Beroepscode voor informatieprofessionals in bibliotheken en documentatiecentra

Deze code bevat algemene richtlijnen voor het handelen van bibliothecarissen/informatiemanagers en bibliotheekmedewerkers/informatiebemiddelaars. Hij biedt een houvast voor de ‘juiste' handelswijze van informatieprofessionals

Beroepscode voor bibliothecarissen / informatiemanagers en bibliotheekmedewerkers / informatiebemiddelaars.

Inleiding

Reikwijdte

De sector informatievoorzieningen bestrijkt het veld tussen de productie van informatie en de vraag naar informatie. De sector is eigenlijk een intermediair die zorgt voor de informatieoverdracht in het ruimere proces van kennisontwikkeling en culturele ontwikkeling. Het deskundig begeleiden van gebruikers bij hun informatievragen is hierbij de belangrijkste doelstelling.
De kernactiviteiten van de sector bestaan uit:

  • selecteren van informatie;
  • verzamelen van informatie;
  • ontsluiten van informatie;
  • bewaren van informatie;
  • voorzien van toegang tot die informatie;
  • aanbieden van informatie, ontmoetings- en/of ontspanningsmogelijkheden;
  • detecteren en stimuleren van de vraag naar informatie.

(Gebaseerd op de beroepscompetentieprofielen bibliothecaris/informatiemanager en bibliotheekmedewerker/informatiebemiddelaar.)

Doelstellingen

Deze code bevat algemene richtlijnen voor het handelen van bibliothecarissen/informatiemanagers en bibliotheekmedewerkers/informatiebemiddelaars. Hij biedt een houvast voor de ‘juiste' handelswijze van informatieprofessionals. Aangezien de beroepscode alleen algemene principes bevat, zullen de informatieprofessionals deze toch altijd zelf moeten interpreteren. Zij zullen dus zelf de vertaalslag moeten maken naar de concrete situatie waarmee ze geconfronteerd worden. Aan de hand van de code kunnen zij hun handelen toetsen. In die zin kan de informatieprofessional de code ook gebruiken om zijn handelen te rechtvaardigen tegenover derden, zowel binnen als buiten de eigen instelling.

Ook voor de buitenwereld is de beroepscode een criterium waaraan het gedrag van informatieprofessionals afgewogen kan worden. De code bepaalt mee het beeld dat gebruikers, hogere overheden en andere belanghebbenden zich vormen van de ‘informatieprofessional'.

Samengevat biedt deze code garanties voor de kwaliteitsbewaking bij de uitoefening van het beroep.

Van de bibliothecaris/informatiemanagers en van de bibliotheekmedewerker/informatiebemiddelaar wordt verwacht dat zij zich aan de principes houden die in deze code geformuleerd worden. Uiteraard moeten zij zich ook houden aan de reglementering die geldt binnen de eigen organisatie en aan de geldende wetgeving. Zij handelen in een complex spanningsveld, bepaald door de regels van het beroep, van de organisatie en van de samenleving. Normaal gesproken zal de wetgeving voorrang hebben op de reglementering binnen de moederorganisatie. Het is best mogelijk dat de beroepscode argumenten biedt om de regels en de wetgeving in vraag te stellen. Een dergelijke discussie zal zich altijd afspelen binnen het geldende reglementaire en juridische kader.

Terminologie

De werkgroep kiest voor de benaming:

beroepscode voor informatieprofessionals.

De werkgroep kiest voor de term ‘beroepscode' omdat deze duidelijk aangeeft wat dit document wil zijn: een richtsnoer voor een bepaalde beroepsgroep.

Met de term ‘informatieprofessional' bedoelt de werkgroep bibliotheekmedewerkers/informatiebemiddelaars en bibliothecarissen/informatiemanagers. Die termen verwijzen uitdrukkelijk naar de beroepscompetentieprofielen voor bibliothecaris/informatiemanager en voor bibliotheekmedewerker/informatiebemiddelaar die in 2009 door de SERV in samenwerking met de sector werden opgesteld. Deze profielen zijn van toepassing op medewerkers van alle types van bibliotheken en documentatiecentra. Ze beschrijven met andere woorden de professionals die zich aan deze code (zouden) moeten houden. Met de verwijzing naar beide beroepscompetentieprofielen, geeft de werkgroep ook aan dat de code van toepassing is op iedereen die inhoudelijk of vaktechnisch in een bibliotheek, informatiedienst of documentatiecentrum werkt. In dit document gebruiken we de term 'informatieprofessional' als overkoepelende term. Overal waar 'hij' staat, kan ook 'zij' gelezen worden.

In dit document wordt de term 'bibliotheken' zeer breed gebruikt, onder ander voor documentatiecentra, erfgoedbibliotheken, openbare bibliotheken, (hoge)schoolbibliotheken en universiteitsbibliotheken.

Het document gebruikt de term ‘gebruiker' eerder dan ‘klant'. Informatie kan immers niet zomaar 'geconsumeerd' worden. De informatieprofessional moet ook rekening houden met de verwachtingen van mogelijke toekomstige gebruikers, met de eisen van de collectie en met maatschappelijke verwachtingen.

De code geeft telkens een algemeen principe met daarbij een nadere toelichting.

1. Het beroep

1.1. De informatieprofessional draagt met zijn uitstraling bij aan het positieve imago van het beroep.

De informatieprofessional kent de beroepscode en draagt ze uit. Hij heeft een brede belangstelling voor ontwikkelingen op economisch, politiek, sociaal, cultureel en wetenschappelijk gebied. Hij volgt wat er in het beroepsveld gebeurt. Zo is i hij onder meer lid van bibliotheekorganisaties en van professionele netwerken en neemt hij deel aan activiteiten en vergaderingen. De informatieprofessional komt op voor de waarden van de bibliotheek.

1.2. De informatieprofessional komt op voor vrije toegang tot informatie en cultuur.

Hij wijst censuur af en discrimineert niet. Hij handelt in overeenstemming met de relevante wetgeving zoals het auteursrecht en de privacywetgeving.

1.3. De informatieprofessional garandeert op alle vlakken een kwaliteitsvolle dienstverlening.

De informatieprofessional staat in voor een onpartijdige, dynamische en efficiënte dienstverlening. Hij stuurt op basis van regelmatige evaluaties de kwaliteit van de dienstverlening en het aanbod bij.

1.4. De informatieprofessional brengt het principe van 'levenslang leren' voortdurend in de praktijk.

De informatieprofessional volgt recente ontwikkelingen via literatuur, studiedagen, cursussen en andere informatiebronnen. Indien nodig neemt hij hiertoe zelf het initiatief.

1.5. De informatieprofessional onderhoudt een hoge standaard van persoonlijke integriteit.

De informatieprofessional streeft ernaar betrouwbare informatie te geven. Hij voert zijn taken uit in overeenstemming met de beginselen van openheid, openbaarheid en onpartijdigheid.

1.6. De informatieprofessional heeft een open en onbevooroordeelde houding tegenover zijn collega's en erkent dat dit een voorwaarde is voor het efficiënt functioneren van de organisatie en de hele beroepsgroep.

De informatieprofessional delegeert en heeft zin voor het aanmoedigen van verantwoordelijkheid. Hij communiceert met zijn collega's over de gang van zaken in de bibliotheek en is bereid om beroepskennis en -ervaring te delen. Hij werkt samen met andere informatieprofessionals om tot betere professionele competenties te komen. Hij moedigt collega's aan om deel te nemen aan professionele activiteiten.

2. De collectie

2.1. De informatieprofessional draagt zorg voor de collectie en haar toegankelijkheid.

Hij zorgt voor goede bewaar- en gebruiksomstandigheden. Hij waarborgt de toegankelijkheid van de fysieke en de virtuele collectie op een manier die aansluit bij de aard van de collectie en van de doelgroep.

2.2. De informatieprofessional zorgt ervoor dat de inhoud van de collectie aansluit bij de doelstellingen van de instelling en gericht is op het vervullen van de noden van de gebruikers.

Het collectiebeleid wordt bij voorkeur vastgelegd in een collectiebeleidsplan.

2.3. De informatieprofessional streeft bij de collectievorming een zo groot mogelijke mate van objectiviteit en meerstemmigheid na.

Hij heeft aandacht voor verschillende visies en standpunten. Daarbij laat hij geen persoonlijke voorkeuren, wensen of meningen doorwegen.

2.4. De informatieprofessional heeft een goede kennis van het profiel van de collectie en van verwante collecties in andere instellingen.

Hij gebruikt deze kennis ten behoeve van zijn instelling en haar gebruikers.

2.5. De informatieprofessional documenteert de herkomst, context en behandeling (toevoegingen, verwijderingen of manipulaties) van materiaal dat aan zijn instelling is toevertrouwd in de mate dat de doelstellingen van zijn instelling dit vereisen.

De informatieprofessional doet dit voor materiaal met erfgoedwaarde, ongeacht de aard en de doelstellingen van de instelling. Als dit materiaal niet in de eigen instelling past, zoekt hij hiervoor een gepaste bestemming.

3. De overkoepelende organisatie

3.1. De informatieprofessional is loyaal aan zijn overkoepelende organisatie.

Hij draagt haar missie en haar visie uit. Hij streeft naar haar voortdurende verbetering en respecteert haar beleidslijnen en procedures. Loyaliteit sluit een kritische opstelling niet uit.

3.2. De informatieprofessional informeert zijn overkoepelende organisatie over de beroepscode en vraagt haar om deze code te respecteren.

3.3. De informatieprofessional komt op voor de waarde van de bibliotheek binnen de eigen instelling.

Hij promoot zijn bibliotheek binnen zijn organisatie en biedt zijn expertise aan ten voordele van de hele organisatie. Zo kan de bibliotheek haar functie binnen de organisatie ten volle vervullen.

4. De gebruiker

4.1. De informatieprofessional zorgt voor een werkomgeving die aangepast is aan de noden van de gebruiker.

De informatieprofessional zorgt voor een veilige en gezonde werkomgeving die een professionele dienstverlening mogelijk maakt. Zij moet voldoen aan de ergonomische en technologische behoeften van de gebruiker.

4.2. De informatieprofessional heeft een open en onbevooroordeelde houding tegenover de gebruikers.

De informatieprofessional erkent de autonomie van de gebruiker, die zelf bepaalt met welk doel de verkregen informatie en diensten worden aangewend.

4.3. De informatieprofessional stimuleert het gebruik van de bibliotheek.

De informatieprofessional stimuleert het gebruik van de bibliotheek. Bij (potentiële) gebruikers maakt hij de bronnen en diensten van de bibliotheek op een actieve en creatieve manier bekend via een waaier aan fysieke en virtuele kanalen.

4.4. De informatieprofessional doet aan actieve informatiebemiddeling en bevordert de informatiegeletterdheid van de gebruiker.

De informatieprofessional begeleidt de gebruiker bij het zoeken naar relevante informatie. Hij helpt de gebruiker bij het formuleren van zijn informatienoden. Hij stimuleert het gebruik van de meest geschikte zoekinstrumenten. Hij helpt bij het beoordelen van de betrouwbaarheid, de representativiteit en de actualiteitswaarde van de geleverde informatie. Hij stelt de gebruiker in staat de beschikbare informatiebronnen zo zelfstandig mogelijk te raadplegen en zorgt waar nodig voor schriftelijke instructies, opleidingen e.d. om deze zelfstandigheid te garanderen. Hiervoor kan hij samenwerken met partners.

4.5. De informatieprofessional verwijst door.

De informatieprofessional verwijst door naar interne of externe deskundigen als het beantwoorden van een informatievraag zijn specifieke vakkennis overstijgt. Hij zorgt intern voor een procedure van vraagafhandeling die gebaseerd is op teamwork en kennisdeling.

4.6. De informatieprofessional brengt de gebruiker respect bij voor het bezit van de bibliotheek.

Hij wijst daarbij op het recht van elke gebruiker op informatie en op het belang van het bewaren van documentaire informatie als een vorm van cultureel erfgoed voor de komende generaties.

 

De beroepscode voor informatieprofessionals werd opgesteld door een werkgroep van de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief en Documentatie vzw (VVBAD) in opdracht van de Raad van Bestuur van de vereniging.
De werkgroep was als volgt samengesteld:

  • Els Bervoets, Lessius Mechelen (schoolbibliotheken);
  • Paul Heyvaert, Belgische Vereniging voor Documentatie (wetenschappelijke bibliotheken en documentatiecentra);
  • Steven Van Impe, Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (erfgoedbibliotheken);
  • Patrick Vanhoucke, Hoofdstedelijke Openbare Bibliotheek (openbare bibliotheken);
  • Patrick Vanouplines, Vrije Universiteit Brussel (universiteitsbibliotheken) ;
  • Bruno Vermeeren, Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief en Documentatie (VVBAD).

De code kan hieronder gedownload worden. Gedrukte exemplaren kan u hier bestellen