Aanslagen, kleurkrijt en archief: DIY burgerschap

Groot-Brittannië likt zijn wonden na de aanslagen in Londen en Manchester. De Britten vallen terug op hun typische flegma om hun gemeenschappelijke afkeur te laten blijken. Iets meer dan een jaar geleden maakte Brussel hetzelfde mee. Wat blijft er bij ons van de gemeenschappelijk boodschap over? Op 9 juni willen we naar aanleiding van de Internationale Dag van het Archief het verhaal brengen over een uitzonderlijke dag in het leven van een Brusselse archivaris. En over wat de gemeenschap daarbij te winnen heeft.

Op de avond na de aanslagen van 22 maart in Brussel, verzamelen mensen zich aan het beursgebouw. Ze schrijven boodschappen met kleurkrijt op de grond, een mozaïek van medeleven in het hart van Brussel.

Zo’n spontane blijken van eenheid worden door beleidsmensen vaak gefascineerd gevolgd. Als ze die toch eens in structuren zouden kunnen vatten. Doorgaans glippen die manifestaties van (wereld)burgerzin hen echter door de vingers als krijtstof na een regenbui.

Te midden van deze 'herdenkingscaleidoscoop' zijn mensen foto’s aan het nemen. Ze worden aangesproken door journalisten die om nieuws verlegen zitten: de aangekondigde manifestatie is afgelast. “Wij zijn archivarissen van de Stad Brussel,” vertelt hun diensthoofd, Frédéric Boquet. “Het gaat regenen vanavond.” De volgende dagen komen er nieuwe krijttekeningen en boodschappen. De archivarissen blijven foto’s maken.

Dat is wat archivarissen doen: dingen die gebeuren in de maatschappij proberen te vatten en aan die maatschappij teruggeven.

Archief
“Archieven zijn geen kluis waarin documenten worden bewaard waartoe niemand toegang heeft,” meent Boquet. Voor archivarissen is het evident dat mensen toegang krijgen tot de sporen van hun eigen verhaal. Het is de essentie van hun beroep.

Pas als een stuk van dat verhaal ontbreekt besef je het belang ervan. Jean Bosco Safari illustreerde dat treffend toen hij in De afspraak de metissen-kwestie toelichtte. Met ogen vol triomf sprak hij over het moment dat hij eindelijk inzage zou krijgen in de archieven van Kind en Gezin.

De nood om zijn eigen verhaal te kennen overstijgt het individuele niveau. Archieven zijn een middel om een gemeenschappelijke identiteit te creëren. Niet voor niets zijn archieven doorheen de geschiedenis steeds weer misbruikt door machthebbers. Denk maar aan Napoleon die de Vaticaanse Archieven meevoerde naar Frankrijk, of de archiefroof door de Nazibezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Tegenwoordig is de machtsverhouding gekeerd in het voordeel van de burger. “Dat burgers principieel toegang hebben tot bestuursdocumenten is een garantie dat de overheid haar verantwoordingsplicht ook daadwerkelijk in de praktijk brengt,” zegt Boquet. “De burger kan zo een soort controle uitoefenen op het bestuur.”

Maar de betekenis van archief gaat dieper dan de structuren van de overheid. Het gaat om gemeenschapsvorming. Neem een gemeenschap zijn archief af en je neemt het zijn identiteit, zijn bindmiddel, af. Dat betekent dat als een gemeenschap wil voortleven, het zich zijn bouwstenen moet kunnen blijven herinneren.

Daar heeft archivaris Boquet wel degelijk oog voor: “Het was pure noodzaak. Het hoefde maar even te regenen, en er zou geen spoor meer zijn van die herdenkingsgolf.”

DIY en burgerschap
Die avond van 22 maart nam een heel diverse groep wereldburgers even de regie van de collectieve rouw over. Het anonieme decor dat dagelijks achteloos doorkruist werd door inwoners en toeristen, pendelaars en expats, veranderde plots in een 'gemeenschappelijk Brussel', hùn gewonde stad.

Dat niet-te-vangen herdenkingsburgerschap lijkt te matchen met de huidige do it yourself-cultuur. Uit onvrede met de twintigste-eeuwse sfeer van platte consumptie gaan mensen opnieuw zelf dingen maken. Het plezier van dingen te creëren.

Bij de aanslagen in Brussel voldeden de voorgeprogrammeerde structuren en instellingen niet om uiting te geven aan de collectieve gevoelens van solidariteit. Intuïtief gingen mensen zelf op zoek om iets tastbaars te “maken”. Gezamenlijk ontstond die 'herdenkingscaleidoscoop'. Daarmee realiseerden ze tegelijk zichzelf als (tijdelijke) gemeenschap.

Sommigen zien er meer in dan een vorm van sociaal handelen. Het zou gaan om een passief soort activisme. De DIY-gemeenschap laat niet voorzeggen hoe ze moet leven. De leden beslissen zelf hoe ze hun verhaal vertellen en maken zelf de gemeenschap waarin ze leven.

Dat betekent dat DIY-gevormde gemeenschapsarchieven plekken van weerstand kunnen zijn. Al 'makend' creëren mensen hun eigen collecties en verhalen. Die lopen niet noodzakelijk gelijk met het dominante discours in de samenleving. Dit gemeenschapsarchief verzamelen en vrijwaren laat burgers toe een ander 'identiteitsvormend' verhaal te vertellen.

“Wij hebben nu met de boodschappen iets extra, iets unieks naast alles wat in de pers verscheen. Deze documenten belichten een heel ander aspect, het aspect van een volksbeweging en wat die heeft achtergelaten. Zo hebben we dus een fundamenteel andere getuigenis dan wat de pers vastlegde,” aldus Boquet.

De Brusselse archivarissen doen dat niet voor zichzelf. Ze doen het voor u. U maakt het verhaal. En dat hoeft niet altijd met Facebook of Instagram te gebeuren. Het kan ook gewoon met krijt.

Met dank aan Frédéric Boquet, stadarchivaris van Brussel. Geïnterviewd in META, Tijdschrift voor Bibliotheek en Archief, 3/2017 p. 17-20. “Hoe archiveer je een gedenkplek?”

Sectie Archief van de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie