Naar de bron

Het boek begint al meteen met een afknapper - tenminste voor bibliothecarissen. Op p. 9 leggen de auteurs uit dat informatie in bibliotheken ter beschikking gesteld wordt door middel van een classifi- catie (wat zeker niet uitsluitend zo is). Dit illustreren ze aan de hand van UDC en om dat duidelijk te maken, geven ze het voorbeeldje dat je kunt vinden op de website van het Mundaneum: 335.52 (493.5) (=393.2) "1885-1960". Waarom niet eventjes in de bibliotheek gevraagd hoe dat écht zit met UDC? Daar hadden ze ongetwijfeld alles uitgelegd over het spanningsveld tussen UDC als instrument voorinhoudelijke ontsluiting en als plaatsingssysteem.

Het boek wil in eerste instantie studenten uit de sociale en humane wetenschappen leren hoe ze informatie zoeken en verwerken. Meteen bepaalt dit een aantal gemaakte keuzes. Zo wordt er geopteerd voor het APA-systeem voor bibliografische referenties en voor Endnote als bibliografische software. De laatste hoofdstukken zijn dan ook een handleiding in beide. Maar het is niet goed mogelijk om bijv. alles van het APA-systeem in 30 bladzijden uit te leggen; vandaar dat de auteurs voor meer details naar het officiële APA-handboek moeten verwijzen.

Eerdere hoofdstukken gaan over het zoeken naar en presenteren van informatie. Ook nu weer is de invalshoek die van de sociale en humane wetenschappen, zoals blijkt uit de keuze van de genoemde databanken. Hier en daar moeten we toch de wenkbrauwen fronsen bij wat we in deze hoofdstukken lezen. Zo wordt op p. 35 "thematisch zoeken" zondermeer gelijkgesteld aan zoeken door middel van "keywords", waardoor toch wel een beetje te veel andere instrumenten in dit verband buiten beschouwing blijven. Op p. 51 staan "online encyclopedieën" bijna ongenuanceerd gelijk met Wikipedia. De auteurs schrijven dat er evenwel alternatieven zijn, zoals Digital Universe - wat een web directory is en geen encyclopedie. Trunceren en maskeren worden volgens p. 56 blijkbaar overal aangeduid met resp. asterisk of vraagteken.

Het is niet gemakkelijk om een droge stof zoals de regels voor het maken van een bibliogra- fie op te fleuren. Wanneer je alles in detail gaat beschrijven, wordt het vlug nogal saai. Het valt ook te betwijfelen of anderhalve pagina doorlopende tekst over de inleiding van een werkstuk een goed middel is om studenten te leren hoe ze die inleiding moeten schrijven. De weinige illustraties in het boek zijn bovendien niet bepaald geslaagd. De screenshots zijn te klein om er iets zinnigs van te maken (soms staan er zelfs twee schermen naast elkaar afgedrukt). Het formaat van het boek is gewoon niet geschikt om dit op die manier te doen. Eén van de weinige foto's (p. 120) is wazig en mist op die manier totaal zijn doel.

Ondanks deze onvolkomenheden is het boek een relatief goede inleiding voor studenten die een globaal overzicht nodig hebben over hoe ze bijv. een scriptie moeten maken - en er niet voor terugschrikken om daar dan 230 p. tekst voor te doorworstelen. De fundamentele vraag blijft echter wat een goed ‘format' is om studenten informatievaardigheden bij te brengen. Is het dit soort boek, dat neigt naar de fameuze ‘style manuals'? Maar dan is het meteen ook overbodig want studenten worden verondersteld Engelstalige literatuur probleemloos te kunnen lezen. Misschien moet het een werkboek met veel oefeningen zijn? Of misschien volstaat een referentiewerk en is het beter al de rest in praktische sessies uit te leggen en in te oefenen?

Maar hier zult u de oplossing wel niet vinden, want op p. 89 lezen we: "Vooral niet-academische bronnen zullen meerdere drogredenen bevatten."

Titel: 
Naar de bron: informatie zoeken en gebruiken in sociale en humane wetenschappen
Auteur: 
Dimitri Mortelmans, Pieter Spooren & Olivier Chandesais
Uitgever: 
Leuven: Acco
Jaar: 
2010
ISBN: 
978 90 334 8083 6