Auteursrecht (bijlage bij het webdossier Archiefreglement)
De wet- en regelgeving betreffende het auteursrecht is een complexe materie. Deze bijlage behandelt de problematiek van de wetgeving op het auteursrecht en de naburige rechten in het kader van de basiswerking van de archieven.
Twee werken op maat van de archivaris en van de erfgoedsector zijn aanbevolen:
- Hannelore Dekeyser. Digitale archivering. Auteursrecht, technische beschermingsmaatregelen en wettelijk depot. eDAVID. Antwerpen, 2007, versie 2.0.
De auteur schetst op een zeer duidelijke manier de problematiek, geeft naast een overzicht van de wet- en regelgeving ook gerichte adviezen en schrijft haar conclusies op maat van de archivaris. Versie 2.0 is een aanvulling verschenen in april 2007 naar aanleiding van de omzetting van de Europese richtlijn in de Belgische wetgeving in 2006. - - Michèle Meesen, Ellen Loots, Katrien Van der Perre. Auteursrecht en erfgoed. Handleiding tot het vermijden van uitschuivers . Culturele Biografie Vlaanderen vzw, Antwerpen, 2004.
Deze brochure schetst de problematiek vanuit het standpunt van de erfgoedsector.
1. Auteursrechten
1.1. Een auteursrechtelijk beschermd werk is origineel en in een bepaalde vorm gegoten. Het werk is het resultaat van een intellectuele activiteit of inspanning én de persoonlijkheid van de auteur/maker komt in het werk tot uiting. Ideeën zijn niet beschermd. Het is de uitdrukking of de vorm van de ideeën die beschermd kan worden.
De auteur is de titularis van het auteursrecht. Bij zijn dood gaan de rechten over op zijn erfgenamen of hij kan zijn rechten reeds eerder contractueel afstaan. Dit leidt soms tot onduidelijke situaties, vandaar het gebruik van het symbool ©. De archivaris kan op grond van wettelijk vermoeden ervan uitgaan dat dergelijke vermelding klopt. Bijzondere types van werken die beschermd zijn en eventueel bij het zoeken naar de titularis problemen kunnen opleveren, zijn afgeleide en collaboratieve werken, audiovisuele werken, databanken en computerprogramma's.
Het auteursrecht is niet eeuwig en kan tot 70 jaar na het overlijden van de auteur worden uitgeoefend door de erfgenamen of door een eventueel andere, aangewezen, persoon.
De Belgische wetgeving is van toepassing op Belgische auteurs, maar onder bepaalde voorwaarden ook op buitenlandse auteurs. Onderdanen van een lidstaat van de EU worden gelijkgesteld met Belgische auteurs. Andere buitenlandse auteurs kunnen de Belgische Auteurswet inroepen onder voorwaarde van wederkerigheid. Dit houdt in dat zij de bescherming krijgen die Belgische auteurs in het land in kwestie genieten.
1.2. De auteur beschikt over twee soorten rechten op zijn werk: vermogensrechten en morele rechten. De vermogensrechten (economische rechten) geven de auteur het exclusieve recht op exploitatie van zijn werk waardoor hij zijn werk kan reproduceren of laten reproduceren. Dit kan grafisch, mechanisch, optisch of elektronisch. Kopieën van een werk worden verkocht, maar ook verhuurd en uitgeleend. De consultatie van een exemplaar van een werk in een leeszaal wordt niet aanzien als verhuren of uitlenen. De auteur heeft eveneens het recht om afgeleide producten te maken, het zogenaamde adaptatierecht. Daarbij komt nog het vertalingsrecht. Discussie kan hier ontstaan als de migratie van een bestand naar een nieuw formaat als vertaling wordt beschouwd. De archivaris kan hiertegen wel aanvoeren dat geen nieuwe versie van het document gecreëerd noch geëxploiteerd wordt, maar dat op deze manier verzekerd is dat het bestand in de toekomst raadpleegbaar blijft.
De morele rechten beschermen de persoonlijke band tussen maker en creatie. Hierdoor heeft de auteur recht tot bekendmaking, het zogenaamde divulgatierecht. De auteur beslist wanneer zijn werk klaar is om publiek bekend te worden gemaakt. Daarnaast beschikt hij ook over het vaderschapsrecht waardoor hij beslist onder welke naam zijn creatie bekendgemaakt wordt. Op grond van het recht op integriteit of eerbied voor het werk, kan de auteur zich ook verzetten tegen elke wijziging van zijn werk. Al deze rechten zijn persoonlijke rechten en zijn niet overdraagbaar. De auteur kan bij het overdragen van de vermogensrechten of in een licentie wel beloven dat hij zijn morele rechten niet zal uitoefenen. Na overlijden van de auteur waken wel de erfgenamen over de eerbiediging van de morele rechten.
1.3 Uitzonderingen (of wettelijke licenties) op het auteursrecht
- Tijdelijke reproductie
Tijdelijke kopieën kunnen worden gemaakt indien noodzakelijk bij de doorgifte in een netwerk of voor rechtmatig gebruik van een werk. Let wel: dit kan alleen als de kopieën van voorbijgaande of bijkomstige aard zijn, als ze geen zelfstandige economische waarde hebben en een essentieel en integraal onderdeel zijn van een technisch procédé. - Publiek toegankelijke archieven, bibliotheken en musea
Archieven kunnen tegen bepaalde voorwaarden reproducties maken. Onbeperkt reproduceren kan in principe niet. Het aantal reproducties is beperkt tot het strikt noodzakelijke om de bewaring van het culturele en wetenschappelijke erfgoed te verzekeren. De instelling in kwestie mag er door deze uitzondering geen economisch of commercieel voordeel bij hebben. M.a.w. de normale exploitatie van het werk en de wettige belangen van de auteur mogen geen schade ondervinden. De reproducties zijn eigendom van de instelling en mogen niet voor een commercieel of winstgevend doel worden gebruikt.
In het kader van het mededelingenrecht kunnen publiek toegankelijke archieven, bibliotheken, musea, wetenschappelijke en onderwijsinstellingen materiaal ter beschikking stellen van het publiek zonder toestemming te moeten vragen aan de rechthebbenden. Ook hier gelden strenge voorwaarden. Het materiaal mag niet in de handel verkrijgbaar zijn en de instelling mag de auteur geen concurrentie aandoen door zelf gekopieerd materiaal ter beschikking te stellen. Bovendien kan het materiaal alleen via speciale terminals (databanken) in de instelling ter beschikking worden gesteld van personen voor onderzoek of privé-studie. - Openbare uitlening
Bepaalde soorten werken kunnen met educatieve of culturele doeleinden uitgeleend worden door instellingen die daartoe officieel erkend of opgericht zijn. Het betreft letterkundige werken, databanken, fotografische werken, muziekpartituren, geluidswerken en audiovisuele werken. De auteur behoudt het recht inzake uitlening van computerprogramma's en werken van beeldende kunst. Via het internet archiefstukken ter beschikking stellen is geen vorm van uitlening en kan dus niet. - Wetenschappelijk onderzoek
Uit hoofde van bronnenontsluiting doen de archieven aan wetenschappelijk onderzoek. Door het beschikbaar stellen van archiefmateriaal kunnen wetenschappers van buitenaf ook aan onderzoek doen. Bijgevolg mag een instelling reproducties maken wanneer het illustraties bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek betreft, voor zover dit niet gebeurt met het oog op winst en de belangen van de auteur niet worden geschaad. Met uitzondering van artikelen of van werken van beeldende kunst, mag een werk niet integraal worden gereproduceerd. Bronvermelding is vereist.
In vergelijking met de uitzondering voor reproductie voor publiek toegankelijke archieven, bibliotheken en musea lijkt de uitzondering voor wetenschappelijk onderzoek beperkter. Een werk mag immers niet volledig gekopieerd worden. De uitzondering voor mededeling voor wetenschappelijk onderzoek is dan wel weer ruimer dan die voor archieven, bibliotheken en musea. Terbeschikkingstelling van materiaal mag via een gesloten netwerk van de instelling. De vraag is dan wel wie toegang heeft tot het gesloten netwerk. Hierover geeft de regelgeving geen bepalingen. Archieven met wetenschappelijke doelstellingen opgericht of erkend door de overheid kunnen dus van deze uitzondering gebruikmaken.1.4 Licentie
De auteur kan de exploitatie van zijn werk aan een derde afstaan. In geval van archiefinstellingen kan een contract of licentie interessant zijn. De onduidelijkheden van het auteursrecht kunnen worden uitgeklaard en de instelling kan meer mogelijkheden hebben inzake ter beschikking stellen van het werk aan het publiek. Het archief kan op deze manier eventueel ook gecompenseerd worden voor de inspanning die geleverd wordt om het werk op lange termijn te kunnen bewaren. Meer informatie en een voorbeeld van dergelijke overeenkomst zijn te vinden in de eerste versie van de aangehaalde publicatie van Dekeyser op p. 56-61.(Hannelore Dekeyser. Digitale archivering: een juridische stand van zaken vanuit Belgisch perspectief. Deel 2. Auteursrecht, technische beschermingsmaatregelen en wettelijk depot. eDAVID. Antwerpen, 2004, versie 1.0)2. Naburige rechten
Naburige rechten zijn geen echte auteursrechten, maar worden verleend voor beschermingswaardige prestaties. Volgende personen/instanties kunnen hiervan genieten: uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en films, omroeporganisaties, de eerste uitgever van een werk van publiek domein en producenten van een databank.
2.1 De uitvoerende kunstenaar is bij wet niet gedefinieerd. Het gaat om acteurs, musici, dansers... De prestatie dient alleszins artistiek te zijn. De uitvoerende kunstenaar geniet zowel vermogensrechten als morele rechten. Dit laatste betreft vooral het recht op naamsvermelding en het recht op eerbied. De rechten vervallen na 50 jaar. De uitzonderingen op de naburige rechten komen grotendeels overeen met die van het auteursrecht. Ook hier kan een licentie die de regelgeving van het auteursrecht volgt, worden afgesloten.
2.2 De producent van fonogrammen en films geniet voor 50 jaar vermogensrechten, maar heeft geen morele rechten. Het afsluiten van licenties gebeurt volgens het burgerlijk recht.
2.3 Omroeporganisaties kunnen eveneens titularis van naburige rechten zijn. Het vermogensrecht beschermt echter niet de inhoud van de uitzending, maar wel het signaal. Het signaal capteren of hergebruiken is zonder schriftelijke toestemming niet mogelijk. De omroeporganisaties genieten geen morele rechten. De bescherming door naburige rechten is 50 jaar geldig. Uitzonderingen zijn mogelijk, maar in tegenstelling tot de uitvoerende kunstenaar hebben de omroeporganisaties geen recht op vergoeding. Een licentie afsluiten gebeurt volgens het burgerlijk recht. De toestemming dient steeds schriftelijk te kunnen worden bewezen.
2.4 De eerste uitgever van een werk van publiek domein geniet dezelfde vermogensrechten als een auteur. Door de gelijkstelling met de auteur gelden ook dezelfde uitzonderingen en de regeling met betrekking tot de wettelijke licenties. De beschermingstermijn bedraagt 25 jaar!
2.5 Ook de producent van een databank kan van naburige rechten genieten. De exclusieve rechten die de producent van een databank geniet, is volgens het juridisch taalgebruik het sui generis recht van de producent. Om dit recht als titularis te kunnen genieten moet de producent kunnen bewijzen dat hij een substantiële investering, financieel of intellectueel gezien, heeft gedaan. De duur van de beschermingstermijn is niet gemakkelijk vast te stellen en hangt samen met de levenscycli van de databank. Vanaf de datum van voltooiing loopt een eerste beschermingstermijn van 15 jaar. Deze termijn begint opnieuw voor 15 jaar te lopen als de producent binnen de eerste beschermingsduur de databank op de markt brengt. Een eerste versie is dus 31 jaar beschermd. Een actualisering van de databank met een substantiële investering is een nieuwe aanzet van een termijn van 15 jaar. De eerste versie wordt hierdoor niet meer beschermd. De producent moet de data kunnen bewijzen. De archivaris kan ervan uit gaan dat na 31 jaar een bepaalde versie niet meer is beschermd.
Te onthouden:
Sinds de wetswijziging van 2005 wordt er meer rekening gehouden met de taken en noden van de archiefsector. Dit geldt zowel voor het auteursrecht als voor de naburige rechten. Mits een hele reeks van voorwaarden kan een archief op basis van reproductie een archiefcollectie uitbouwen en bewaren. Dit geldt niet voor databanken, maar via wetenschappelijk onderzoek kan dit toch in gering mate. De archiefinstelling mag wel geen afgeleid werk maken. De manier waarop de kopieën ter beschikking worden gesteld is eveneens belangrijk. De normale exploitatie van het werk mag immers niet in het gedrang komen. Consultatie ter plaatse is toegestaan, terbeschikkingstelling via het internet niet.3. WIPO-copyright
De World Intellectual Property Organisation (WIPO) is een satellietorganisatie van de Verenigde Naties. Doel is het intellectuele eigendomsrecht te beschermen en op punt te stellen. In 1996 werden reeds twee verdragen hieromtrent aangenomen: de WIPO-verdragen betreffende auteursrecht en betreffende uitvoeringen en fonogrammen.