Bibliotheken mogen e-boeken uitlenen

Volgens het Europees Hof van Justitie kan het uitlenen van een e-boek onder bepaalde omstandigheden gelijkgesteld worden aan de uitlening van een traditioneel boek. In die situaties is de uitzondering voor openbare uitlening van toepassing.

Auteursrechtelijk beschermde werken (waaronder boeken) mogen in principe niet uitgeleend worden zonder de toestemming van de rechthebbenden. Openbare bibliotheken mogen wel boeken uitlenen zonder toestemming. als compensatie voor deze uitzondering ontvangen de rechthebbenden wel de zogenaamde leenvergoeding, die geïnd wordt door Reprobel.

Er bestaat al enkele jaren discussie of ook het uitlenen van e-boeken onder deze uitzondering valt. Voor de rechthebbenden zou de uitzondering enkel van toepassing zijn op analoge werken. Openbare bibliotheken hebben dit steeds betwist, maar uit juridische onzekerheid stelden ze e-boeken enkel online ter beschikking, op basis van de licentieovereenkomsten met de rechthebbenden.

In Nederland hebben onze collega's van de VOB (Vereniging Openbare Bibliotheken) de Stichting Leenrecht (de Nederlandse evenknie van Reprobel) gedagvaard om juridische klaarheid de krijgen. de VOB was immers van mening dat de regeling voor analoge werken ook van toepassing moet zijn op digitale uitlening. De verordening van de VOB gaat over uitleningen volgens het principe 'one copy, one user'. Hierbij wordt een digitale kopie van een boek uitgeleend, waarbij deze kopie op de server van een openbare bibliotheek wordt geplaatst en de gebruiker ze kan downloaden. Tijdens één uitleenperiode kan maar één kopie gedownload worden, en na afloop van de uitleenperiode kan de gebruiker de gedownloade kopie niet meer gebruiken.

De rechtbank van Den Haag was van mening dat het antwoord op het verzoek van de VOB afhangt van de uitlegging van bepalingen van het EU-recht. In een EU-richtlijn uit 2006 over onder andere het uitleenrecht is namelijk bepaald dat alleen auteurs het recht hebben om het uitlenen of verhuren van hun werk toe te staan of te verbieden. De EU-lidstaten kunnen afwijken van dit recht, op voorwaarde dat de auteurs een billijke vergoeding krijgen voor deze uitlening. De vraag was dus volgens de rechtbank of deze uitzondering ook van toepassing is op de uitlening van e-boeken volgens het principe 'one copy, one user'.

In het arrest van 10 november 2016 stelt het Europees Hof van Justitie vast dat er geen dwingende reden is om digitale kopieën uit te sluiten van deze richtlijn. Die vaststelling wordt gesteund door de doelstelling van de richtlijn, namelijk dat het auteursrecht wordt aangepast aan de nieuwe economische ontwikkelingen, zoals nieuwe exploitatievormen. Daarnaast stelt het Hof ook vast dat de uitlening van een digitale kopie van een boek volgens 'one copy, one user' vergelijkbaar is met de uitlening van een fysiek boek. De uitleencapaciteit van de bibliotheek vergroot immers niet,en de uitlening is beperkt in de tijd. Verder stelt het Hof van Justitie dat de nationale wetgeving wel kan opleggen dat enkel e-boeken mogen uitgeleend worden die met toestemming van de rechthebbenden binnen de EU in het verkeer zijn gebracht. En tot slot stelt het Hof ook dat de uitzondering enkel geldt voor boeken die niet op een illegale manier verkregen zijn.

Hoewel het Hof van Justitie antwoord gaf op vragen die een Nederlandse rechter heeft gesteld over het Nederlandse auteursrecht, is deze beslissing ook relevant voor het Belgische auteursrecht. De Belgische wetgeving moet immers conform het EU-recht te worden uitgelegd. Belgische openbare bibliotheken mogen dus e-boeken uitlenen volgens bovenstaand model, zonder dat ze hiervoor toestemming moeten hebben van de rechthebbenden. Het aantal uitleningen van e-boeken zal nu wellicht ook meetellen voor de betaling van leenvergoeding aan Reprobel. En openbare bibliotheken zullen maatregelen moeten nemen om er voor te zorgen dat leners de gedownloade kopie na afloop van de uitleenperiode niet meer kunnen gebruiken.

Joris Deene, Sa&S