Biografie van een stadsarchivaris

Archivarissen krijgen meestal slechts een biografie omwille van hun particuliere en/of publieke activiteiten op andere terreinen. Dat geldt ook voor Johan Been (1859-1930), die gedurende meer dan 30 jaar stadsarchivaris was in zijn geboorteplaats Brielle (Den Briel) op het voormalige Zuid- Hollandse eiland Voorne. Been was - behalve onderwijzer (tot zijn pensionering in 1910) en archivaris (van 1895 tot zijn overlijden) - vooral een bedrijvig en productief publicist en auteur, die in heel Nederland bekendheid verwierf als schrijver van (historisch geïnspireerde) jongensboeken.

In de loop der jaren zag Been zijn Brielse archivarisambt evolueren van een onbezoldigde vrijwilligersjob, via een onbetaalde functie in stadsdienst, tot een aanstelling als archiefambtenaar met een jaarlijks, zij het beperkt honorarium. Vooraleer in 1927 een stedelijk archiefgebouw in gebruik werd genomen, werden de archieven van de stad Brielle her en der verspreid over het stadhuis bewaard en waren de werk- en de ontvangstruimte van de archivaris er achtereenvolgens ondergebracht op een zolderkamertje en in de voormalige stadsgevangenis in de kelder. Hoewel hij geleidelijk zijn eigen positie als archivaris en de behuizing van het Brielse stadsarchief zag verbeteren, beklaagde Johan Been zich er in een brief aan de Leidse hoogleraar vaderlandse geschiedenis Robert Fruin (1823-1899) terecht over dat hij in zijn "kleinsteedsche omgeving" tegelijk geregeld kreeg toegeworpen "dat het onzin is, zich met al dat doode, dorre, stoffige, muffe op te houden" (p. 77). Bijzonder illustratief in dit verband is volgend incident, dat gelukkig goed afliep: "Toen er in Brielle stemmen opgingen de platencollectie ten behoeve van een nieuwe sluisdeur te verkopen - men had liever droge voeten dan een prent - heeft Been zich daar met succes tegen verzet" (p. 66).

Naast honderden bijdragen in diverse kranten, bladen en tijdschriften publiceerde Johan Been in totaal 60 boeken, waarvan hij voor twee ervan inspiratie putte uit de wereld van het archiefwezen. Been was weliswaar vooral een ‘schrijvende archivaris', maar toonde zich desalniettemin ook een deskundig en bekwaam ‘archieftechnicus': "De metamorfose van de her en der verspreid liggende oude paperassen tot een ordelijk en efficiënt ingedeeld archief is niet de enige verdienste van archivaris Been" (p. 133). Genealogen, die hij omschreef als "de hyena's van de archieven", verrichtten volgens hem hun opzoekingen overigens slechts uit ijdelheid (p. 135).

Brielle, dat in 1330 stadsrechten kreeg en dat tot vandaag zijn omwalling heeft behouden, telt momenteel 12.000 inwoners en 400 als monument geklasseerde gebouwen. Stadsarchivaris Johan Been zag al vroeg de cultuurhistorische waarde en de toeristische mogelijkheden in van dat architecturaal erfgoed en bepleitte met succes zowel de restauratie van de 15e-eeuwse Sint-Catharijnekerk als de oprichting van een lokale Vereniging voor Vreemdelingenverkeer.

Geheel in de lijn van Johan Been, die zijn vlot geschreven en vulgariserende historische studies altijd baseerde op uitvoerig bronnenonderzoek, maakte de Brielse literatuurhistorica Jenneke Groeneveld van haar goed onderbouwde biografie een leesbaar en lezenswaardig boekje. De kritische hommage die Been op die manier krijgt, heeft deze "onderwijzer, archivaris en publicerend Briellenaar" meer dan verdiend (p. 11).

Titel: 
Johan Been. Rasverteller uit Brielle (1859-1930)
Auteur: 
Groenveld Jenneke
Uitgever: 
Zutphen, De Walburg Pers
Jaar: 
2010
ISBN: 
978 90 57 30 645 7