om voor de hele collectie conclusies te trekken over materiële bewaring en aan te duiden waar de noden liggen.

Daarom besloot men om de collectie in kaart te brengen met een statisch schadeonderzoek toegespitst op tekeningencollecties, de Universal Procedure for Archive Assessment – Maps and Drawings (UPAA-MD), ontwikkeld door het Nationaal Archief in Nederland. Met een schadeformulier wordt de materiële staat van de collectie geregistreerd. Het actuele formulier sloot echter niet volledig aan bij de collectie en bij de vragen die tijdens het traject opkwamen. Het werd dus aangepast, o.a. door aquarel en pastelkrijt aan de techniekencategorie toe te voegen. De methode voor het uiteenzetten van de steekproef vroeg specificering. Wat wordt als een tekening beschouwd? Wordt elke schets bij een bespreking geteld of enkel op zichzelf staande tekeningen?
Toch was het uittesten van deze methode een zeer leerrijk proces. We kunnen al een cijfer plakken op de hoeveelheid tekeningen in de collectie. Daarbij zijn niet alleen de evidente categorie van tekeningen in de plannenkasten geteld, maar ook de gevouwen exemplaren in de archiefdozen. De huidige steekproefresultaten geven al een algemener beeld over de samenstelling van de collectie en de materiële staat ervan. Ook ontdekten we tijdens het nummeren en tellen lege plekken in het depot, wat de berging optimaliseert.

Materiële zorg voor bouwplannen
Hilde Schalkx (Hoogduin Papierrestauratoren)

De zorg voor bouwtekeningen kent veel uitdagingen. De chemische samenstelling van het materiaal, het formaat en de materiële conditie variëren sterk. Krullen, scheuren en andere schadevormen zorgen voor de nodige obstakels. Toch zijn er basisacties die de collectiebeheerder kan nemen om de materiële staat van een tekening te verbeteren.

Hoe men een tekening bewaart of behandelt hangt af van de noden van de tekening. Stof, vuil en metaal verwijderen is evident. Ook plastics met weekmakers en plakband moeten verwijderd worden, maar dit is enkel mogelijk als er expertise is in de organisatie. Qua verpakking en bewaring van tekeningen zijn er veel mogelijkheden. Bewaring gebeurt bij voorkeur vlak, maar bij gebrek aan expertise of ruimte om uit te vlakken is het, afhankelijk van de raadpleegfrequentie, veiliger om het stuk gevouwen of opgerold te houden. Adequate verpakking is prioritair. Die verpakking moet steeds groter zijn dan het object. Om te vermijden dat objecten schuiven in de verpakking kan men vullers gebruiken, genoeg steun voorzien met papier of ander duurzaam materiaal of de stukken sorteren op formaat. Verpakking voorziet ook chemische bescherming tegen lucht, licht en stof. Dat is belangrijk bij gevoelig materiaal zoals blauwdrukken en diazotypieën. Gebufferderde verpakking gaat verzuring van papier tegen, maar sommige pigmenten, zoals bij blauwdrukken, zijn net heel gevoelig voor de hoge pH in gebufferde verpakking. Wanneer objecten al zeer zuur zijn kan het uitdampen van ammonia of zwavel gevaarlijk zijn voor andere stukken. Dan kunnen tussenvellen soelaas bieden. Andere aandachtspunten zijn het aantal objecten per verpakking, een duidelijke identificatie en richtlijnen voor de hantering van bepaalde stukken en verpakkingen.

Voordat men acties en behandelingen inplant moet men de collectie en diens conditie kennen. Een methode voor statisch schadeonderzoek voor tekeningencollecties is de UPAA-MD (zie supra). Het Nationaal Archief in Nederland werkt aan een aangepaste versie met een kostenanalyse. Daarnaast is de Schadeatlas Archieven een welgekend instrument voor schadeonderzoek op archiefcollecties. Er is echter nood aan een versie specifiek gericht op architectuurtekeningen. Daarom werkt Metamorfoze samen met het Nieuw Instituut aan een nieuwe Schadeatlas voor bouwtekeningen, met daarin nieuwe inzichten zoals de gevolgen van warmte op calqueerpapier, een belangrijk facet bij het digitaliseren van tekeningen.

Restauratie van bouwplannen
Martine Eeckhout (Atelier Eeckhout)

Martine Eeckhout gaf een blik achter de schermen van een grootschalige restauratie- en inventarisatieopdracht van 2.092 bouwplannen uit de periode 1900-1940. Het project ging van start in 2012 in opdracht van het Stadsarchief Brugge en werd in 2016 afgerond. Alle aspecten van materiële zorg kwamen aan bod: schadebeelden opstellen, stukken reinigen en herstellen en bouwplannen verpakken en inventariseren.

Veel bouwplannen waren in slechte staat met scheuren, rafelraden, sporen van schimmels en insecten. Stof, vuil, roestig metaal en plakband moesten verwijderd worden. Tijdens het droogreinigen en afzuigen werden regelmatig schimmeltesten gedaan om te verzekeren dat alles grondig gereinigd werd. De dragers, 19e- en 20e-eeuwse materialen zoals houthoudend papier, linnen en kortvezelig transparant papier waren verzuurd en broos. De collectie tekeningen bevatte daarnaast grote formaten en verschillende technieken gaande van originele potloodtekeningen tot afdrukken zoals blauwdrukken, ammoniakafdrukken of diazotypieën en VanDyke-afdrukken.

Het proces werd gedocumenteerd met foto’s en statistische metingen en de stukken werden geïnventariseerd en opgeborgen in duurzame verpakking. Uit het statistisch schadebeeld bleek onder meer dat veel tekeningen weinig of geen schade hadden en dat hoofdzakelijk kleine ingrepen nodig waren. Toch had ongeveer een vijfde van de collectie grote tot zeer grote herstelling nodig. Grootschalige herstellingen werden in overleg met de stadsarchivaris beslist.

Socratische dialoog: Niet restaureren maar digitaliseren en weggooien
Bill Wei (RCE)

De dag werd afgesloten met een socratische dialoog over substitutie, geleid door Bill Wei van het Rijks­erf­goedlaboratorium Amster­dam. Substitutie bracht binnen de archiefwereld een debat op gang over het al dan niet bewaren van gedigitaliseerde informatie in de orginiele vorm. De deelnemers konden zich nu over deze kwestie uitspreken. In kleine groepjes werd gediscussieerd, en elke groep koos nadien twee essentiële boodschappen die uit de gesprekken voortkwamen.

De conclusie? Algemene vernietiging na digitaliseren werd niet unaniem gesmaakt. Vooral de mogelijke erfgoedwaarde van een origineel stuk, maar ook de emotionele belevingswaarde maken van substitutie een heikele kwestie. Ook het onomkeerbare karakter weegt zwaar op de beslissing.

Toch wordt substitutie niet volledig uitgesloten. Er gingen stemmen op voor stuksgewijze selectie op basis van de context. Er is nood aan algemene selectielijsten en waardenkaders om zich op te baseren bij het nemen van zulke beslissingen. Digitalisering is ook een deel van conservering. Het wordt daarbij beschouwd als een extra veiligheids- en raadpleegkopie.

Waarom lid van de VVBAD worden?

  • Deel zijn van het netwerk van experten en collega's
  • Mee de belangen van de informatiesector behartigen
  • Korting krijgen op de activiteiten van de VVBAD
  • Toegang krijgen tot vakinformatie
  • Participeren in de verenigingsbesturen
Word lid

VVBAD maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren. Door deze te accepteren of door gebruik te blijven maken van deze website, gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies. Wil u meer weten over cookies, of uw cookie-instellingen voor deze website aanpassen? Bekijk dan hier de voorwaarden.

© Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie vzw
Statiestraat 179 | B-2600 Berchem (Antwerpen)
Tel: (+32) 03 281 44 57 | email: vvbad@vvbad.be