Recensies: BOM: bewaring en ontsluiting van multimediale data in Vlaanderen

Erfgoed is in - tenminste in de bibliotheekwereld - en het publiek gaat ervan uit dat het ook allemaal digitaal beschikbaar is. Het toegankelijk maken van audiovisueel materiaal via digitale weg heeft echter meer implicaties dan dat voor tekstueel materiaal het geval is, niet alleen op technisch, maar bijv. ook op juridisch vlak. Van januari 2008 tot juli 2009 bundelden een aantal spelers uit de culturele sector hun krachten in het BOM-project om alle aspecten van het bewaren en toegankelijk maken van audiovisuele materialen te bestuderen. Dit boek is een soort officieel eindrapport. Deelrapporten, die vaak tekstueel aansluiten bij wat hier te lezen is, werden eerder digitaal gepubliceerd.

Verschillende experten belichten allerlei aspecten van de problematiek: de selectie van de materialen, de metadata, de juridische voetangels, de rol van het publiek, de technieken van digitalisering enz. Maar ook speciale toepassingen als on-demand-filmdistributie komen aan bod. Eén hoofdstuk verlaat de Vlaamse context en gaat over de Nederlandse initiatieven Beeld en Geluid en Beelden voor de Toekomst. Elk hoofdstuk heeft het statuut van een afzonderlijke tekst, wat maakt dat nogal eens dezelfde ontboezemingen over de snelle evolutie van onze informatiemaatschappij enz. terugkomen. Blijkbaar is er ook niet naar gestreefd om het notenapparaat en de manier van verwijzing naar bronnen doorheen het boek te uniformiseren. Een enkele keer laat de uitgever ook wel eens een steek vallen bij de bronvermelding. Zo stopt de bibliografie bij hoofdstuk 6 (p. 107) bij de S - omdat het blad vol was - zodat de verwijzing op p. 90 naar ‘Techcrunch, 2009' erbij inschiet.

Sommige hoofdstukken, zoals hoofdstuk 9 over juridische en beleidsmatige issues, zijn ondanks de technische en saaie materie verhelderend en zeer leesbaar geschreven. De keuzes zijn vaak voorspelbaar. Zo ligt het nogal voor de hand dat Dublin Core dé standaard zal zijn - hoewel er hier gekozen wordt voor Qualified Dublin Core, wat nu toch als superseded gebrandmerkt staat. Een enkele keer zet dat de auteurs ertoe aan een rare kronkelweg te maken om te komen waar ze naartoe wilden. In hoofdstuk 4 over het wetenschappelijk gebruik van digitale archieven wordt eerst gesteld dat "wetenschappelijk" niet gelijk is aan "academische", maar aan "kwaliteit" om dan te betogen dat het beste dus is dat archieven kwaliteit nastreven en dat dit via Open Access dan weer optimaal gegarandeerd is. Mijns inziens moet je nochtans ook wetenschap kunnen bedrijven op basis van onvolledig of slecht materiaal en op basis van materiaal dat niet in openaccessarchieven zit. Uiteraard is ook in dit boek de nodige aandacht voor Web 2.0-toepassingen zoals tagging, maar ik mis wel andere technieken, met name automatische indexeermethodes, die voor het ontsluiten van grote hoeveelheden slecht gedocumenteerd klank- en beeldmateriaal oplossingen zouden kunnen bieden.

Voor iemand die de laatste jaren veel (te veel?) Engelstalige vakliteratuur gelezen heeft, doet het boek hier en daar verrassend Europees aan: de verwijzingen naar Derrida en Foucault, de relativerende toon, het evenwicht tussen auteurs uit instellingen en universiteiten van verschillende strekking - maar ook dit behoort nu eenmaal tot ons erfgoed.

Titel: 
BOM: bewaring en ontsluiting van multimediale data in Vlaanderen: perspectieven op audiovisueel erfgoed in het digitale tijdvak.
Auteur: 
Stoffel Debuysere et al.
Uitgever: 
Leuven: LannooCampus
Jaar: 
2010
ISSN: 
978-90-209-8944-1