Aanwezig in de bibliotheek van het Algemeen Rijksarchief in Brussel.
Het eerste nummer van deze jaargang staat in het teken van de samenwerking tussen de Noordse archieven, door het samenleggen van middelen, het coördineren van de beleidsopties en het delen van de functionele praktijk. De oprichting in 2009 van de vereniging van streek- en gemeentearchivarissen in IJsland sluit daar bij aan (Hrafn Sveinbjarnarson, En ny arkivforening i Island, nr. 3; p. 117-118), maar ook het artikel rond de verdeling van de archieven van het hertogdom Sleeswijk-Holstein in 1933, past uiteindelijk in dat plaatje van samenwerking (Hans Schultz Hansen,75 år: Den dansk-tyske arkivoverenskomst af 1933, nr. 1; p. 25-27). De verdeling was het gevolg van de verovering van Sleeswijk door Pruisen in 1864: zes jaar later diende Denemarken grote hoeveelheden archief aan het depot in Kiel over te dragen. Wanneer in 1920 Noord-Sleeswijk terug bij Denemarken kwam, was er een probleem: dat alle documenten ontstaan na de verovering door Pruisen voor het gebied opgeëist werden lag voor de hand, maar wat met het archief van voor 1864? Over de verdelingsprincipes en de toegankelijkheid was er zodanig onenigheid, dat pas in 1936 de verhuis met vrachtwagens naar Aabenraa (en Kopenhagen) plaatsvond (bij de verdeling werd het herkomstprincipe overigens niet in acht genomen). Vijfenzeventig jaar later hebben, dankzij samenwerking tussen archiefinstellingen over de landsgrenzen heen, gemeenschappelijke, elektronische inventarissen alvast op papier dat euvel ongedaan gemaakt. Dat archief best zo weinig mogelijk verplaatst wordt blijkt ook uit een artikel over het zinken van de boot met een deel van het archief van
Groenland (Niels Frandsen, Da en fjerdedel af Grønlands arkivalier gik tabt. M/S Hans Hedtofts forlis for 50 år siden, nr. 2; p. 82-83) waarover hier al eerder bericht is.
Heel wat andere bijdragen sluiten eveneens aan bij wat in vorige jaargangen en dus ook in deze rubriek aan bod kwam, zoals arkivformidling (‘archief-pedagogiek’). Daarvoor werd nu in Noorwegen een nationaal netwerk uitgebouwd (Maria Press, Nasjonal nettverk for arkivformidling etablert, nr. 2, p. 93; cf. www.llp.no/formidling). Om jongeren bekend te maken met archief wordt in Noorwegen zelfs het toneel aangewend (Maria Press, Spor gjennom ingemannsland - nyskapende arkivteater for ungdom, nr. 2; p. 97-99). Ook is er de nieuwe studierichting arkivformidling aan de hogeschool van Lillehammer (Mairit Hosar, Nytt nordisk studietilbudd i Arkivformidling av historiske arkiver, nr. 2, p. 88-90). De deeltijdse opleiding behandelt zes thema’s (telkens twee dagen voor één thema): de theorie van archiefpedagogiek (w.o. communicatietheorie), de archivaris als gids voor publiek en gebruiker (waarbij ethische kwesties aan bod komen), tentoonstellingen, pedagogiek, geschiedenissen en verhalen en ten slotte digitale archiefpedagogiek. Belangrijk lijkt het onderzoek in Finland, dat uitwees dat de pH-waarde van kartonnen archiefdozen de laatste 25 jaar geëvolueerd is van neutraal (7,0) tot zuur (5,5) en nu zelfs heel zuur (4,5): nieuw Fins karton (‘Pankaframe’) zou daaraan verhelpen (Istvàn Kecskeméti, Undersökning om arkivkartongens kvalitet, nr. 3; p. 146).
Naar aanleiding van een interessante casus die in Denemarken leidde tot nieuwe archiefwetgeving, stelde zich de principiële vraag of privaatrechtelijk archief, na overdracht aan een archiefinstelling van de overheid, een publiekrechtelijk statuut kan krijgen (Poul Olsen, Om skoleinspektør Johannes Ivar Bøgner, offentlighedsloven, ombudsmanden og arkivloven, nr. 1, p. 34-35). Tijdens de Tweede Wereldoorlog schreef een heemkundige in het Deense Ringkjøbing een tekst waarin hij collaborateurs met naam en toenaam vermeldde; na de oorlog gaf hij het manuscript aan het regionaal archief Nørrejylland onder de voorwaarde dat het niet raadpleegbaar zou blijven tot 2000, waarna de burgemeester van Ringkjøbing mocht beslissen of het publiek gemaakt werd of verder gesloten diende te blijven. In 2000 (de auteur was intussen overleden) besloot de burgemeester de tekst onder embargo te houden. Dat werd echter door de plaatselijke heemkundige kring aangevochten bij de Deense ombudsman, met een beroep op de wet op de openbaarheid
(ook al geldt die enkel voor publiekrechtelijk archief). De heemkundigen kregen gelijk: doordat de burgemeester sowieso een beslissing ter zake had genomen, was het document publiekrechtelijk geworden en daarom werd het gevat door de wet op de openbaarheid. De zaak leidde tot een nieuwe wet in 2008 waarin uitdrukkelijk bepaald werd dat de raadpleging van privaatrechtelijke archieven die overgedragen worden aan het archiefinstellingen van de overheid, enkel geregeld kan worden door de afspraak tussen overdrager en instelling.