Universiteitsbibliotheken
Tot 1965 telde België drie Nederlandstalige universiteiten: Leuven, Gent en Brussel. Twee daarvan, Brussel en Leuven, waren toen nog tweetalig. Onder druk van demografische en democratische krachten werd het universitair onderwijs in de jaren 1960 uitgebreid en over het hele land gespreid. Zo kregen in Vlaanderen ook de provincies West-Vlaanderen, Antwerpen en Limburg hun eigen universitaire vestigingen met name de Katholieke Universiteit Leuven Campus Kortrijk, het Rijksuniversitair Centrum Antwerpen (Ruca), de Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius Antwerpen (Ufsia) en nog later in 1971 de Universitaire Instelling Antwerpen (UIA), en het Limburgs Universitair Centrum (LUC).
Brussel kreeg er de Universitaire Faculteiten Sint-Aloysius (Ufsal, later Katholieke Universiteit Brussel - KUBrussel) bij. Bijna gelijktijdig werden de tweetalige universiteiten van Leuven en Brussel gesplitst in autonome eentalige instellingen. In 2003 werden de drie Antwerpse instellingen gefusioneerd tot de Universiteit Antwerpen (UAntwerpen). Het LUC kreeg in 2005 een nieuwe naam: Universiteit Hasselt (UHasselt).
Sedert 2008-2009 staat de KUBrussel niet meer op zichzelf, maar werd een partner in de Hogeschool-Universiteit Brussel. De bibliotheek van KUBrussel bestaat sinds augustus 2010 niet meer als aparte entiteit. In de loop van 2009 en 2010 werden grote delen van de collecties van de stopgezette opleidingen weggeschonken aan andere universiteiten. De collecties Taalkunde, Economie & Management en Rechten werden overgebracht naar en geïntegreerd in de nieuwe Centrale Bibliotheek in het T'Serclaesgebouw in het centrum van Brussel.
De Vrije Universiteit Brussel (VUB) verkoos bij de splitsing in 1970 van start te gaan met een nieuwe bibliotheek en liet de bestaande collectie integraal over aan de Université Libre de Bruxelles (ULB). Anders ging het eraan toe in Leuven, waar de collecties van de Centrale Bibliotheek en de faculteitsbibliotheken werden verdeeld tussen de Katholieke Universiteit Leuven (KULeuven) en de Université Catholique de Louvain (UCL).
Voordien was de bibliotheek van de Leuvense universiteit het slachtoffer geweest van oorlogsgeweld, zowel in de Eerste als in de Tweede Wereldoorlog. Dit alles verklaart waarom de collecties van de meeste universiteitsbibliotheken relatief jong zijn. Enkel de Universiteitsbibliotheek van Gent (UGent), gegroeid uit de oude Gentse Stadsbibliotheek, bezit een belangrijke eigen historische collectie.
Maar vele universiteitsbibliotheken hebben geleidelijk via legaten, giften en aankopen een belangrijke oude collectie opgebouwd. Dit is het geval voor Leuven, maar ook de UAntwerpen verwijst graag naar haar collectie oude boeken. Toch ligt overal de klemtoon op het moderne boek, nodig voor onderwijs en onderzoek, sinds enkele jaren aangevuld met primaire en secundaire elektronische informatie. De oude bibliotheken hebben nog de typische magazijnplaatsing van het materiaal. De meeste nieuwe bibliotheken hebben de voorkeur gegeven aan een opstelling in open kast of een combinatie van beide.
De structuur van de bibliotheken in de Vlaamse universiteiten varieert van een nauwelijks gecoördineerde werking over geplande decentralisatie naar centralisatie. In de KULeuven, de oudste universiteit, beschikt elke campus over een eigen bibliotheek. In de Campus humane wetenschappen werden de faculteitsbibliotheken behouden. Daarnaast zijn er een aantal centrale bibliotheekdiensten. De universiteitsbibliotheek voert een integraal beleid, onder leiding van een hoofdbibliothecaris. Een managementteam staat in voor de dagelijkse leiding. Daarnaast is er een Bibliotheekraad, met een adviserende functie.
Gent telt nu nog enkele honderden bibliotheken, gaande van de grote Universiteitsbibliotheek of Boekentoren over enkele faculteitsbibliotheken naar vele kleinere bibliotheken in de talrijke vakgroepen. De UGent heeft in 2004 een plan goedgekeurd waarbij dit geheel in een globaal en beter beheersbaar bibliotheeknetwerk wordt ondergebracht. Centraal zitten de digitale bibliotheek, de bewaarfunctie en het bibliotheekmanagement. Daarnaast komen er op termijn grotere campusbibliotheken; de grootste beweging gebeurt momenteel in de faculteit letteren en wijsbegeerte waar meer dan 220 bibliotheeklocaties worden gefusioneerd tot één bibliotheek.
De jongere universitaire bibliotheken in Brussel (de voormalige KUB en de VUB), Antwerpen en Hasselt hebben een meer gecentraliseerde bibliotheekstructuur opgezet, die soms onder druk komt te staan van decentrale krachten. In Antwerpen volgden de universiteitsbibliotheken het proces van eenwording van de universiteit.
De algemene leiding van de UA-bibliotheken ligt bij de bibliotheekraad en de hoofdbibliothecaris. De bibliotheek van de UHasselt werkt al geruime tijd samen met die van de Universiteit Maastricht. In 2002 richtten de UHasselt en de Maastricht University samen de transnationale Universiteit Limburg (tUL) op, een uniek samenwerkingsverband van twee universiteiten in twee landen. Sinds de start van de nieuwe rechtsfaculteit wordt een rechtsbibliotheek voorbereid. In samenwerking met FOD Justitie zal begin 2012 in het nieuwe gerechtsgebouw in Hasselt de Rechtsbibliotheek Limburg ingehuldigd worden. De Universiteit Hasselt wil met een vernieuwende aanpak alle betrokken partijen in Limburg bij de uitbouw van deze bibliotheek betrekken.
Door het associatiebesluit van de Vlaamse Regering konden de universiteiten associaties sluiten met hogescholen. De wetgever speelde geen directe rol bij de planning, de uitbouw en de financiering van de universiteitsbibliotheken, maar dit had een belangrijke invloed op de werking van universiteits- en hogeschoolbibliotheken doordat er binnen die associaties hechtere banden worden gelegd tussen de bibliotheken (bv. op het vlak van onderlinge toegankelijkheid).
In België is nooit een gemeenschappelijk bibliotheekautomatiseringscentrum van de grond gekomen zoals OCLC-Pica in Nederland. Belgische universiteitsbibliotheken automatiseren met zeer diverse bibliotheeksoftware. Geleidelijk aan hebben zich twee netwerken gevormd. Eerst Libis-Net rond de KULeuven (vanaf eind 2012 inclusief alle hogescholen van de associatie), waar in 2005 gemigreerd werd van het Dobis-Libis softwarepakket naar Aleph van Ex-Libris. Daarnaast is er Anet rond de UA (met o.a. de UHasselt en de hogescholen van de Antwerpse Associatie). Sinds 2000 zet de UA haar eigen softwarepakket in: Brocade. De VUB, inclusief de geassocieerde EhB, gebruikt producten van de Vubis-familie. De UGent gebruikt sinds 1997 het Aleph-softwarepakket en haar associatiepartner de Hogeschool Gent volgde twee jaar later.
De samenwerking tussen de universiteitsbibliotheken is in 1972 van start gegaan op Belgisch vlak. De Conferentie der Universitaire Hoofdbibliothecarissen werd toen nieuw leven ingeblazen en ligt aan de basis van een aantal samenwerkingsactiviteiten, inzonderheid in verband met interbibliothecair leenverkeer en collectieve catalogi, zoals Antilope (periodieken aanwezig in Belgische universitaire, wetenschappelijke en speciale bibliotheken) en de Collectieve Catalogus van België op cd-rom en dvd (CCB).
In 1992 werd daaraan Impala toegevoegd, het Belgisch elektronisch documentbestelsysteem. Dit samenwerkingsverband heeft al enkele jaren niet meer gefunctioneerd. In de periode 2006-2008 werd getracht om het opnieuw op te starten, spijtig genoeg zonder succes. Zulk een samenwerkingsverband is nochtans nodig omdat een aantal materies van belang voor de bibliotheken op federaal niveau worden beslist en dus best gemeenschappelijk worden behandeld (bv. auteursrecht).
In Vlaanderen werd vanuit de Werkgroep Wetenschappelijke Bibliotheken van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) gewerkt aan een permanent overlegorgaan voor de verschillende bibliotheektypen (openbare bibliotheek, hogeschoolbibliotheek, universiteitsbibliotheek, wetenschappelijke bibliotheek en bedrijfsbibliotheek), de opleidingen en de Vlaamse overheid. Deze inspanningen leidden begin 1992 tot de oprichting van het Vlaams Overlegorgaan inzake Wetenschappelijk Bibliotheekwerk (VOWB) met een permanent bureau dat zorgt voor de algemene coördinatie en de begeleiding van projecten. In 1999 werd de beheersstructuur van het VOWB grondig veranderd.
In lijn met de recente evolutie waarbij de hogescholen aan belang winnen, werd een paritaire structuur uitgebouwd. Beide groepen, universiteitsbibliotheken en hogeschoolbibliotheken, hebben nu een gelijk aandeel in het beheer en de financiering van de vereniging. Daarnaast is plaats voorzien voor de speciale bibliotheken.
In de eerste jaren van het VOWB en zijn voorganger lag de klemtoon op studiewerk: gemeenschappelijk depot, documentleverantie en het gebruik van de Conspectus-methodiek voor collectie-evaluatie in de Vlaamse bibliotheken. Het Antilope-termijnplan was de eerste concrete realisatie. Met cofinanciering van de Vlaamse Overheid, meer bepaald de Administratie van Wetenschap en Innovatie (AWI), werden op twee jaar (1995-1996) de afgesloten tijdschriftencollecties van enkele voorname Vlaamse wetenschappelijke bibliotheken in Antilope opgenomen. In de latere jaren is vrijwel alle aandacht gegaan naar Elektron, het Vlaamse E-lib project waarvoor in 1999 voor het eerst 1.800.000 euro werd uitgetrokken. Later is dit bedrag opgelopen tot net boven de 2.000.000 euro.
Daarmee werd tot 2003 primaire en secundaire elektronische informatie aangekocht voor de universiteiten, de hogescholen en de wetenschappelijke instellingen van de Vlaamse Overheid. De budgetlijn van het Vlaams Ministerie van Onderwijs blijft ook voor de daaropvolgende jaren behouden, maar het geld wordt verdeeld over de aan het project deelnemende instellingen: 65% gaat naar de universiteiten, 26% naar de hogescholen en 9% naar onderzoeksinstellingen. De overheid verwachtte misschien dat die gelden nadien weer samen ingebracht zouden worden in een consortium dat zou werken met de volledige overheidssubsidie en met eigen geld van de participerende instellingen. Dat is zo gebeurd voor de hogescholen, maar niet voor de universiteiten.
In het kader van de in 2003 opgerichte vzw Elektron werd een basispakket samengesteld van primaire en secundaire elektronische informatie. Doordat sommige partners voor dit basispakket niet hun volledige overheidssubsidie inbrengen, moeten anderen (soms fors) bijbetalen uit eigen middelen. De VLIR-Raad heeft begin 2006 beslist dat de kosten anders moeten gespreid worden over de universitaire partners dan dit sinds de verdeling van de gelden is gebeurd. De Elektron-gelden maken inmiddels deel uit van de algemene werking van de instellingen. Het secretariaat van de vzw Elektron wordt waargenomen door het VOWB. In 2010 is gestart met een reorganisatie van het VOWB, omdat de noden van de sector wetenschappelijke bibliotheken ingrijpend veranderd zijn. Deze reorganisatie zal in 2011 zijn beslag krijgen.
Het Belgische federale niveau zorgt via het Federaal Wetenschapsbeleid voor projectfinanciering in het kader van de ondersteuning van het onderzoek en de dienstverlening in de Koninklijke Bibliotheek. Zo werden de laatste jaren via projecten drie miljoen Belgische krantenpagina's gedigitaliseerd en beschikbaar gesteld, en werd de volledige steekkaartcatalogus van de Koninklijke Bibliotheek in de online catalogus opgenomen. Virlib brengt een substantiële verbetering mee van het interbibliothecair leenverkeer door elektronische levering van ingescande documenten (http://lib.ua.ac.be/VIRLIB/). Het UniCat project moest België op termijn een virtuele collectieve catalogus opleveren. Dit project is slechts ten dele geslaagd en daarom vindt in 2011 een doorstart plaats met als doel een collectieve catalogus van België (http://www.unicat.be/).
In tegenstelling tot de openbare bibliotheken in Vlaanderen werd er in het voorbije decennium niet zoveel aan (ver)nieuwbouw gedaan. De Universiteit Antwerpen opende in 1995 een nieuwe bibliotheek op de Middelheimcampus. De KULeuven deed dat in 2002 na met de opening van de nieuwe Arenberg-bibliotheek voor de exacte en toegepaste wetenschappen (architect J.R. Moneo).
De Universiteit Antwerpen breidde de bibliotheek op de stadscampus uit met 7.000m² publieksruimte. In november 2007 werd de nieuwe bibliotheek op de Stadscampus in gebruik genomen. Leuven zorgde voor een schitterende restauratie van de buitengevels en de toren van de Centrale Bibliotheek op het Ladeuzeplein en Gent heeft sinds kort haar project voor de restauratie van de boekentoren van architect Henry van de Velde. In het nieuwe gerechtsgebouw zal vanaf 2012 de Rechtsbibliotheek Limburg van de Universiteit Hasselt opengesteld worden.